|
|
Veel gestelde vragen tijdens de kraamperiode
|
|
U kunt ons ook bellen op 016 20 77 40 of
e-mailen:
debakermat@debakermat.be |
|
|
 |
|
|
|
- ZWANGERSCHAP
- Zwangerschapskwaaltjes
- Hoe kan ik zwangerschapsstriemen voorkomen?
-
Zwangerschapsstriemen of striae ontstaan wanneer het rekken van de huid de groei niet meer kan bijhouden. Hierdoor komt er een te grote spanning op je huid te staan, waardoor deze onderhuids gaat scheuren. Er ontstaan roodpaarse strepen op je huid, die na de zwangerschap verbleken. De strepen laten littekens na, die weliswaar verkleinen maar nooit volledig weggaan. Ze kunnen voorkomen op je buik, billen, borsten en bovenbenen.
Er bestaat geen effectieve preventie noch behandeling voor striae, toch kan je de striae beperken door rekening te houden met volgende tips:
Bindweefselmassage: het letterlijk oprekken van de huid. Wanneer de opperhuid dreigt te scheuren kan dit door bindweefselmassage alsnog voorkomen worden. Je neemt best een warme douche voor de massage zodat de huid goed doorbloed is; geen gebruik maken van olie tijdens de massage. Na het oprekken kan je je huid insmeren met een verzorgende crème.
- Vermijd een grote gewichtstoename; probeer geleidelijk bij te komen
zodat je huid kan volgen;
- Ondersteun je huid met hulpmiddeltjes zoals een buikband, steunkousen
en een goed ondersteunende
beha.
- Hoe voorkom ik misselijkheid tijdens mijn zwangerschap?
-
- Misselijkheid is vaak één van de eerste zwangerschapskwaaltjes. Vooral ’s ochtends na het wakker worden of bij het poetsen van de tanden kan je last hebben van misselijkheid. Toch beperkt het zich niet noodzakelijk tot ochtendmisselijkheid en kan het gedurende de hele dag optreden. Alles wat je in je mond neemt, kan braakneigingen veroorzaken.
Bij de meeste vrouwen houdt de misselijkheid ongeveer na de zestiende week op.
Bij extreme misselijkheid en veelvuldig braken of blijvende last, raadpleeg dan je arts of vroedvrouw.
Hulpmiddeltjes:
- Eet ’s ochtends voor je opstaat iets kleins. Dit verhoogt het suikergehalte in je bloed en helpt misselijkheid te voorkomen;
- Eet waar je zin in hebt en drink veel water;
- Beperk het eten van vet of sterk gekruid voedsel;
- Vermijd een lege maag. Eet regelmatig kleine hoeveelheden over de dag verspreid;
- Kom niet plotseling overeind, neem je tijd om op te staan;
- Vermijd sterke geuren, warme benauwde kamers en rokerige ruimten;
- Maak iedere dag tijd vrij voor jezelf om wat te rusten.
- Is het normaal dat ik steeds zo moe ben?
- Zwanger zijn kost veel energie. Je hebt meer nood aan rust en slaap dan normaal. Tracht te streven naar voldoende nachtrust en maak ook tijdens de dag een moment vrij om te rusten.
- Waarom moet ik zo vaak gaan plassen nu ik zwanger ben?
- Na enkele weken zwangerschap is je baarmoeder zo groot als een flinke peer, en kan al zwaar op je blaas drukken. Dit zorgt ervoor dat je sneller en vaker moet plassen. Ook de nierdoorstroming neemt toe, waardoor je meer dorst hebt, meer drinkt en dus meer plast. Het vaker plassen kan tijdens de nacht meer hinder bezorgen. Het verstoort de nachtrust.
Compenseer dit door voldoende te rusten tijdens de dag.
Tijdens de zwangerschap is er ook meer kans op een blaasontsteking, vooral tussen de vierde en de zesde maand.
Klachten bij een blaasontsteking:
- Een branderig gevoel tijdens en na het plassen
- Vaak kleine beetjes plassen
- Het gevoel te moeten plassen terwijl er heel weinig urine komt
Bij tekenen van deze klachten, aarzel niet om uw arts te raadplegen. Een blaasontsteking tijdens de zwangerschap moet immers steeds behandeld worden.
Voorkomen van een ontsteking:
- Bij toiletbezoek steeds van voren naar achteren vegen met toiletpapier
- De urine niet ophouden, meteen een toilet opzoeken bij drang
- Veel drinken. Dit bevordert een goede doorstroming van nieren en blaas
- Hoe voorkom ik obstipatie?
- Let goed op je voeding (veel water en vezels) en zorg voor voldoende lichaamsbeweging. Als je aandrang voelt, ga dan liefst zo snel mogelijk naar het toilet. Dit voorkomt ook aambeien.
- Hoe voorkom ik dat er tijdens de zwangerschap meer spataders ontstaan?
- Meestal ontstaan spataders in de eerste drie maanden van de zwangerschap. Het is dus belangrijk om vroeg te starten met maatregelen om ze te voorkomen.
Enkele tips:
- Draag schoenen die niet knellen en een lage, brede hak hebben;
- Probeer je gewichtstoename te beperken;
- Zorg voor voldoende beweging om de bloeddoorstroming in je benen te bevorderen;
- Leg bij het rusten de benen iets hoger;
- Vermijd langdurige warmte.
Indien de spataders erg pijnlijk worden kan je best een arts raadplegen. Deze kan je dan eventueel aanraden om aangepaste steunkousen te dragen zodat een ontsteking voorkomen kan worden.
- Hoe kan ik brandend maagzuur voorkomen?
- Vanaf het tweede trimester van de zwangerschap hebben heel wat vrouwen last van brandend maagzuur. Dit wordt veroorzaakt doordat de baarmoeder tegen de onderkant van de maag drukt. Ook komt het maagzuur makkelijker naar omhoog komt doordat de sluitspier wat verslapt is.
Enkele tips:
- Eet niet te vet, vermijd uien, pikante kruiden en sterke koffie;
- Verspreid vijf tot zes kleine porties over de hele dag i.p.v. drie volledige maaltijden te eten;
- Kauw je eten goed en eet langzaam;
- Drink niet te veel tijdens de maaltijden;
- Slaap op een aantal kussens zodat je bovenlichaam iets omhoog is gericht;
- Draag losse kledij;
- Buk je niet plotseling.
Als je blijvende last ervaart, raadpleeg dan je vroedvrouw of arts.
- Waardoor wordt de rug- en bekkenpijn tijdens de zwangerschap veroorzaakt en wat kan ik eraan doen?
- Naarmate de zwangerschap vordert kan er pijn ontstaan ter hoogte van de rug en het bekken. Dit komt door het soepeler worden van gewrichten en bindweefsel, onder invloed van hormonale veranderingen.
Bij sommige vrouwen is deze verweking zo sterk dat de bekkendelen ten opzichte van elkaar kunnen verschuiven en de spieren en banden rond het bekken extra inspanningen moeten leveren om het bekken stabiel te houden. Bekkeninstabiliteit kan ook ontstaan door een te grote druk op het verbindingsstuk tussen beide schaambeenderen en de bekkenbanden. Eenvoudige handelingen als lopen, staan, zitten, omdraaien in bed, autorijden of fietsen verlopen dan moeizaam en/of veroorzaken pijn.
Enkele tips:
- Luister naar je lichaam, doe geen bewegingen die tot pijn leiden;
- Zoek een evenwicht tussen beweging en rust. Rust is van belang om verergering van de klachten te voorkomen, terwijl beweging voorkomt dat de spieren verder verzwakken;
- Zwemmen is een goede oefening bij rugpijn en bekkenpijn;
- Raadpleeg bij ernstige klachten een gespecialiseerde arts die kan doorverwijzen naar een deskundige kinesitherapeut en advies kan geven omtrent het dragen van een ondersteunende bekkenband.
- Kan het dat mijn borsten al vroeg in de zwangerschap enorm groeien?
- Meteen na de bevruchting kunnen de borsten groter worden, gespannen aanvoelen en in korte tijd zelfs enorm in omvang toenemen. Ook worden de tepels en het tepelhof groter en donkerder. Deze veranderingen zijn erg persoonlijk: sommige vrouwen ervaren het pas laat in de zwangerschap of merken er weinig of niets van.
Door de groei van je borsten kan je jeuk ervaren. Dit is een teken dat je huid de groei nauwelijks kan bijbenen. Dit kan leiden tot het ontstaan van zwangerschapsstriemen of striae.
Het is aangewezen om gedurende de hele zwangerschap een goed ondersteunende beha te dragen. Dit is belangrijk voor het behoud van de stevigheid. Door een stevige beha te gebruiken, ervaar je ook minder last van gevoelige borsten.
- Gezonde voeding tijdens de zwangerschap
- Wat is het belang van gezonde voeding tijdens de zwangerschap?
- Het is belangrijk om tijdens de zwangerschap voldoende, gevarieerd en evenwichtig te eten. Verschillende deskundigen hebben een direct verband tussen de voeding van de moeder tijdens de zwangerschap en de gezondheid en ontwikkeling van de baby kunnen aantonen. Gedurende de zwangerschap is de baby voor zijn voedingsstoffen volledig aangewezen op de moeder.
- Mag ik tijdens de zwangerschap op dieet gaan?
- Het is niet aangewezen om tijdens de zwangerschap te diëten. Door het diëten zullen immers vetreserves worden afgebroken waardoor er schadelijke stoffen vrijkomen die naar de foetus gaan.
- Wat wordt verstaan onder ‘gezonde voeding’?
- Kies dagelijks voedingsmiddelen uit elk van de volgende voedselgroepen en zorg ook binnen elke groep voor voldoende variatie:
- Brood, aardappelen en graanproducten zoals rijst of pasta, voor de nodige koolhydraten. Kies bij voorkeur voor volkoren producten;
- Groenten en fruit voor de nodige vitaminen. Kies bij voorkeur voor voedingsmiddelen die foliumzuur bevatten, zoals broccoli, spinazie, spruitjes,…
- Zuivelproducten zoals melk, yoghurt en kaas voor het nodige calcium;
- Vlees, vis, eieren, linzen, bonen en noten voor de nodige eiwitten;
- Voedingsmiddelen die vet bevatten, zoals boter, olie, margarine. Hiervan heeft men slechts weinig nodig en zijn vooral de meervoudige onverzadigde vetten van belang. Wees - matig met het gebruik van vetten en suikers;
- Minimum 1,5 liter water drinken
Het belang van vezels
Vezels zorgen voor een vlottere darmtransit en geven sneller een verzadigd gevoel. Hierdoor kan de gewichtstoename tijdens de zwangerschap beperkt worden. Vezels zijn terug te vinden in volkoren producten zoals donker brood, donkere rijst, peulvruchten, groenten en fruit.
Foliumzuur (= vitamine B11):
Het innemen van voldoende foliumzuur is vooral in het begin van de zwangerschap erg belangrijk en bevordert de ontwikkeling van het centrale zenuwstelsel van de foetus. Hierdoor verkleint de kans op Spina Bifida of een open ruggetje.
Voedingsmiddelen die rijk zijn aan foliumzuur zijn bladgroenten (sla, spinazie,…), asperges, broccoli, peulvruchten, volkoren producten, citrusvruchten, kaas en eieren. Daarnaast is het aangewezen om vanaf het moment dat je zwanger wil worden extra foliumzuur in te nemen dat apart of in een multivitaminepreparaat te verkrijgen is.
Vraag hierover meer advies aan je vroedvrouw of arts.
Vitaminen
Bij een evenwichtige voeding is het in principe niet nodig om extra vitaminen in te nemen. Als je toch vitaminesupplementen wil innemen, raadpleeg dan eerst je vroedvrouw of arts voor meer advies.
Specifiek voor vitamine A geldt dat de inname ervan beperkt dient te worden omdat het risico op aangeboren afwijkingen hierdoor vergroot wordt. Vermijd producten met een hoog gehalte aan vitamine A, zoals lever. Ook eieren, boter en margarine dienen met mate gebruikt te worden.
- Wat met toxoplasmose?
- Toxoplasmose is een infectie die ontstaat door een parasiet en wordt vooral verspreid door katten.
Toxoplasmose is meestal een ongevaarlijke infectie, tenzij ze optreedt tijdens de zwangerschap. Met eenvoudige preventieve maatregelen kan men het risico op ernstige afwijkingen bij het kind sterk verminderen.
Enkele tips om toxoplasmose te vermijden.
- vlees goed doorbakken of bewaren bij – 20 °C, groenten en fruit goed wassen.
- wegwerphandschoenen gebruiken bij tuinwerk
- kattenbak dagelijks laten schoonmaken, dit niet zelf doen.
- geen contact met open zandbak, ook kinderen niet: deze afdekken
- vermijden van contact met katten
- de kat moet niet weg
- Mag ik Franse kazen eten?
- Franse kaas is vaak gemaakt van rauwe melk en kan de Listeria-bacterie bevatten. Deze bacterie kan erg schadelijk zijn voor de foetus. Het is dus aangewezen om geen kazen op basis van rauwe melk te eten. Gepasteuriseerde kazen vormen geen probleem. In België is het wettelijk verplicht om op de verpakking een vermelding te voorzien indien het kaas op basis van rauwe melk betreft.
De listeria-bacterie kan zich ook bevinden in rauw vlees, rauwe producten, rauwe vis, groenten, en schelp- en schaaldierenRoken, alcohol en drugs tijdens de zwangerschap
- Welke risico’s zijn er verbonden aan roken tijdens de zwangerschap?
- Roken tijdens de zwangerschap is af te raden. Tabaksrook bevat een grote hoeveelheid giftige stoffen die via de placenta naar de foetus gaan, zodat deze eigenlijk meerookt.
Ook passief roken is nadelig want ook deze stoffen en dampen gaan rechtstreeks naar de foetus. Vermijd dan ook ruimtes waar gerookt wordt.
De giftige stoffen van de tabaksrook zorgen ervoor dat er minder bloed en dus ook minder voedingsstoffen naar de foetus stromen. Hierdoor wordt de groei en de ontwikkeling van de foetus belemmerd. Moeders die roken bevallen vaker van een baby met een laag geboortegewicht of groeiachterstand. Daarnaast toont onderzoek een verband aan tussen roken en een miskraam, doodgeboorte of afwijkingen van de foetus.
Er is maar één goede raad, en die is: “stoppen met roken”, liefst nog voor de zwangerschap. Wanneer dit echt niet mogelijk blijkt is het aangewezen om het aantal sigaretten zoveel mogelijk te verminderen.
Voor hulp bij het stoppen met roken kan je terecht bij de huisarts, vroedvrouw of gynaecoloog. Neem ook eens een kijkje op HYPERLINK "http://www.rookvrijezwangerschap.be" www.rookvrijezwangerschap.be.
- Welke risico’s zijn er verbonden aan alcoholgebruik tijdens de zwangerschap?
- Alcohol kan tijdens de zwangerschap best vermeden worden. Terwijl vroeger gedacht werd dat een kleine hoeveelheid alcohol onschadelijk was, is nu bekend dat geen enkele hoeveelheid alcohol veilig is tijdens de zwangerschap. Alcohol komt via de placenta immers terecht bij de foetus die nog niet in staat is om alcohol af te breken.
Gematigd alcoholgebruik brengt een verhoogd risico op miskraam met zich mee, terwijl buitensporig gebruik vaak resulteert in afwijkingen van de foetus. Bij zeer zwaar alcoholgebruik wordt de ontwikkeling van de foetus mogelijk ernstig verstoord en spreken we van foetaal alcoholsyndroom.
Het beste advies blijft dus: “geen alcohol tijdens de zwangerschap”.
- Welke risico’s zijn er verbonden aan druggebruik tijdens de zwangerschap?
- Druggebruik van de moeder kan ernstige schade aanrichten bij de foetus. Blootstelling aan drugs tijdens de zwangerschap kan leiden tot een verstoorde groei, aangeboren afwijkingen of ‘verslaving’ van de baby bij de geboorte. Bij zwangere vrouwen die drugs gebruiken doen zich ook vaker complicaties voor zoals: tekorten van bepaalde voedingsstoffen, bloedarmoede, zwangerschapsvergiftiging en voortijdige bevalling.
Zorg er dan ook voor dat je geen drugs meer gebruikt al vanaf wanneer je zwanger wil worden. Voor hulp kan je steeds terecht bij de huisarts, vroedvrouw of gynaecoloog.
- Bloedverlies in het begin van de zwangerschap
- Ik ben 9 weken zwanger en verlies wat bloed. Wat zijn de mogelijke oorzaken hiervoor?
- Bloedverlies in het begin van de zwangerschap kan verschillende oorzaken hebben. Wanneer je veel bloed verliest, waarschuw dan altijd je arts, vroedvrouw of gynaecoloog.
Ook als je maar enkele druppels bloed verliest, en je wil graag zekerheid, kan je langsgaan bij je arts, vroedvrouw of gynaecoloog.
INNESTELINGSBLOEDING
Bloedverlies aan het begin van de zwangerschap hoeft niet noodzakelijk te wijzen op een miskraam. Ook bij de innesteling van het embryo in het baarmoederslijmvlies kan een bloeding optreden. Soms wordt hierbij immers een bloedvat geraakt, wat zorgt voor een beetje bloedverlies.
Een innestelingsbloeding kan voorkomen tot de 10e zwangerschapsweek. Dit omdat de placenta of moederkoek, die ook in de baarmoeder is vastgehecht, verder groeit en dus nog bloedvaatjes kan raken.
BLOEDING VAN DE BAARMOEDERMOND
Tijdens de zwangerschap is de baarmoeder en baarmoederhals sterker doorbloed. Hierdoor kan er gemakkelijk een kleine bloeding ontstaan. Deze bloedingen doen absoluut geen pijn, houden geen risico’s in en zijn van voorbijgaande aard.
BLOEDVERLIES NA HET VRIJEN
Doordat je baarmoederhals meer doorbloed is kan er na het vrijen wat bloedverlies zijn. Meestal duurt dit bloedverlies niet lang en stopt het spontaan.
- Bloedverlies laat in de zwangerschap
- Ik ben 30 weken zwanger en heb bloedverlies. Wat zijn de mogelijke oorzaken hiervoor?
- Vaginale bloedingen na 24 weken zwangerschap dienen steeds gemeld te worden aan de arts of vroedvrouw. Als het gaat om een lichte bloeding is er meestal geen reden tot paniek, zeker niet als de bloeding een gevolg is van een vaginaal onderzoek of optreedt na seksuele betrekkingen. Bij vaginaal bloedverlies dat gepaard gaat met pijn is verder onderzoek echter noodzakelijk.
Een kort overzicht van oorzaken van vaginaal bloedverlies:
TEKENEN
Als de baarmoedermond zachter en groter wordt laat de slijmprop los die de baarmoedermond gedurende de zwangerschap afsloot. Dit wordt “tekenen” genoemd. Meestal zal dit slijmverlies een rood-roze kleur hebben.
Het “tekenen” wijst erop dat de bevalling nabij is. Let wel op, het kan nog enkele weken duren. Hierbij is het niet nodig je arts of vroedvrouw in te lichten.
VOORLIGGENDE PLACENTA (PLACENTA PRAEVIA)
Dit wil zeggen dat de placenta of moederkoek volledig of gedeeltelijk voor de baarmoederhals ligt. Op deze plaats is de moederkoek minder goed bevestigd aan de baarmoederwand, waardoor bloedingen kunnen optreden uit één van de vele bloedvaten op de moederkoek.
Deze bloedingen zijn meestal pijnloos maar erg hevig. Ze kunnen ook weer stoppen en na een tijdje opnieuw beginnen. Meestal zal de vroedvrouw of gynaecoloog doorverwijzen naar het ziekenhuis voor observatie. Daar kunnen ze dan ook ingrijpen als er problemen moesten ontstaan.
De diagnose van een voorliggende placenta wordt door de gynaecoloog gesteld via een echografie rond de 20ste zwangerschapsweek.
PLACENTALOSLATING
We spreken van placentaloslating wanneer de placenta te vroeg loskomt van de baarmoederwand. Normaal gezien gebeurt dit pas na de geboorte van de baby. Door placentaloslating tijdens de zwangerschap ontstaat er een wonde in de baarmoeder die hevig zal gaan bloeden. De oorzaak hiervoor is nog onbekend.
Naast bloedverlies kunnen volgende symptomen wijzen op placentaloslating: lage rugpijn, een pijnlijke baarmoeder of buikholte en contracties van de baarmoeder.
De foetus is volledig afhankelijk van de placenta, dus als deze loskomt krijgt hij geen bloed meer via de navelstreng. Het is een levensbedreigende situatie voor moeder en kind en het is dan ook belangrijk om zo snel mogelijk contact op te nemen met de gynaecoloog. Deze zal de diagnose stellen via een echografie. Afhankelijk van de situatie zal het al dan niet nodig zijn om een keizersnede uit te voeren om de baby te redden.
- Prenatale diagnostiek
- Wat is prenatale diagnostiek?
- Prenatale diagnostiek biedt de mogelijkheid om een aantal, vaak ernstige aangeboren handicaps of misvormingen in een vroeg stadium van de zwangerschap te detecteren. Het geeft ouders met een verhoogd risico op een kind met dergelijke afwijking de mogelijkheid van een geruststelling bij een normale uitslag of van het afbreken van de zwangerschap bij een negatief resultaat.
- Wanneer is het aangewezen om uitgebreide prenatale onderzoeken te laten uitvoeren?
- Uitgebreide onderzoeken worden aanbevolen wanneer:
- u 35 jaar bent of ouder;
- u reeds een kindje heeft met een chromosomale afwijking;
- u draagster bent van een erfelijke afwijking;
- er in de nabije familie erfelijke ziekten of chromosoomafwijkingen voorkomen;
- u lijdt aan suikerziekte;
- er bij een echografie een afwijking wordt ontdekt.
- Welke prenatale screeningstesten zijn er mogelijk?
- Onder screeningstesten verstaan we een aantal onderzoeken die aangeven of er een verhoogd risico op bepaalde aandoeningen of afwijkingen is.
A.
De echografie
De meest bekende vorm van prenatale diagnostiek is de echografie aan de hand waarvan er groeiachterstand, te weinig of te veel vruchtwater en enkele foetale misvormingen kunnen worden vastgesteld. Een echografie wordt steeds vaker als een routine-onderzoek toegepast en laat toe om de evolutie van de zwangerschap te observeren en te bewaken.
Wanneer er via de echobeelden een vermoeden van afwijking bestaat, wordt er doorverwezen naar een gespecialiseerd centrum voor een uitgebreide echo, waarmee men een zeer gedetailleerd beeld van de foetus kan krijgen.
Standaard worden er drie echo’s terugbetaald door de mutualiteiten: één in elk trimester van de zwangerschap.
Het maken van een echografie is pijnloos, onschadelijk voor moeder en kind, en neemt meestal weinig tijd in beslag.
B.
De nekplooimeting
Zoals het woord aangeeft, gaat het hierbij om een meting van de dikte van de nekplooi van de baby. Een abnormaal dikke nekplooi wijst op een verhoogd risico op chromosomale afwijkingen, zoals het syndroom van Down. Omdat het hierbij enkel om een kansberekening gaat, wordt in geval van een verdikte nekplooi doorverwezen voor een vlokkentest of vruchtwaterpunctie. Op basis van deze onderzoeken kan dan uitsluitsel gegeven worden.
De nekplooimeting kan het best verricht worden tussen week 10 en week 14 van de zwangerschap en gebeurt door middel van een echografie. Bij deze echografie wordt tegenwoordig ook de aan- of afwezigheid van een neusbeentje nagegaan als indicatie voor het syndroom van Down.
C.
De Tripletest
Net als bij de nekplooimeting is de tripletest een kansberekening. Op basis van een bloedanalyse wordt de concentratie aan hCG, oestriol en AFP (een eiwit aangemaakt door de foetus) nagegaan. Op basis van de hoeveelheid AFP, de twee andere merkstoffen en de leeftijd van de moeder wordt nagegaan of er een verhoogd risico is op het syndroom van Down of Spina Bifida (open ruggetje).
Als je deze test wil laten uitvoeren, moet je steeds eerst overleggen met de arts.
De test brengt nauwelijks risico’s met zich mee, maar de uitslag is niet 100% betrouwbaar. De tripletest gebeurt best in week 11-14 van de zwangerschap.
- Welke prenatale genetische onderzoeken zijn er mogelijk?
- De echografie, nekplooimeting en tripletest bieden geen van allen zekerheid. Zekerheid over de aanwezigheid van een genetische afwijking bekomt men enkel door bijkomend genetisch onderzoek. Genetisch onderzoek verwijst doorgaans naar laboratoriumprocedures die gericht genen, genproducten of chromosomen evalueren. De vlokkentest en de vruchtwaterpunctie zijn hiervan bekende voorbeelden.
De vlokkentest (chorionbiopsie)
Door middel van deze test kan er vroeg in de zwangerschap onderzocht worden of er effectief sprake is van chromosoomafwijkingen bij de foetus: bijvoorbeeld het syndroom van Down, bepaalde genetische afwijkingen of stofwisselingsziekten. Bij het onderzoek wordt er een klein stukje van de placenta weggenomen, via de buikwand of de vagina. Tegelijkertijd wordt er een echografie uitgevoerd zodat de gynaecoloog zijn eigen handelen kan volgen. De chorionvlokken die zich in de placenta bevinden, hebben dezelfde genetische samenstelling als de foetus en worden onderzocht.
De vlokkentest wordt normaal uitgevoerd tussen de 10de en 14de week zwangerschap.
Het laten uitvoeren van een vlokkentest moet na grondige afweging beslist worden in samenspraak met de arts. Na een vlokkentest is er een bijkomende kans op een miskraam van 1%. Neem de nodige tijd om hierover te beslissen.
De vruchtwaterpunctie (amniocentese)
Door middel van de vruchtwaterpunctie kunnen chromosoomafwijkingen worden opgespoord zoals aandoeningen die berusten op afwijkingen in het DNA, een aantal stofwisselingsziekten, alsook Spina Bifida (open ruggetje) of andere neurale buisdefecten. Neurale buisdefecten kunnen niet opgespoord worden aan de hand van een vlokkentest.
Onder geleiding van een echografie gaat de gynaecoloog via een naald in de buikwand 20 ml vruchtwater opzuigen. Dat is ongeveer 1/8 van de totale hoeveelheid vruchtwater. In het vruchtwater bevinden zich cellen die afkomstig zijn van de huid en de slijmvliezen van de foetus. Deze cellen worden vervolgens gekweekt en verder onderzocht.
Deze test wordt meestal uitgevoerd tussen week 15 en week 20 van de zwangerschap.
Het is enkel aangewezen om de punctie uit te voeren indien de voordelen ervan groter zijn dan de risico’s. Overleg steeds met je arts. Deze punctie geeft een bijkomend risico op een miskraam van ongeveer 0,5%. De vruchtwaterpunctie is iets betrouwbaarder dan de vlokkentest en geeft een iets kleinere kans op een miskraam. Een nadeel is dat het onderzoek laat in de zwangerschap plaatsvindt.
De navelstrengpunctie
Onder echografische controle wordt hierbij via een naald in de buikwand een bloedvat in de navelstreng aangeprikt. Op deze manier kan men wat bloed van de foetus afnemen en vervolgens de chromosomen onderzoeken op afwijkingen.
Dit kan pas uitgevoerd worden vanaf ongeveer 20 weken zwangerschap.
Deze techniek wordt toegepast in uitzonderlijke situaties en gebeurt enkel in gespecialiseerde centra. Er is een bijkomende kans op miskraam van 1 tot 2%, bespreek het afwegen van de risico’s en het belang van de punctie met de arts.
- Miskraam
- Wat zijn mogelijke oorzaken van een miskraam?
- Ongeveer 15% van alle zwangerschappen eindigt in een miskraam. Hier kunnen verschillende oorzaken voor zijn.
Een miskraam in een vroeg stadium (de eerste weken van de zwangerschap) is meestal te wijten aan chromosomale afwijkingen. Dit betekent dat het gaat om een embryo dat nooit gezond zou kunnen zijn.
Een miskraam kan ook veroorzaakt worden door complicaties tijdens de zwangerschap of door een reeds aanwezige medische aandoening.
Een overzicht van mogelijke oorzaken:
- chromosoomafwijkingen;
- een buitenbaarmoederlijke zwangerschap;
- afwijkingen of misvormingen van de baarmoeder;
- roken (actief en passief);
- infecties;
- meerlingzwangerschappen;
- diabetes of suikerziekte.
- Hoe herken je een beginnende miskraam?
- Bij een beginnende miskraam kan je last hebben van:
- vaginaal bloedverlies;
- pijn in de onderrug of buikkrampen zoals bij de menstruatie.
- Wat te doen bij een dreigende miskraam?
- - bij pijn en bloedverlies: contacteer zo snel mogelijk de vroedvrouw of gynaecoloog;
- rusten;
- de door de gynaecoloog voorgeschreven behandeling volgen.
- Wat is baarmoederhalsinsufficëntie en wat eraan te doen?
- Baarmoederhalsinsufficiëntie kan oorzaak zijn van een miskraam. Dit is het niet goed functioneren van de baarmoedermond, waardoor deze niet gesloten blijft gedurende de zwangerschap. De diagnose kan gesteld worden via een echografie.
Wanneer baarmoederhalsinsufficiëntie wordt vastgesteld zal door middel van een draadje of een hechting de baarmoederhals worden samengebonden. Dit wordt meestal rond de 12de tot 16de zwangerschapsweek gedaan en gebeurt onder plaatselijke verdoving. Enkele weken voor de bevalling wordt dan het draadje of de hechting weer verwijderd zodat de baarmoederhals mooi kan opengaan of ontsluiten.
- Seksualiteit tijdens de zwangerschap
- Heeft de zwangerschap een invloed op mijn seksualiteit?
- Tijdens de zwangerschap zijn er een groot aantal lichamelijke veranderingen die een invloed kunnen hebben op je behoefte aan seksualiteit en op de beleving ervan, zoals:
- Misselijkheid en overgeven
- Vermoeidheid
- Een veranderend figuur
- Gezwollen geslachtsdelen
- Gevoelige borsten, evt. melkverlies
- Veranderingen in vaginale afscheiding
Bespreek met je partner de veranderingen op seksueel gebied. Dit voorkomt misverstanden en schept mogelijkheden om ook eens andere vormen van tederheid uit te proberen.
In het begin van de zwangerschap kan je geneigd zijn minder toenadering te zoeken en minder zin hebben in intiem contact, door de misselijkheid, de vermoeidheid of de angst voor een miskraam. Deze vrees is echter onterecht, vrijen kan geen miskraam veroorzaken.
Meestal neemt vanaf de vierde maand de belangstelling voor seksualiteit weer toe. Je kan zelfs extra gevoelig zijn voor seksuele prikkels.
- Is vrijen tijdens de zwangerschap een mogelijkheid?
- Medisch gezien bestaat er geen enkel bezwaar tegen. De baby ondervindt hier geen hinder van. Wel kan een orgasme leiden tot een samentrekking van de baarmoeder, maar bij een normale zwangerschap is hieraan geen risico verbonden.
Verloopt de zwangerschap geheel naar wens, dan kan je tot kort voor de bevalling betrekkingen hebben. Tijdens de laatste drie maanden van de zwangerschap kan je buik mogelijk een obstakel vormen en kan het nodig zijn om te experimenteren met verschillende houdingen.
- Wanneer beter niet vrijen?
- In volgende situaties is het raadzaam om niet te vrijen, of hierover advies in te winnen bij de vroedvrouw of arts:
- Als je bij een eerdere zwangerschap reeds een miskraam of een dreigende miskraam hebt gehad;
- Bij tekenen van een dreigende miskraam tijdens deze zwangerschap;
- Bij een voorliggende placenta;
- Bij beginnende ontsluiting;
- Bij contracties van de baarmoeder of bij het gebruik van weeënremmende middelen;
- Bij bloedverlies of vruchtwaterverlies tijdens de zwangerschap.
- Kraamhulp aanvragen
- Wat is kraamhulp en wat kan ik verwachten van een kraamverzorg(st)er?
- Kraamhulp biedt ondersteuning in het gezin om van de kraamtijd thuis ten volle te kunnen genieten. Kraamhulp kan starten de dag nadat moeder en baby het ziekenhuis hebben verlaten.
Speciaal opgeleide kraamverzorgsters bieden deze zorg op maat thuis aan. Ze worden bijgeschoold en dagelijks begeleid door een vroedvrouw. Het is de vroedvrouw of huisarts die instaat voor de medische nazorg van de moeder en de baby.
Kraamverzorg(st)ers kunnen instaan voor:
-
Verzorging en observatie van moeder en baby;
- Ondersteuning bij borst – of kunstvoeding;
- Opvang van de andere kinderen;
- Boodschappen doen;
- Koken voor het hele gezin;
- Uitvoeren van licht huishoudelijke taken.
- Wat kost kraamhulp?
- De kostprijs van kraamhulp wordt berekend aan de hand van het netto gezinsinkomen.
Sommige hospitalisatieverzekeringen en mutualiteiten voorzien een extra korting of volledige terugbetaling van de kraamhulp.
- Waar en wanneer kan ik best kraamhulp aanvragen?
- Het aanvragen van kraamhulp gebeurt best rond de zesde zwangerschapsmaand.
(link naar website pagina van de kraamzorg)
- Overige vragen
- Mag ik mijn haar kleuren tijdens de zwangerschap?
- Haarverf kan schadelijke stoffen waaronder pigmenten en waterstofperoxide bevatten. Breng je kapper steeds op de hoogte van de zwangerschap, zodat voor aangepaste en zo natuurlijk mogelijke producten gekozen wordt.
Tijdens de zwangerschap verandert de conditie van je haar onder invloed van hormonen, waardoor de kleuring soms een ander resultaat kan geven dan gewenst.
- Mag ik schilderen tijdens de zwangerschap?
- Verf bestaat uit een grote hoeveelheid stoffen waaronder terpentine. Deze stoffen kunnen een invloed hebben op de zwangerschap en de baby.
Toekomstige moeders kunnen best schilderen met verf op waterbasis. Daarbij is het belangrijk dat de ruimtes goed geventileerd zijn. Zet dus ramen en deuren goed open.
Indien het schilderen niet dringend is, kan je hier beter mee wachten tot na de zwangerschap.
- Mag ik in de zwangerschap gewoon naar de tandarts?
- Het is net in de zwangerschap heel belangrijk om de normale controle bij de tandarts uit te laten voeren.
Door de zwangerschap kan je tandvlees makkelijker gaan bloeden en is goede mondhygiëne en controle van je gebit extra belangrijk.
Verdoving is toegestaan, maar het is belangrijk aan je tandarts te melden dat je zwanger bent zodat hij hiermee rekening kan houden bij het bepalen van welke verdoving je krijgt.
Er mogen ook foto’s van je gebit genomen worden, maar vermeld ook hier dat je zwanger bent zodat er rekening kan gehouden worden met de zwangerschap en dat men je tegen de schadelijke stralen beschermt.
- Mag ik naar de sauna tijdens mijn zwangerschap?
- Het is aangewezen om tijdens de eerste veertien weken van de zwangerschap de sauna niet bezoeken. Hoge temperaturen in het begin van de zwangerschap kunnen immers aangeboren afwijkingen en miskramen veroorzaken.
Daarna kan je het saunabezoek voorzichtig opbouwen, want het is mogelijk dat je lichaam hier anders op reageert dan vóór de zwangerschap.
Indien je nog nooit naar de sauna geweest bent, is het beter om er niet tijdens de zwangerschap mee te starten.
- Welke gewichtstoename is normaal tijdens de zwangerschap?
- Gemiddeld komt een zwangere 12-16 kg aan in de zwangerschap, maar dit is erg individueel. Hoeveel je aankomt, zegt niets over de groei van de baby of over de gezondheid van je kindje. Het is belangrijk om tijdens de zwangerschap gezond en evenwichtig te eten.
- Zwangerschap en werken
- Ben ik beschermd tegen ontslag?
- Vanaf het ogenblik dat je werkgever op de hoogte is van de zwangerschap tot 1 maand na het einde van de moederschapsrust, ben je beschermd tegen ontslag. Ontslag is dan enkel mogelijk om redenen die niets met je zwangerschap te maken hebben zoals ernstige fouten van jezelf, economische redenen, reorganisatie van het bedrijf, …Bij ontslag kan je de werkgever vragen om schriftelijk de redenen van ontslag mee te delen.
Indien je tijdens deze periode toch ontslagen wordt zonder een te verantwoorden reden, dient de werkgever de normale opzeggingsvergoeding plus 6 maanden brutoloon extra uit te betalen.
- Wanneer mijn werkgever vertellen over de zwangerschap?
- Je kunt je werkgever best zo snel mogelijk inlichten over de zwangerschap.
Wettelijk ben je verplicht dit drie weken voor het ingaan van de moederschapsrust te melden. Het is echter aangewezen om de zwangerschap zo snel mogelijk te melden vermits er tijdens de zwangerschap een ontslagbescherming geldt.
- ARBEID EN BEVALLING
- Als de baby op zich laat wachten
- Wat kan je doen als de weeën uitblijven?
- Er volgen een aantal tips die voor een extra duwtje kunnen zorgen, zodat de bevalling toch spontaan zou starten . Deze hulpmiddelen zullen enkel helpen als de baarmoederhals al rijp is, als dus de situatie ‘gunstig’ is.
Het wil anderzijds niet zeggen dat deze dingen tijdens de zwangerschap vermeden moeten worden uit angst de bevalling op gang te brengen. Zoals eerder vernoemd zullen ze zullen enkel effect hebben als de baarmoederhals klaar is om te ontsluiten of open te gaan.
1. Tepelstimulatie
Bij het masseren van borsten en tepels komt er oxytocine vrij. Dit hormoon zorgt ervoor dat de baarmoeder gaat samentrekken en dus de weeën beginnen.
Je kan zelf je tepels stimuleren of je partner kan ze strelen of masseren.
Doe dit gedurende ongeveer 20 minuten, zonder al te veel tussenpozen.
2. Vrijen
Dit mag enkel als de vliezen nog niet gebroken zijn.
Het sperma van de man bevat prostaglandines. Dit is een hormoon dat zorgt voor het samentrekken van de baarmoeder.
Tijdens een orgasme komt er bij de vrouw bovendien oxytocine vrij, een hormoon dat voor het samentrekken van de baarmoeder, en dus voor weeën zorgt.
Zorg er wel voor dat het vrijen aangenaam blijft!
3. Warmte
Warmte zorgt voor rust en ontspanning, waardoor je in de juiste stemming bent om weeën te krijgen.
Je kan best een bad of douche nemen; maar zorg ervoor dat het aangenaam blijft.
4. Traplopen
Deze beweging zorgt voor extra activiteit, wat kan leiden tot het samentrekken van de baarmoeder.
- Begin van de arbeid en bevalling
- Hoe merk ik dat de bevalling gaat beginnen?
- 1. De slijmprop
Het eerste teken dat de arbeid gaat beginnen is dikwijls het verliezen van de slijmprop. Deze sluit de baarmoederhals af tijdens de zwangerschap, als barrière tegen infecties. Wanneer de baarmoederhals zich opent zal de slijmprop loslaten. Dit gaat vaak gepaard met rood of oud bruin, slijmerig bloedverlies.
Het is een teken dat de baarmoederhals rijp is en dat de bevalling nu voor iedere dag kan zijn.
2. Harde buiken of voorweeën
- Wat zijn harde buiken?
- Harde buiken kunnen zich gedurende de hele zwangerschap voordoen. De baarmoeder spant zich dan op als een harde bal. Het is een normaal verschijnsel en kan soms vervelend zijn. Sommige vrouwen echter voelen hier echter weinig of niets van. Harde buiken worden vooral uitgelokt door inspanning, zoals:
- Bukken, tillen, opstaan
- Stampen van de baby
- Volle blaas, orgasme
- Sterke buikspieren die er tegenaan drukken
- Lichamelijke of psychische druk
Vaak is het een signaal van je lichaam om het iets rustiger aan te doen
- Wat zijn voorweeën?
- Er is een onderscheid tussen harde buiken en voorweeën. Voorweeën worden als pijnlijker ervaren dan harde buiken en doen zich voor een paar dagen of weken voor de bevalling. Er zit soms al echt een patroon in je voorweeën. Het verschil met echte weeën is echter dat ze qua duur en intensiteit hetzelfde blijven, en dat ze na een tijdje afnemen. Bij twijfel over voorweeën of echte weeën kan je eens een warm bad of douche nemen. Als de weeën doorzetten, dan zijn het echte weeën. Als ze na een tijdje afnemen, dan zijn het nog voorweeën.
Voorweeën leiden niet tot ontsluiting maar bereiden de baarmoederhals voor.
- Weeën
- Hoe voelt een wee?
- Een wee bestaat uit verschillende fasen: een aanloop, een hoogtepunt en een uitloop. Gemiddeld duurt een hevige wee vanaf het begin tot het einde ongeveer anderhalve minuut. In de regel komen goede weeën meestal om de 3 à 5 minuten. Naarmate de geboorte dichterbij komt volgen de weeën elkaar sneller op tot om de minuut. Een wee is in het begin goed te verdragen, vervolgens zwelt ze aan en op het hoogtepunt is de druk op de baarmoedermond het grootst en daarmee ook de pijn het ergst. Een wee trekt aan de banden van je baarmoeder waardoor deze pijnlijk wordt. De pijn kan voelbaar zijn in de bovenbenen, de lies, de onderrug, en de onderbuik. Daarna neemt de wee weer af en kan je even op adem komen voor de volgende.
- Wat doet een wee?
- Weeën worden op gang gebracht door het hormoon oxytocine. Elke wee zorgt ervoor dat de baarmoederhals zich beetje bij beetje opent of ‘ontsluit’. Bij de eerste weeën is de baarmoederhals nog lang, stug en gesloten. Bij een eerste kindje moet de baarmoederhals eerst korter, en weker worden voordat ze kan ontsluiten. Eenmaal ze helemaal weg of ‘verstreken’ is, kan ze open gaan. Wanneer je al eens eerder via vaginale weg bevallen bent gebeurt het ontsluiten en verstrijken tegelijkertijd.
Elke wee brengt de geboorte van de baby dus dichterbij. Alvorens te beginnen met persen is het nodig om 10 cm ontsluiting te hebben.
De werking van het hormoon oxytocine wordt echter tegengewerkt door het stresshormoon adrenaline. Aangezien het adrenalinegehalte stijgt bij lichamelijke of psychologische stress wordt de bevalling hierdoor vertraagd. Daarom is het belangrijk om zoveel mogelijk te zorgen voor een ontspannen sfeer tijdens de arbeid.
- Houdingen tijdens de arbeid
- Welke verschillende houdingen zijn er mogelijk tijdens de arbeid?
- Bepaalde houdingen kunnen het opvangen van de weeën vergemakkelijken. Aan het begin van de ontsluiting is het vaak comfortabel om te blijven rondlopen. Als de weeën heviger worden is het beter om rustig maar in een actieve houding te zitten. Teveel spieractiviteit vraagt namelijk veel adrenaline, wat op zijn beurt de ontsluiting belemmert. Het is belangrijk zo lang mogelijk een verticale houding aan te nemen, zo heb je de zwaartekracht mee. Dit is bevorderlijk voor de indaling.
In wat volgt bespreken wij enkele voorbeelden van houdingen tijdens de arbeid. Probeer ze rustig eens uit en kijk welke houding jij het aangenaamst vindt.
Mogelijke houdingen:
- Leun voorover met je armen en hoofd op een bank, het aanrecht, de rugleuning van een stoel of het voeteinde van een bed.
- Ga op je knieën zitten en hang hierbij voorover op een bank, een stapel kussens of een bal.
- Wieg met je bekken: dit laat je toe de spieren van de buik en de bekkenbodem los te laten, waardoor het onderlichaam beter doorbloed wordt. Dit geeft tevens ontspanning waardoor je de pijn beter gaat verdragen.
- Hurken: deze houding heeft een aantal voordelen:
- Hurken maakt de rug-, bil- en bekkenbodemspieren langer en strakker
- Hurken voorkomt verstopping
- Hurken bevordert de juiste ligging van de baarmoeder en het kind
- De laatste weken voor de bevalling stimuleert regelmatig hurken het indalen van het hoofdje
- Let wel: hurken is niet aangewezen wanneer je last hebt van aambeien.
- - Hurken met steun: houd je vast aan een meubelstuk of je partner, of hurk op een stapel boeken.
- Staan: zachtjes wiegen met je heupen is een ideale en aangename houding tijdens de arbeid.
- Staan met steun: leun naar voren tegen een muur of omvat met je armen de nek van een andere persoon.
- Knielen: kniel met je knieën ongeveer 30 centimeter uit elkaar en met een rechte rug. Zet tegelijkertijd je handen op je heupen en maak vervolgens een draaiende beweging met je bekken.
- Half knielen: plaats beide knieën op de grond. Til vervolgens 1 knie van de grond en stap met dat been naar voren, zodat het een rechte hoek vormt met de ondergrond. Deze houding is bijzonder geschikt om de ontsluiting te bevorderen.
- Op handen en knieën: zet je beide knieën op een kussen voor een bank of het bed. Leg tevens een paar kussens op de zitting zodat je daarop kan liggen met je bovenlichaam en hoofd.
- ‘De trein’: zet 2 stoelen met de rugleuningen tegen elkaar. Plaats 2 kussens op de rugleuning en ga vervolgens schrijlings op de stoel zitten, met je onderarmen leunend op de kussens. Op deze manier drukt de baby goed op de baarmoedermond, wat de ontsluiting bevordert. De benen zijn bij deze houding goed gespreid, waardoor het bekken mooi open komt te staan. Dit geeft het hoofdje de mogelijkheid om in te dalen.
- Zijligging: leg je best op de zij waar de rug van het kindje zich bevindt( vraag hulp aan de vroedvrouw ). Leg een kussen onder je ene been en strek het andere been.
- Hangen aan een deur: door te ‘hangen’ creëer je een tegengewicht tegen de hevige pijn in je onderlichaam.
- De bevalling
- Hoe verloopt de bevalling?
- Een bevalling kan worden opgedeeld in 5 fasen.
De eerste fase is de latente fase. De weeën worden meestal nog niet als echt pijnlijk ervaren maar zorgen ervoor dat de baarmoederhals inkort of verstrijkt en dat de baarmoedermond gaat ontsluiten.
De tweede fase is de actieve fase. Dit is de periode van 3-4 cm ontsluiting tot 9 cm ontsluiting. De weeën in deze fase komen regelmatiger en gaan pijnlijker worden. Meestal breken tijdens deze fase ook de vliezen, al kan dit ook eerder gebeuren.
Je zal je helemaal moeten concentreren op deze weeën. Je kunt ze op verschillende manieren opvangen: door in bad of in de douche gaan, door afwisselende houdingen aan te nemen, door op een bal te zitten…
De derde fase is de overgangsfase. Deze fase is vaak de zwaarste. Het is de fase van 9 cm ontsluiting tot volledige ontsluiting. Veel vrouwen gaan dan al wat persdrang ondervinden. Omdat de ontsluiting op dit moment nog niet volledig is, is het belangrijk om nog niet mee te persen.
De vierde fase is de uitdrijvingsfase. Bij volledige ontsluiting mag je beginnen meepersen. Regelmatig wordt er naar de harttoontjes van je kindje geluisterd. Indien je al eerder bevallen bent, zal de uitdrijving vaak vlotter verlopen,
Na de geboorte wordt de baby gecontroleerd aan de hand van de Apgarscore.
Met deze test worden de ademhaling, hartslag, de huidskleur, de spierspanning en de reacties (huilen) van je kindje waargenomen en beoordeeld. Dit zal de gynaecoloog of vroedvrouw ongemerkt doen, terwijl je kindje op je buik ligt.
Na de geboorte dient de navelstreng nog te worden doorgeknipt. Allereerst worden er 2 klemmen op de navelstreng gezet waardoor deze bloedvrij gemaakt wordt. Daarna kan de partner of gynaecoloog de navelstreng doorknippen.
De vijfde fase wordt het nageboortetijdperk genoemd.
Dit is de periode wanneer de placenta of moederkoek en de vliezen moeten geboren worden. Er zijn nog enkele (minder sterke) weeën voelbaar, waardoor de baarmoeder gaat samentrekken en de placenta gaat loslaten. Hiervoor is het nodig om nog eenmaal mee te persen.
Er wordt steeds goed nagekeken of de placenta volledig is en of er geen placentaresten in de baarmoeder zijn achtergebleven.
Elke bevalling is uniek en verschillend. Het is belangrijk om te onthouden dat geen enkele bevalling dezelfde is.
- Wat is een keizersnede?
- Een keizersnede is een operatie waarbij het kindje via de buikwand wordt geboren. Eenmaal het kindje geboren is, worden de verschillende lagen van de buikwand door de gynaecoloog gehecht.
Bij een keizersnede zal de baby meteen na de geboorte onderzocht worden door de pediater. Naargelang zijn toestand zal de baby bij de mama mogen blijven of naar de neonatologieafdeling moeten.
- Wat met de borstvoeding na een keizersnede?
- Ook na een keizersnede is het perfect mogelijk om borstvoeding geven. Hierbij is het niet van belang of het om een geplande of een niet-geplande keizersnede gaat. Leg de baby zo snel mogelijk na de geboorte aan. De melkproductie zal even snel op gang komen als na een gewone bevalling. Als je de eerste dagen nog pijn hebt, voed je best liggend, dat zal comfortabeler zijn.
- DE BABY TIJDENS DE KRAAMPERIODE
- Gewicht
- Is het normaal dat mijn baby na de geboorte gewicht verliest?
- De eerste dagen na de geboorte is het normaal dat de baby tot 10% van het geboortegewicht verliest. Vermits de baby tijdens de zwangerschap een vetreserve heeft opgebouwd voor die eerste dagen, vormt dit gewichtsverlies geen probleem.
- Hoe weet ik of mijn baby voldoende voeding krijgt?
- Vanaf de leeftijd van 10 dagen zal de baby 90 tot 250 gr. per week bijkomen. Naast het gewicht van de baby zijn er nog andere signalen die aangeven of de baby voldoende voeding krijgt. De urine- en stoelgangproductie is hierbij eveneens van belang. Tijdens de eerste 6 weken verwachten we ongeveer 6 natte plasluiers en minstens 2 stoelgangluiers per dag. Verder is het belangrijk om er op te letten of je kind levendig en tevreden is.
Bij ongerustheid over het gewicht van je baby kan je je arts, vroedvrouw of regioverpleegkundige van Kind en Gezin contacteren.
- De hielprik
- Wat is de hielprik?
- Tussen de derde en de vijfde levensdag wordt bij iedere baby bloed afgenomen voor de opsporing van metabole stoornissen. Indien u bevalt met een kort ziekenhuisverblijf, zal de vroedvrouw of arts die aan huis komt de bloedafname uitvoeren, u moet er dus niet langer voor in het ziekenhuis blijven.
Anders dan de naam doet vermoeden wordt via een adertje in het handje druppeltjes bloed opgevangen op een vloeipapiertje. Dit bloed wordt getest op 11 aangeboren stofwisselingsziekten. Indien deze afwijkingen vroegtijdig worden opgespoord kan er een aangepast dieet en medicatie worden voorgeschreven.
Enkel wanneer de uitslag abnormaal is, wordt uw arts gewaarschuwd. Geen nieuws is goed nieuws dus. Deze test is volledig kosteloos.
- Tips voor de babyverzorging
- Wat is de normale lichaamstemperatuur van een baby?
- De normale lichaamstemperatuur van een pasgeborene ligt tussen 36.5 en 37.5 °C. De temperatuur controleer je steeds wanneer de baby net uit zijn bedje komt, baby’s koelen immers snel af.
- Wat doen bij een hoge lichaamstemperatuur?
- Wanneer je baby een temperatuur van meer dan 37.5 °C heeft:
- controleer de omgevingstemperatuur (max. 20° C wordt aangeraden)
- dek de baby minder warm toe, eventueel een kledingstuk minder aandoen
- controleer de temperatuur opnieuw na 1 uur.
Indien er na een uur, en na de bovenstaande acties geen verbetering is, contacteer de vroedvrouw of arts.
Controleer de temperatuur extra na de thuiskomst uit de kraamkliniek. Dit omdat er een groot verschil is tussen de temperatuur in het ziekenhuis en thuis, en baby’s hier gevoelig voor zijn.
- Wat doen bij een lage lichaamstemperatuur?
- Wanneer je baby een temperatuur van minder dan 36.5 °C heeft:
- controleer de omgevingstemperatuur (tussen 18° en 20°C)
- kleed de baby warmer aan: een extra hemdje/body, muts, sokjes, in dekentje wikkelen
- controleer de thermometer
- neem je baby dicht bij jou
- controleer de temperatuur opnieuw na 1 uur.
Indien er na een uur, en na de bovenstaande acties geen verbetering is, contacteer de vroedvrouw of arts.
- Hoe komt het dat mijn baby geel ziet?
- De normale huidskleur van een baby is roze. Wanneer je baby een gele kleur heeft wordt dit veroorzaakt door gele stof in het bloed, bilirubine. Bilirubine komt vrij bij de afbraak van rode bloedcellen. Baby’s zijn niet altijd in staat deze stof uit te scheiden, waardoor het terug wordt opgenomen in het bloed. Wanneer de waarde van het bilirubine in het bloed te hoog is, heeft de baby lichttherapie nodig in het ziekenhuis.
- Wat doen als mijn baby geel ziet?
- Wanneer je merkt dat je baby geel ziet, is het belangrijk om:
- je baby goed in het daglicht te leggen (geen rechtstreeks zonlicht)
- je baby goed te laten drinken
- je vroedvrouw of huisarts te verwittigen om de baby na te kijken
Verder dien je ook je vroedvrouw of arts te contacteren wanneer je baby een zeer bleke of grauwe huidskleur krijgt of erg suf is.
- Hoe verzorg ik de navel van mijn baby?
- De basisverzorging van de navelstomp is afhankelijk van de plaats waar je bevallen bent. Volg de adviezen die je kreeg van de zorgverleners.
Enkele algemene tips:
-
Plooi de luier aan de voorkant naar buiten toe zodat er lucht aan de navel kan.
- Bij roodheid je vroedvrouw of arts verwittigen.
- Hoe verzorg ik een verstopte neus?
- Bij slijmpjes of een verstopte neus kan je fysiologisch water in het neusje druppelen en het zuiver maken met een watje of kompres.
- Hoe verzorg ik vuile ogen?
- Vuile ogen kan je reinigen met een watje dat gedrenkt is in fysiologisch water of waar wat moedermelk op gedruppeld is.
- Hoe verzorg ik de oren van mijn baby?
- De oren steeds goed afdrogen. De oren binnenin, enkel indien nodig, zuiver maken met een opgerold watje. Gebruik geen wattenstaafjes.
- Wat doen bij krampen?
- Heel wat baby’s hebben last van krampen. Dit heeft te maken met het feit dat hun darmstelsel nog onrijp is.
Om de krampen te verzachten kan je verschillende comfortgevende houdingen uitproberen:
- de buik van je baby tegen de buik van mama of papa
- de baby liggend op voorarm, liggend over dijbeen, zodat hij/zij een zekere tegendruk ervaart
- massage van de onderbuik in wijzerszin (en eindigen links onder), eventueel met massage-olie
- indien je borstvoeding geeft kan je zelf venkelthee drinken (maximaal 3 koppen per dag) .
- Hoe verzorg ik de huid van mijn baby?
- Het is zeker niet nodig om de baby elke dag een bad te geven. Wel is het belangrijk om dagelijks de ogen en de geslachtsdelen goed te schoon te maken.
Baby’s hebben vaak een droge huid. Het kan helpen om olie in het badje te doen en achteraf de baby in te smeren met babymelk.
Overmatig gebruik van allerlei babyproducten is af te raden.
- Hoe verzorg ik rode billetjes?
- De billetjes van je baby preventief insmeren is niet nodig. Indien je borstvoeding geeft kan je bij lichte roodheid moedermelk op de billetjes aanbrengen. Kamillosan® in het badje zorgt voor snelle verlichting van irritatie en jeuk dankzij de verzachtende werking van kamille.
Bij ernstige roodheid kan je zinkoxidezalf gebruiken. Wanneer de uitslag bovendien vochtig is kan er eosine (waterige oplossing) worden aangebracht. Dit heeft een uitdrogend effect. Laat ook de billetjes van je kindje regelmatig bloot aan de lucht. Bij hardnekkige uitslag kan een aangepaste zalf aangewezen zijn, in afspraak met je vroedvrouw of arts.
- Waarom huilt mijn baby?
- In het begin is huilen de enige manier die je baby heeft om met jou te communiceren. Huilen kan verschillende redenen hebben. De eerste dagen is het moeilijk om een verschil te horen, maar na een tijdje zal het beter lukken om te weten wat je baby nodig heeft.
Mogelijke redenen voor het huilen:
- Vermoeidheid: Rust en regelmaat zijn heel belangrijk. Leg je baby daarom al bij de eerste tekenen van vermoeidheid in zijn bedje (in de oogjes wrijven, geeuwen,…). Probeer een regelmaat aan te houden, zeker op dagen dat je uit huis bent met de baby of je bezoek hebt.
- Honger: Probeer de hongersignalen van je baby te herkennen. Zuigt hij op zijn handje of vingers, maakt hij smakgeluidjes,…? Voed de baby liefst voordat hij begint te huilen.
Misschien heb je de baby net gevoed en heeft hij weer honger. Dit kan een groeispurt zijn. Deze komen voor rond 10 dagen, 3 weken, 6 weken en 3 maanden. Op deze momenten wil de baby heel vaak drinken.
Als je baby nog honger lijkt te hebben na de voeding contacteer dan een vroedvrouw
- Te veel prikkels: Bijvoorbeeld bij te veel bezoek in huis kan dit voorkomen. Neem je baby mee naar een rustige plaats en kalmeer hem.
- Zuigbehoefte: een aantal baby’s heeft een grote zuigbehoefte. Overleg met je vroedvrouw over het gebruik van een fopspeen. Wanneer je borstvoeding geeft wordt dit tijdens de eerste 4 tot 6 weken afgeraden omwille van mogelijke zuigverwarring en het uitstellen van hongersignalen.
- Huidhonger: Sommige baby’s hebben ‘huidhonger’. Ze hebben veel behoefte aan fysiek contact en knuffels. Een draagdoek kan hiervoor een oplossing bieden. Op deze manier heb je je kindje dicht bij jou, en heb je toch je handen vrij. Ook hier de baby bij de eerste tekenen van vermoeidheid in bedje leggen.
- Krampen: Zie babyverzorging
- Een boertje: Soms kan er nog wat lucht vastzitten. Als de baby dan neerligt is dit geen aangenaam gevoel. Let erop dat je baby steeds een boertje heeft gelaten na het eten, voordat hij weer in zijn bedje gaat.
- Huiluurtje: Veel baby’s hebben elke dag hun vast ‘huiluurtje’, meestal ’s avonds. Hier valt niet veel tegen te doen. Hou de baby dan stevig vast zonder al te veel heen en weer te wiegen.
- Zoek hulp wanneer je baby te veel huilt. Ga steeds na of er een medische oorzaak voor het huilen is. Een arts, vroedvrouw, of de regioverpleegkundige van Kind en Gezin kan je verder helpen.
Als het voor jezelf op een gegeven moment teveel wordt, leg je baby dan even op een veilige plaats en ga naar buiten, of naar een kamer waar je de baby niet meer hoort. Blijf daar tot je weer rustig bent, en ga dan je baby troosten.
Rust, regelmaat en eventueel inbakeren kan soms een oplossing bieden, maar informeer je eerst goed.
Veilig slapen
Wees ervan bewust dat een baby veel slaapt, ongeveer 20 uur per dag.
Daarom is het ook belangrijk dat hier de nodige aandacht aan wordt besteed.
Bestudeer het slaapgedrag van je baby. Rustig slapen is normaal. Veel wakker zijn en onrustig slapen, dit wil zeggen telkens wakker schrikken, is ongewoon. Meld dit aan de kraamverzorgster, vroedvrouw, regioverpleegkundige van Kind en Gezin of arts.
Enkele tips voor het slapen :
- Leg je baby altijd op zijn rug te slapen.
- Pas de temperatuur van de slaapkamer aan (tussen 18 en 20°C).
- Kleed je baby niet te warm aan, beter te koud dan te warm.
- Leg nooit een elektrische deken, kersenpitkussen of een warmwaterkruik bij je baby. Dit geeft teveel warmte af.
- Gebruik geen donsdeken en bedrandbeschermers tot de leeftijd van 1 jaar en geen hoofdkussen tot 2 jaar. Leg je baby te slapen met een katoenen lakentje en een dekentje of in een dunne slaapzak.
- Maak het bedje ‘kort’ op, zodat de voetjes van de baby tegen de achterkant van het bedje liggen.
- Plaats geen pluchen knuffels naast het hoofdje van je baby.
- Plaats het bedje ’s nachts in jouw slaapkamer, zodat je steeds je baby hoort.
- Niet roken in de kamer waar de baby slaapt.
- DE MOEDER TIJDENS DE KRAAMPERIODE
- Bloedverlies na de bevalling
- Hoelang duurt het bloedverlies na de bevalling?
- Na de bevalling is het normaal dat je gedurende 4 tot 6 weken bloedverlies hebt. Dit komt omdat de placenta een ‘wonde’ heeft achtergelaten in de baarmoeder. Het is belangrijk dat de baarmoeder goed samentrekt en als het ware een harde bol vormt. Op deze manier wordt het bloedverlies beperkt. De eerste dagen zal het zijn zoals een hevige menstruatie, en na een tijdje heb je eerder donkerrood/bruin bloedverlies zoals op de laatste dagen van je menstruatie. Wanneer je plots hevig bloedverlies hebt, meer dan een hevige menstruatie, spreekt men van een bloeding.
- Hoe kan je hevig bloedverlies voorkomen?
- Regelmatig plassen: een lege blaas vergemakkelijkt het samentrekken van de baarmoeder, omdat een volle blaas de baarmoeder omhoog duwt
Bij borstvoeding regelmatig aanleggen: tijdens het aanleggen komt oxytocine vrij, dit hormoon doet de baarmoeder samentrekken
De baarmoeder zachtjes masseren
- Wat doen bij hevig bloedverlies?
- Onmiddellijk gaan plassen
- Start borstvoeding of tepelstimulatie
- De baarmoeder zachtjes masseren
- IJs op de buik leggen
- Indien geen verbetering: best naar het ziekenhuis vertrekken
- Raadpleeg bij twijfel steeds je arts of vroedvrouw.
- Kraamtranen
- Wat wordt verstaan onder ‘kraamtranen’ of ‘babyblues’?
- Kraamtranen, of beter bekend als de babyblues, komen meestal voor op rond derde of vierde dag na de bevalling. De geboorte van een kind is een emotioneel gebeuren. Het kan overigens zijn dat je erg moe bent en ergens pijn hebt. Je bent dol op je baby, maar je hebt het gevoel dat je dit allemaal niet gaat aankunnen.
Het kan je overkomen dat je zonder directe aanleiding huilbuien krijgt en dat je je prikkelbaar, angstig of emotioneel voelt. Dit is een normale reactie.
- Wat doen bij babyblues?
- Geef jezelf de tijd om te wennen aan de nieuwe situatie, aan je baby. Laat deze gevoelens toe. Een goede huilbui kan de nodige opluchting bieden. Elke kersverse mama maakt dit mee, in mindere of meerdere mate.
Tips:
- Streef realistische doelen na in de verzorging van je baby en huishouden.
- Aanvaard hulp als die wordt aangeboden, vraag eventueel kraamhulp aan.
- Neem elke dag wat tijd voor jezelf en probeer voldoende te rusten.
- Eet evenwichtig.
- Ontken deze gevoelens niet, zoek hulp als je die nodig hebt. Die kan je al vinden door te praten met je partner, je moeder, zus of vriendinnen of eventueel een vroedvrouw of arts.
Bij blijvende gevoelens van neerslachtigheid, aarzel niet om je vroedvrouw of arts te contacteren.
- Intieme verzorging na de bevalling
- Waar moet ik op letten bij de intieme verzorging na de bevalling?
- Na de bevalling kan het zijn dat een scheurtje op knipje hebt. Ook zal je gedurende 4 tot 6 weken nog bloedverlies hebben. Daarom is het belangrijk je schaamstreek goed te verzorgen door regelmatig te spoelen of zitbadjes te nemen.
Dit zijn enkele tips:
Spoelen na elk toiletbezoek
- In de douche
- Met een flesje lauw water op het toilet
- Je schaamstreek na het spoelen steeds goed droogdeppen
Maandverband
- Regelmatig verversen aangezien je veel bloed verliest, en meer kan zweten
- Luchtig, dik maandverband: klassiek type, liefst zonder plastic laagje
Je mag in bad indien alles in orde is
- Een zuiver bad: geen badschuim, badzout, zeep
- Max. 15 minuten om verweking te voorkomen
Je kan ook een zitbad met kamille (Kamillosan®) nemen
- Vanaf de eerste dag na de bevalling
- Gedurende ongeveer 10 minuten
- Geen beperking in frequentie
- 1 maatje Kamillosan® in badwater
- Verzorging van de knip of een scheurtje
- Hoe verzorg ik mijn knip of scheurtje?
- Een knip of scheurtje vraagt tijd om te helen. Indien je last hebt van je knip contacteer dan een vroedvrouw of je arts om het te laten nakijken.
Dit zijn enkele tips voor de verzorging:
Gewone knip
-
Spoelen en droogdeppen na elk toiletbezoek.
- Maandverband regelmatig verversen.
- Kies best een klassiek type maandverband dat luchtdoorlatend is (zonder plastiek laagje).
Pijnlijke knip
- Pijnmedicatie nemen indien nodig, op advies van je arts of vroedvrouw.
Gezwollen knip
-
Spoelen en droogdeppen na elk toiletbezoek.
- Maandverband regelmatig verversen.
- Kies best een klassiek type maandverband dat luchtdoorlatend is (zonder plastiek laagje).
- Tijdens de eerste 24 u na de bevalling mag je ijs op de knip leggen. Daarna best niet meer, tenzij op advies.
- Ga regelmatig liggen, zoniet krijg je op het einde van de dag een zwaartegevoel.
Scheurtje
-
Spoelen en droogdeppen na elk toiletbezoek.
- Maandverband regelmatig verversen.
- Kies best klassiek type maandverband dat luchtdoorlatend is (zonder plastiek laagje).
- Pijnklachten steeds melden aan je arts of vroedvrouw
- Vrijen na de bevalling
- Hoe snel na de bevalling mag je opnieuw vrijen?
- Na de bevalling kan het zijn dat je een tijdje geen zin hebt in seks. Misschien ben je er lichamelijk nog niet aan toe door bloedverlies, pijn of hechtingen aan een knip, scheurtje of een keizersnede. Slaapgebrek komt je libido ook niet ten goede.
Het is heel natuurlijk om een beetje bang te zijn, of dat je partner gemengde gevoelens heeft over vrijen doordat hij bij de bevalling aanwezig is geweest.
Best wacht je met vrijen totdat je geen bloedverlies meer hebt en je je er zelf klaar voor voelt. De eerste maal vrijen na de bevalling kan pijn met zich meebrengen. De schede is nog wat gevoelig en droger, zeker als je borstvoeding geeft. Het gebruiken van glijmiddel kan hierbij helpen. Deze periode is dan ook een moment waarop je je intieme gevoelens op een alternatieve manier kan beleven samen met je partner. Contacteer je arts als je blijvende of abnormale pijn hebt bij het vrijen.
- Anticonceptie na de bevalling
- Ik geef borstvoeding. Ben ik dan beschermd tegen een nieuwe zwangerschap?
- Wanneer je borstvoeding geeft duurt het meestal enkele maanden voor je opnieuw menstrueert. Toch ben je tijdens deze periode niet volledig beschermd tegen een eventuele zwangerschap. Denk eraan dat de eisprong altijd aan de menstruatie voorafgaat en je dus al vruchtbaar kan zijn nog voor je opnieuw menstrueert. Bovendien zijn er een aantal voorwaarden waaraan voldaan moet zijn opdat borstvoeding zou beschermen tegen zwangerschap. Het moet gaan om:
- exclusieve borstvoeding en dus geen bijvoeding zoals water of kunstvoeding
- borstvoeding op verzoek, met tussenpozen van niet meer dan 6 uur
- en dit enkel tot 6 maanden na de geboorte
Wanneer er opnieuw een menstruatie optreedt of als de borstvoeding niet meer exclusief is, zijn aanvullende methoden aangewezen.
- Welke anticonceptie kan ik gebruiken als ik borstvoeding geef?
- Er zijn zowel hormonale als niet-hormonale anticonceptiva die kunnen gebruikt worden tijdens de borstvoeding. Overleg steeds met je gynaecoloog of huisarts welk voorbehoedsmiddel het meest geschikt is.
Hormonale anticonceptiva
- De anticonceptiepil. Voor borstvoedende moeders is het aangewezen om te kiezen voor een anticonceptiepil die geen oestrogenen maar enkel een laaggedoseerd progestageen bevat, m.n. de minipil. Belangrijk bij de minipil is dat ze elke dag op het zelfde tijdstip moet genomen worden, en dat er geen stopweek is. Als de pil op deze manier gebruikt wordt is ze zeer betrouwbaar.
Ook de prikpil – die elke drie maanden als injectie wordt toegediend – bevat enkel progestageen en kan tijdens de lactatieperiode veilig worden gebruikt.
Een combinatiepil waarbij oestrogenen en progestagenen gecombineerd worden, wordt afgeraden omdat zowel de melkproductie als de samenstelling van de moedermelk hierdoor negatief worden beïnvloed.
Men dient er zich echter bewust van te zijn dat ook de mini- of prikpil bij gebruik kort na de bevalling voor een verminderde melkproductie kan zorgen. Het gebruik zo lang mogelijk uitstellen (liefst minstens tot 6 weken postpartum) is daarom aangewezen.
- Het hormoonspiraaltje. Dit is een combinatie van een spiraal en een hormoonpreparaat. Het spiraaltje geeft progestageen af in de baarmoeder in een zeer lage dosis. Dit wordt geplaatst door je gynaecoloog of huisarts.
- De implanon of het staafje. Dit is een klein kunststofstaafje dat onderhuids wordt ingebracht. Dit staafje geeft langzaam progestageen af en werkt op dezelfde manier als de minipil. Het wordt door de gynaecoloog geplaatst.
Niet-hormonale anticonceptiva
- De niet-hormonale middelen zijn: het condoom, het koperspiraaltje of periodieke onthouding.
- Welke anticonceptiva kan ik gebruiken als ik kunstvoeding geef?
- Bij kunstvoeding zal je menstruatie sneller terugkeren. Je kan elk voorbehoedsmiddel gebruiken, steeds in overleg met je arts.
- Aandachtspunten m.b.t. de bekkenbodem
- Wat is de functie van de bekkenbodemspieren?
- De bekkenbodem bestaat uit drie lagen spieren. Deze liggen tussen het schaambeen en het staartbeen, en tussen de zitbeenknobbels. Ze sluiten de buikholte onderaan af en steunen als een rekbare, veerkrachtige en beweeglijke bodem de organen die zich in het bekken bevinden.
In deze spierlagen bevinden zich drie openingen: de urinebuis, de vagina en de anus.
Deze spieren vormen een acht, waarvan één ronding rond de vagina en de urinebuis ligt.
De bekkenbodem wordt normaal onbewust gebruikt bij plassen (ontspannen), niezen en lachen (opspannen). Deze spieren worden bewust gebruikt als je ze optrekt en aanspant om urine of ontlasting tegen te houden.
De bekkenbodem heeft drie belangrijke functies:
- Steunfunctie: ondersteunen van de organen in het bekken om verzakking van darmen, blaas, en baarmoeder te voorkomen.
- Sluitfunctie: afsluiten van de urinebuis en de endeldarm om verlies van urine en stoelgang tegen te houden. Dit is belangrijk bij verhoogde druk zoals bij hoesten en niezen.
- Seksuele functie: bevordert de seksualiteitsbeleving.
- Tijdens de zwangerschap is vooral de steunfunctie belangrijk en ligt de nadruk op ontspanning van de bekkenbodem. Zwangerschap en geboorte vormen vaak een oorzaak van spierverzwakking. Tijdens de bevalling worden de bekkenbodemspieren enorm uitgerokken en hierdoor ook beschadigd. Bijgevolg moet na de bevalling de steun- en sluitfunctie hersteld worden.
- Hoe kan ik verzwakking van de bekkenbodemspieren voorkomen?
- Door oefening van de bekkenbodemspieren kan je ongewild urineverlies en verzakkingen voorkomen. Wacht niet tot er problemen zijn om te starten met oefenen.
Enkele tips voor je begint:
- Neem even tijd om te oefenen.
- Doe de oefeningen regelmatig.
- Probeer te oefenen op bepaalde momenten, bvb. als je voor een rood licht staat, aan de kassa,…
- Ontspan je nek en schouders.
- Doe geen oefeningen tijdens de borstvoeding.
- Raadpleeg je kinesist, arts of vroedvrouw om oefeningen aan te leren. Vanaf 6 weken na de bevalling mag je beginnen met postnatale kinesitherapie, vraag hiervoor en voorschrift aan je arts.
- BORSTVOEDING
- Het belang van borstvoeding
- 1. Waarom kiezen voor borstvoeding?
- Voordelen voor de baby
Moedermelk is een uniek en levend product dat volledig is aangepast
aan de behoeften van de baby op elke leeftijd. Exclusieve borstvoeding
is de standaard waarmee alle andere babyvoeding vergeleken zou
moeten worden wat betreft groei, gezondheid en ontwikkeling,
zowel op korte als lange termijn. Moedermelk bevat veel meer
dan enkel voedingsstoffen. Het speelt een belangrijke rol in
de algemene ontwikkeling, in de groei, en in de ontwikkeling
van het immuunsysteem en het zenuwstelsel. Moedermelk
beschermt de baby tot hij zichzelf kan beschermen.
Moedermelk draagt enerzijds bij tot de ontwikkeling van het immuunsysteem,
anderzijds beschermt moedermelk actief tegen ziekte. Wetenschappelijk
onderzoek heeft aangetoond dat (vooral) de antistoffen in zowel
het colostrum als de rijpe moedermelk baby’s beschermen tegen
volgende infectieziekte
- hersenvliesontsteking
- diarree
- luchtweginfecties
- necrotiserende enterocolitis
- middenoorontsteking
- urineweginfecties
Daarnaast wijzen sommige studies op een beschermende werking voor:
- wiegendood tijdens het eerste levensjaar
- suikerziekte
- leukemie
- lymfekanker
- Ziekte van Hodgkin
- astma bij oudere kinderen en volwassenen
- overgewicht en obesitas.
Maar verder onderzoek hieromtrent is nodig.
Borstvoeding speelt verder een belangrijke rol in het beschermen
tegen allergie. Zo zal een kind met aanleg voor allergie minder
snel klachten hebben indien er de eerste zes maanden uitsluitend
borstvoeding wordt gegeven. Ook zullen de allergische symptomen minder ernstig zijn.
Voordelen voor de moeder
Naast voordelen voor de baby heeft borstvoeding ook belangrijke
voordelen voor de moeder, en dit zowel op het vlak van gezondheid als op praktisch vlak.
- Gezondheidsvoordelen:
- minder bloedverlies na de bevalling
- baarmoeder krimpt sneller in tot haar normale grootte
- minder vaak ijzertekort
- je komt sneller terug op je gewicht van voor de zwangerschap
- borstvoeding vormt tijdelijk een natuurlijke anticonceptie indien aan een aantal strikte voorwaarden is voldaan.
- moeders met zwangerschapssuikerziekte hebben een lager risico op het ontwikkelen van ouderdomssuikerziekte wanneer ze borstvoeding geven
- moeders met suikerziekte hebben een lagere insulinebehoefte
- verminderd risico op borstkanker, eierstokkanker en mogelijk ook voor osteoporose (verder onderzoek vereist)
- Praktische voordelen:
- moedermelk is steeds klaar en op temperatuur
- geen werk om flesjes te steriliseren en klaar te maken
- geen uitgaven voor kunstvoeding
- minder medische kosten dankzij de gezondheidsvoordelen van borstvoeding
- minder ziekteverzuim door de moeder omwille van zieke kinderen
- minder afval.
- 2. Wat zijn de unieke eigenschappen van moedermelk?
- Moedermelk draagt enerzijds bij tot de ontwikkeling van het immuunsysteem,
en biedt anderzijds de bescherming die je kind nodig heeft tot
het zichzelf kan beschermen.
- Wetenschappelijk onderzoek heeft bewezen dat moedermelk net als
colostrum beschermt tegen infectieziekten, zoals hersenvliesontsteking,
maagdarminfecties, luchtweginfecties, necrotiserende enterocolitis,
urineweginfecties en middenoorontsteking. Daarnaast wijzen bepaalde
onderzoeken op een beschermende werking voor lymfekanker, wiegendood,
Ziekte van Hodgkin, leukemie, diabetes type I en II, overgewicht
en obesitas en astma bij oudere kinderen en volwassenen. Verder
onderzoek hieromtrent wordt nog gevoerd.
- Moedermelk bevat antistoffen. Het is in de eerste plaats hierop
dat de beschermende werking van moedermelk gebaseerd is. De concentratie
ligt in moedermelk weliswaar lager dan in colostrum, maar doordat
de baby grotere hoeveelheden drinkt blijft de dagelijkse hoeveelheid
antistoffen ongeveer constant doorheen de hele borstvoedingsperiode.
- 3. Hoe lang geef ik best borstvoeding?
- De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) beveelt aan om tot de leeftijd
van zes maanden exclusief borstvoeding te geven, en daarna (naast
bijvoeding) te blijven voeden tot en met het tweede levensjaar
of langer, zolang moeder en kind het willen.
- Samenstelling van moedermelk
- 4. Is de samenstelling van moedermelk constant?
- Nee. De samenstelling van moedermelk is niet constant maar varieert
naargelang het stadium van de borstvoedingsperiode, de leeftijd
van je kind, het borstvoedingspatroon, het verloop van de voeding,
en het seizoen. De samenstelling van moedermelk is steeds aangepast
aan de behoeften van je baby op dat moment.
- 5. Wat is colostrum?
- Colostrum is de melk die vlak na de geboorte vrijkomt. Van dag
1 tot dag 5 is moedermelk dik, romig en gelig. Dit colostrum bevat
veel antistoffen die je baby beschermen tegen infecties. In vergelijking
met rijpe moedermelk zitten er in colostrum meer eiwitten en mineralen
enerzijds, en minder koolhydraten, vetten en bepaalde vitamines
anderzijds. Bij de overgang van colostrum naar rijpe moedermelk
neemt de concentratie antistoffen af. Toch blijft de dagelijkse
totale hoeveelheid antistoffen die via de moedermelk aan je kind
wordt doorgegeven constant doorheen de borstvoedingsperiode. De
hoeveelheid melk die de baby drinkt neemt immers toe wanneer de
concentratie daalt en wanneer het melkvolume later weer afneemt,
zal de concentratie aan antistoffen opnieuw toenemen.
- 6. Wat is rijpe moedermelk?
- Na enkele dagen verandert het dikke, romige en gelige colostrum geleidelijk in dunnere,
rijpe moedermelk die wit of soms blauw-wit van kleur is. De samenstelling van rijpe moedermelk is anders dan
die van colostrum: ze bevat meer vetten en koolhydraten en minder eiwitten.
De samenstelling is altijd aangepast aan de leeftijd van de baby.
- 7. Wat is het verschil tussen voormelk en achtermelk?
- Tijdens een voeding gaat de melk over van voormelk naar achtermelk. De melk die ter beschikking is bij het
begin van de voeding is gekend als ‘voormelk’ terwijl de term ‘achtermelk’ vaak
gebruikt wordt om te verwijzen naar de melk die de baby naar het einde van de voeding toe, inneemt.
Het enige verschil tussen voor- en achtermelk is het vetgehalte.
Binnen een bepaalde borstvoeding stijgt het vetgehalte naarmate de melk uit de borst verwijderd wordt.
Aan het begin van de voeding is de melk helder en bevat veel water en melksuiker (lactose).
Naarmate de borst leger wordt zal de melk dikker worden en meer vetten bevatten die je baby nodig heeft om goed te groeien.
- Basisprincipes rond borstvoeding
- 8. Hoe leg ik mijn baby goed aan?
- Allereerst is het belangrijk om goed gesteund en comfortabel
te zitten. Leg je baby dicht tegen je aan (buik tegen buik). Ondersteun
de rug van je baby door het plaatsen van een handpalm tussen de
schouders. Het hoofdje en de nek van je baby dienen op één
lijn te liggen, ondersteund door je pols of voorarm. Positioneer
hem zo dat hij de ruimte heeft om zijn hoofdje en nek vrij te bewegen.
Let er op dat je baby niet wordt vastgehouden ter hoogte van het
achterhoofd: dit voelt beangstigend aan en kan ertoe leiden dat
hij de borst gaat weigeren.
- Wanneer de baby aanhapt is het belangrijk dat hij zowel de tepel,
het tepelhof als wat borstweefsel in de mond neemt. De kin van
je baby ligt dicht tegen de borst aan. Zijn neusje raakt de borst
maar blijft vrij om te ademen. Hij houdt de borst stevig vast zodat
ze niet in en uit het mondje kan bewegen. Het mondje is wijd opengesperd
en de lippen krullen naar buiten. Het topje van zijn tong reikt
tot over de onderste tandenboog. Wanneer de baby goed is aangelegd
is er een ritmisch patroon van zuigen en slikken met af en toe
een pauze te horen.
- 9. Welke verschillende houdingen zijn er om mijn baby te voeden?
- 1. Zittend voeden of madonna-houding
- Dit is de meest gebruikte houding en wordt ook als meest comfortabel
ervaren. Je baby ligt op zijn zij met de voorkant van zijn lichaam
helemaal naar jou toe (buik tegen buik). Het hoofdje rust op je
onderarm en de rug wordt door dezelfde onderarm ondersteund.
Nadeel van deze houding is dat het hoofdje meestal niet stevig
ondersteund wordt maar wiebelt op je arm, en je hier als moeder
slechts weinig controle over hebt.
- 2. Doorgeschoven in zittende houding voeden
- Dit is een variant op de klassieke zittende houding, waarbij
je baby op de rechterarm ligt en je het hoofdje met de rechterarm
ondersteunt. Tegelijkertijd bied je met jouw linkerhand de linkerborst
aan. De houding kan vooral in het begin zinvol zijn, omdat de moeder
hier goed kan bijsturen.
- 3. Zittend voeden met de baby onder de arm, bakerhouding of rugbyhouding
- Bij deze houding ligt je baby met zijn beentjes onder jouw arm.
Zijn hoofdje rust in je hand en de rug wordt ondersteund door je
onderarm. Op het moment dat je baby wil aanhappen breng je hem
dicht naar je toe. Best kunnen dan kussens gebruikt worden om de
baby comfortabel met de onderarm ter hoogte van de borst te houden.
Dit is een minder bekende houding die erg nuttig kan zijn als je
baby het moeilijk heeft om de tepel goed te pakken. Je hebt immers
een goed zicht op wat er gebeurt en je kan de houding van je baby
controleren. Ook vrouwen met erg zware borsten, vlakke tepels,
stuwing of keizersnede vinden deze houding vaak prettig.
- 4. Verticale positie van de baby
- Je kan je baby ook in verticale positie voeden. Hierbij zit hij
rechtop met zijn buikje tegen jouw buik en jij ondersteunt de rug
en het hoofdje. In deze positie heeft je baby zelf meer controle
over de melkvloed.
- 5. Liggend op de zij voeden
- Je ligt op je zij met een kussen onder je hoofd en in je rug.
Je baby ligt eveneens op zijn zij met de mond ter hoogte van de
tepel. Je kan je onderste arm onder je hoofd of kussen leggen,
en met de andere arm je baby naar je toe trekken wanneer hij wil
aanhappen.
Deze houding is erg geschikt wanneer je wil vermijden om na de
bevalling te zitten op een pijnlijke scheur of knip of om druk
op de wonde van de keizersnede uit te oefenen. Bovendien is het
op deze manier mogelijk om tijdens het voeden te rusten of te slapen.
- 6. Liggend op de rug voeden
- Je ligt op je rug met wat kussens onder je hoofd en evt. onder
je schouders. Je baby ligt op zijn buikje bovenop jou of gedeeltelijk
op een kussen naast je. Het mondje van de baby komt ter hoogte
van de tepel. Je ondersteunt met de binnenkant van je hand zijn
voorhoofd zodat zijn neusje niet in de borst zakt. Het is belangrijk
om er op te letten dat je baby met de onderkaak voldoende houvast
heeft doordat hij met zijn kin vlak tegen de borst ligt.
Deze houding is erg handig als je een sterke toeschietreflex hebt.
- 10. Hoe vaak moet/mag ik mijn baby voeden
- Op basis van wetenschappelijk onderzoek beveelt de Wereldgezondheidsorganisatie
(WHO) aan om gezonde en voldragen baby’s steeds op vraag te voeden. Dit
betekent dat de baby mag drinken telkens hij hiertoe signalen geeft, m.a.w.
zo vaak en zo lang hij wil. De eerste weken na de geboorte
is het heel normaal dat de baby 8 tot 12 keer wil gevoed worden.
- 11. Hoe toont mijn baby dat hij honger heeft?
- Er zijn opeenvolgende manieren waarop je baby aangeeft dat hij honger heeft:
- sabbelen en zuigen
- subtiele lichaamsbewegingen, onrust
- handjes naar de mond brengen en er eventueel op zuigen
- zoeken, zuigen op eender wat in de buurt van zijn mondje komt
- bij een oudere baby: zich naar de borst draaien
- huilen.
- Huilen is dus een erg laat hongersignaal. Het is belangrijk om
snel te reageren op de signalen van de baby en niet te wachten
tot de baby uiteindelijk van streek geraakt en begint te huilen.
Een huilende baby kan immers niet drinken maar heeft tijd nodig
om getroost en gekalmeerd te worden.
- 12. Hoe weet ik of mijn baby voldoende melk drinkt?
- Heel wat moeders stellen zich de vraag of de baby wel voldoende
melk krijgt. Hierbij kunnen vooral het aantal natte luiers en het
gewicht van de baby een indicatie zijn.
- Urine en stoelgang
Wanneer de melkproductie goed op gang komt, vanaf de derde of vierde
dag na de bevalling, hoort je baby zes tot acht natte katoenen
luiers of vijf tot zes wegwerpluiers per dag te hebben. Na zes
weken zal de blaas van je baby in omvang toenemen en in staat
zijn om meer urine te bevatten. Hierdoor kan het aantal natte
katoenen luiers afnemen tot vijf of zes per dag, en het aantal
wegwerpluiers tot vier of vijf per dag, maar ze zullen per keer
meer urine bevatten. Het is hierbij steeds belangrijk dat de
urine niet sterk geconcentreerd of sterk ruikend is.
- Eén à twee dagen nadat de melkproductie op gang gekomen is en
het meconium is uitgescheiden, zal de ontlasting van een borstgevoede baby
vormeloos en geelachtig van kleur zijn, met een milde niet onaangename geur.
De meeste baby’s zullen zolang ze uitsluitend borstvoeding krijgen twee
tot vijf keer ontlasting hebben per etmaal. Wanneer je baby tijdens de eerste
vier tot zes weken minder dan twee keer per etmaal ontlasting heeft is het
zinvol om de frequentie en de duur van de borstvoeding na te gaan en het aantal
natte luiers te controleren. Ook wanneer er slechts weinig ontlasting is, de
ontlasting onregelmatig, droog of hard is, zijn er mogelijk problemen met de
melkproductie. Na de leeftijd van vier tot zes weken is de stoelgangfrequentie
bij borstgevoede kinderen sterk wisselend. Dit kan variëren van zeven
keer per dag tot één keer per week. Op voorwaarde
dat de stoelgang zacht blijft wordt dit als normaal beschouwd.
- Gewicht
Verder kan het gewicht van je baby aangeven of hij voldoende voeding
krijgt. De melkproductie is ontoereikend wanneer:
- je baby na de geboorte meer dan 10% van zijn geboortegewicht verliest
- er geen terugkeer naar het geboortegewicht is op de leeftijd van 2 weken
- je baby minder dan gemiddeld 20 g/dag bijkomt nadat hij zijn geboortegewicht heeft herwonnen.
In deze gevallen is het nodig een deskundige te contacteren en je baby door een arts te laten nakijken,
aangezien voedings- of gewichtsproblemen symptomen van ziekte kunnen zijn.
In het algemeen is het geboortegewicht van je baby op de leeftijd van vijf maanden verdubbeld,
op de leeftijd van één jaar verdrievoudigd en op de leeftijd van twee jaar verviervoudigd.
De groei van kinderen die borstvoeding krijgen verschilt echter van de groei van kinderen die kunstvoeding
krijgen, en verloopt meer stapsgewijs. Terwijl de gewichtstoename van borstgevoede en kunstgevoede
baby’s tijdens de eerste maanden gelijkloopt, komen kunstgevoede baby’s rond de leeftijd
van drie à vier maanden meer bij dan borstgevoede baby’s.
Deze verschillen in gewichtstoename vormen een belangrijk gegeven,
aangezien de groeicurves voor kinderen standaard gebaseerd zijn
op de groei van kinderen die kunstvoeding krijgen, en men op basis
hiervan bijgevolg niet te snel mag besluiten dat borstgevoede kinderen
te weinig bijkomen en de borstvoeding ontoereikend zou zijn.
- Andere tekenen
Volgende tekenen bij je baby kunnen er eveneens op wijzen dat hij te weinig moedermelk krijgt:
- je baby is niet tevreden of verzadigd na de voeding
- je baby huilt veel, vaak zwakjes of hoog en schel
- je baby wil vaak en lang drinken
- je baby slaapt lang door
- je baby is futloos
- je baby weigert de borst
- je baby is onrustig wanneer hij wordt neergelegd
Deze gedragingen kunnen ook andere oorzaken hebben. Mogelijk
maakt je baby een groeispurt door, is de smaak van de melk niet
aangenaam, heeft je baby krampen, gaat het om een baby die van
nature uit veel contact wil, of is er een medische oorzaak.
Hoewel de meeste moeders heel graag weten hoeveel de baby precies
gedronken heeft, werkt het wegen van de baby voor en na de voeding
alleen maar ongerustheid in de hand.
- 13. Kan ik mijn baby te veel voeden met borstvoeding?
- Nee. Moedermelk is perfect samengesteld om te voorzien in de
behoeften van je baby en is bovendien niet belastend voor de nieren.
Wanneer je je baby op vraag voedt, laat je toe dat de baby zelf
zijn verzadigingsgevoel volgt en aangeeft wanneer hij honger heeft
en wanneer hij voldoende heeft gedronken. Dit mechanisme wordt
erg duidelijk op momenten dat je baby een groeispurt doormaakt.
Je zal dan duidelijk merken dat je baby vaker om voeding vraagt
omdat hij het nodig heeft voor zijn groei en ontwikkeling. Na enkele
dagen, wanneer de groeispurt voorbij is, normaliseert het drinkpatroon
zich weer.
- 14. Wat is de toeschietreflex?
- De toeschietreflex zorgt ervoor dat de melk beschikbaar wordt
voor je baby. Door het zuigen aan de borst worden de zenuwuiteinden
in de tepel en het tepelhof gestimuleerd. Hierdoor wordt het hormoon
oxytocine vrijgegeven waardoor de melk in de melkkanalen en verder
in de tepel gestuwd wordt.
- Dat er sprake is van een toeschietreflex wordt duidelijk wanneer
er melk uit de borst druppelt of spuit. Wanneer je baby aan de
borst zuigt merk je dat de melk toeschiet door de veranderingen
in het zuigen waarbij je je baby ongeveer iedere seconde duidelijk
kan horen slikken, en waarbij zuigen, slikken en ademen elkaar
afwisselen. Meerdere toeschietreflexen binnen een voeding zijn
mogelijk, maar meestal voel je enkel de eerste. Een groot aantal
vrouwen voelt geen toeschietreflex, dit is volkomen normaal.
- De toeschietreflex kan je ervaren als:
- een moment van scherpe pijn in de borst
- een gevoel van volle of gespannen borsten
- een tintelend gevoel binnen in de borst.
- 15. Hoe kan ik de toeschietreflex bevorderen?
- Wanneer de melk moeilijk toeschiet kan massage of warmte helpen.
Leg warmte op je borst voor en tijdens de voeding, masseer tepel
en borst voor de voeding en zorg dat je ontspannen bent. Leg eventueel
iets lekker warm over je schouders.
- Ook emoties kunnen het toeschieten van de melk positief of negatief beïnvloeden.
Zo kan er oxytocine vrijkomen bij:
- het horen huilen van een baby
- het denken aan je baby
- de gedachte aan het voeden
- het naderen van het voedingsmoment.
- Anderzijds kan het vrijkomen van oxytocine worden verhinderd door:
- Bij aanhoudende problemen kan de neusspray Syntocinon helpen.
Deze spray bevat oxytocine en kan hierdoor de toeschietreflex opwekken.
- 16. Wat doe ik als mijn baby tijdens het voeden telkens in slaap valt?
- Sommige baby’s zijn erg slaperig en slagen er niet in om
voldoende te drinken alvorens ze in slaap vallen. Volgende tips
om de baby te activeren wanneer hij indommelt, kunnen hierbij helpen.
- Borstcompressie:
Je start hiermee als het zuig- en slikpatroon vermindert.
Ga als volgt te werk:
- Neem je borst vast bij de basis aan de ribben, vingers onderaan en duim bovenaan.
- Oefen druk uit op de borst door duim en wijsvingers naar mekaar toe te brengen.
- Blijf de druk op de borst aanhouden als de baby weer drinken blijf duwen.
- Laat los wanneer de baby stopt met drinken.
- Sommige baby’s herstarten het drinken als je lost.
Als dit niet het geval is, herstart de borstcompressie.
- Als de baby dreigt in slaap te vallen ondanks de borstcompressie, wissel dan van borst.
- Je kan wisselvoeden: zodra je baby in slaap dreigt te vallen, breng je hem naar de andere borst.
Je wisselt zo vaak als nodig, zo is het mogelijk dat de baby zelfs 6 tot 8 keer van borst gewisseld wordt.
- Als de baby in een diepe slaap geraakt vooraleer hij voldoende
gedronken heeft kan je hem wekken door de luier te verversen, hem
te laten boeren, zijn voetjes, wang of rug te stimuleren, etc.
Wanneer je baby terug wakker is kan je dan de andere borst aanbieden.
- Het is mogelijk dat een slaperige baby echt te weinig drinkt
om voldoende bij te komen. Daarom is het belangrijk om alert te
zijn en het aantal natte luiers en de gewichtstoename in het oog
te houden. Het is zeker nodig om je baby elke 2 à 3u wakker
te maken voor een voeding. Wanneer je baby te weinig drinkt dreigt
ook je melkproductie terug te lopen.
- 17. Wat zijn regeldagen of groeispurten?
- Regeldagen of groeispurten zijn de momenten waarop je baby meer
voeding nodig heeft voor zijn groei en ontwikkeling. Hij zal vaker
om voeding vragen en soms al een uur of anderhalf uur na de voeding
opnieuw hongersignalen vertonen. Het is belangrijk om tegemoet
te komen aan deze vraag en je baby dus vaker aan te leggen zodat
je melkproductie kan toenemen. De hoeveelheid melk zal zich dan
automatisch aanpassen aan zijn behoeften. Na enkele dagen zal het
voedingspatroon van je baby zich opnieuw normaliseren.
Groeispurten komen meestal voor rond:
- dag 10
- 3 weken
- 6 weken
- 3 maanden
Maar ook op andere momenten kan je baby een groeispurt doormaken
- Voeding van de moeder
- 18. Moet ik meer eten als ik borstvoeding geef?
- In principe is er geen uitgesproken grotere caloriebehoefte.
De vetreserves die in de zwangerschap zijn aangelegd worden tijdens
de borstvoeding aangesproken. De totale caloriebehoefte per dag
bedraagt ongeveer 2500. Voor de melkproductie zijn er 700 calorieën
per dag nodig, waarvan je er 200 haalt uit vetreserves en 500 dient
op te nemen door extra voeding.
- Over het algemeen heb je geen nood aan vitaminesupplementen.
Dit op voorwaarde dat je voldoende gevarieerd, evenwichtig en gezond eet.
- Wat drinken betreft, geldt dat je voldoende drinkt wanneer je
tegemoetkomt aan je eigen dorstgevoel, met een minimum van 1.5
liter per dag. Je urine is dan helder tot lichtgeel.
- 19. Wat mag ik niet eten als ik borstvoeding geef?
- Normaal gezien - wanneer er geen aanwijzingen zijn dat je baby allergisch
is en er geen allergieën bij naaste familieleden zijn – is
het niet nodig om speciaal op je voeding te letten. Toch kan het
gebeuren dat je baby reageert op bepaalde voedingsmiddelen die
je eet. In de meeste gevallen zal je baby hier later geen hinder
meer van ondervinden, ook als hij nog borstvoeding krijgt.
- Bij ongeveer 4 tot 6% van de kinderen is er sprake van een voedselallergie.
Als je vermoedt dat je baby allergisch reageert, contacteer dan een arts.
- 20. Moet ik meer drinken als ik borstvoeding geef?
- In principe geldt dat je als voedende moeder voldoende drinkt
als je tegemoetkomt aan je eigen dorstgevoel, met een minimum van
1,5l per dag. Het is dus niet nodig om extra veel te drinken tijdens
de borstvoedingsperiode. Wanneer je urine helder tot lichtgeel is, drink je voldoende.
- 21. Mag ik op dieet gaan als ik borstvoeding geef?
- Een geleidelijke gewichtsafname door een verminderde calorie-inname
heeft geen nadelige effecten op de hoeveelheid of kwaliteit van
de moedermelk. Drastisch op dieet gaan tijdens de borstvoedingsperiode
is echter af te raden.
Wanneer je te snel vermagert, zullen de vetoplosbare afvalstoffen
die opgeslagen zijn in de vetreserves immers vrijkomen in de moedermelk.
Bovendien kan een sterk verminderde calorie-inname sommige baby’s
onrustig maken en ertoe leiden dat je baby te weinig bijkomt.
- Variatie in borsten en tepels
- 22. Ik heb vlakke tepels. Kan ik borstvoeding geven?
- Ja.
Vlakke tepels komen voor bij 10 tot 35% van de vrouwen en vormen geen
probleem bij borstvoeding. Omdat tepels opgebouwd zijn uit spierweefsel
dat zich kan oprichten, zullen ze bij manipulatie meer naar voren
komen, maar ook wanneer dit minimaal is hoeft dit niet problematisch
te zijn. De baby neemt immers niet alleen de tepel maar ook het omliggende
weefsel in de mond waardoor de vorm van de tepel van minder belang is.
- 23. Ik heb ingetrokken tepels. Kan ik borstvoeding geven?
- Ja, maar mogelijk is deskundige begeleiding hierbij nodig. We
spreken van ingetrokken tepels wanneer de tepel(s) in de borst
wegkruipt bij manipulatie. Dit komt voor bij ongeveer 3% van de
vrouwen. In sommige gevallen kan de baby zelf de tepel naar buiten
zuigen en stellen zich weinig problemen. In andere gevallen zijn
hulpmiddelen nodig.
- 24. Ik heb kleine borsten. Kan ik borstvoeding geven?
- Ja.
De grootte van de borsten is niet bepalend voor het feit of men al
dan niet borstvoeding kan geven.
- 25. Kan ik nog borstvoeding geven na een borstverkleining?
- Borstvoeding geven na een borstverkleining is in principe mogelijk,
maar elke situatie moet steeds afzonderlijk bekeken worden. Een
evaluatie kan pas gemaakt worden na het opstarten van de borstvoeding.
Het slagen van de borstvoeding is afhankelijk van de hoeveelheid
melkklierweefsel dat nog aanwezig is, van de verbinding van de
melkkanalen met de tepel en de bezenuwing van het tepelhof. Sommige
moeders slagen er toch in de baby volledig of gedeeltelijk borstvoeding
te geven of te voeden met één
borst. Vaak is de melkproductie echter onvoldoende om de baby volledig
te voeden en/of is de toeschietreflex niet krachtig genoeg door
beschadiging van de bezenuwing rond het tepelhof.
Bij een borstverkleining worden vaak aanzienlijke hoeveelheden borstklierweefsel
weggenomen, de melkkanaaltjes worden beschadigd en er kan een insnijding
rond de tepel gemaakt worden waardoor de toeschietreflex problematisch
wordt. Wanneer bij het verplaatsen van de tepel bovendien de verbinding
tussen klierweefsel en tepeluitgangen wordt verbroken, wordt de kans
op succesvolle borstvoeding kleiner.
- 26. Kan ik nog borstvoeding geven na een borstvergroting?
- Over het algemeen geeft een borstvergroting weinig problemen
bij borstvoeding. Iedere situatie dient echter afzonderlijk geëvalueerd
te worden.
- Bij een borstvergroting wordt een implantaat achter het borstweefsel
of achter de borstspier ingebracht. In principe wordt niet aan
het melkklierweefsel geraakt en kan de melkproductie dus op gang
komen. Wanneer er een insnijding gemaakt werd in de buurt van de
tepel kan dit echter problemen veroorzaken bij het toeschieten
van de melk. Een borstoperatie kan er ook voor zorgen dat de gevoeligheid
van de zenuwen tijdelijk toe- of afneemt. Als de borstvergroting
gebeurde omwille van onvoldoende borstontwikkeling en er van nature
te weinig melkklierweefsel aanwezig was, is een problematische
melkproductie uiteraard hieraan te wijten en niet aan de borstchirurgie.
Sommige moeders met silicone implantaten zijn bezorgd om het effect
hiervan op de gezondheid van hun baby. Onderzoek heeft echter aangetoond
dat het siliconegehalte in moedermelk bij deze moeders niet hoger
ligt dan bij moeders zonder implantaten.
- 27. Mijn borsten zijn tijdens de zwangerschap niet gegroeid. Kan ik borstvoeding geven?
- Ja.
Tijdens de zwangerschap zorgt een toename van het melkklierweefsel
ervoor dat de borsten zwaarder worden en de bloedvaten beter zichtbaar
zijn. Door hormonale veranderingen zal de borst melk kunnen produceren.
Er is echter veel variatie in groei van de borsten. Bij sommige
vrouwen worden de borsten al beduidend zwaarder tijdens het eerste
trimester van de zwangerschap, terwijl er bij anderen een geleidelijke
toename is doorheen de hele zwangerschap of helemaal geen groei
wordt vastgesteld tot net voor of na de bevalling. Hoeveel
je borsten tijdens de zwangerschap groeien bepaalt dan ook niet of er voldoende
melk kan aangemaakt worden om borstvoeding te geven. (zie ook vraag ‘Kan
een moeder met kleine borsten borstvoeding geven’?)
- Borstvoedingsproblemen bij mama
- 29. Ik heb veel last van lekkende borsten. Heb ik teveel melk?
- Dat kan. Andere kenmerken van een overvloedige melkproductie zijn:
- blijvend gespannen en pijnlijke borsten
- verstopte melkkanaaltjes
- borstontsteking
- pijnlijke toeschietreflex
- de baby is onrustig tijdens en na de voeding
- de baby verslikt zich vaak
- de baby huilt veel
- de baby geeft vaak melk terug
- de baby heeft overvloedige en gistende stoelgang
- de baby weigert de borst bij een te sterke toeschietreflex
- de baby heeft een zeer grote of juist kleine gewichtstoename.
- 30. Wat kan ik doen als ik teveel melk heb?
- Om de melkproductie te verminderen kunnen volgende tips nuttig zijn:
- Geef één borst per voeding: zorg ervoor dat de borst
goed leeggedronken wordt en je baby de vetrijke achtermelk krijgt waardoor
een teveel aan lactose wordt vermeden. Wanneer je baby zeer vaak wil drinken
is het raadzaam om binnen een tijdspanne van 3 à 4 uur telkens
opnieuw dezelfde borst aan te bieden.
- Bij stuwing in de andere borst kunnen koude koolbladeren (of
kompressen) de pijn verlichten: je spoelt een koolblad van witte
of groene kool af onder de kraan, verwijdert de harde nerven, en
kneust het blad (bijvoorbeeld met een deegrol). Het toepassen van
koolbladeren op je borst werkt enerzijds ontzwellend, maar zorgt
er anderzijds ook voor dat de melkproductie wordt afgeremd. Er
wordt aangeraden om dit niet meer dan drie keer per dag gedurende
twintig minuten te doen.
- Vaak is het ook nodig om wat melk af te kolven, maar niet meer
dan nodig om het ongemak van de stuwing weg te nemen. Geleidelijk
aan zullen de borsten zich aanpassen aan het nieuwe vraag- en aanbodsysteem
en zal de melkproductie verminderen.
- Overvloedige melkproductie gaat vaak gepaard met een krachtige
toeschietreflex. Als je baby hierdoor de borst weigert kan je met
de hand wat melk afkolven tot de melk toeschiet en pas na de hevige
toeschietreflex je baby aanleggen. Een andere mogelijkheid is om
je baby aan te leggen, maar weg te nemen zodra hij last heeft van
de hevige toeschietreflex. Ook een andere aanleghouding kan helpen.
Je baby in verticale positie voeden maakt dat hij zelf meer controle
heeft over de melkvloed.
- 31. Hoe kan ik de melkproductie bevorderen?
- Indien er sprake is van werkelijk te weinig melkproductie is
een deskundige begeleiding (vb. door een vroedvrouw) nodig. Volgende
acties kunnen helpen om de melkproductie te verhogen (aangepast
aan de specifieke probleemsituatie):
- indien nodig het aanhappen en drinken van je baby verbeteren
- vaker voeden en/of afkolven
- je baby voldoende lang aan de borst laten te drinken
- bij elke borstvoeding aan beide borsten aanleggen
- borstmassage, borstcompressie
- regelmatig van borst wisselen bij een slaperige of premature baby
- vermijden van het gebruik van flessen, spenen en tepelhoedjes
- gezonde voeding, voldoende drinken, en rust voor de moeder
Indien de productie ook na aangepast borstvoedingsmanagement
laag blijft is het aangewezen om na de borstvoeding of tussen de
voedingen nog extra af te kolven om de melkproductie te stimuleren,
of gebruik te maken van medicatie of kruiden die de melkproductie
stimuleren.
- 32. Hoe herken ik een verstopt melkkanaal?
- Een verstopt melkkanaal zorgt voor een pijnlijke, gezwollen,
harde en vaak lichtjes rode plek op de borst. Sommige vrouwen hebben
er herhaaldelijk last van en ontwikkelen als gevolg hiervan een
borstontsteking.
Een verstopt melkkanaal kan ontstaan doordat:
- je borsten niet goed leeggedronken worden (bvb. door te kort of te weinig voeden)
- je te strakke kleding of beha draagt
- je tijdens het voeden met je hand of vinger op je borst drukt.
- 33. Wat te doen bij een verstopt melkkanaal?
- Vaak verdwijnt de verstopping spontaan binnen 24 à 48 uur en is er geen behandeling nodig.
Enkele tips om sneller te herstellen:
- ga door met voeden aan de borst met het verstopt melkkanaal
- voed in afwisselende houdingen
- zorg dat het gebied met het verstopt melkkanaal goed wordt leeggedronken,
bvb. door massage en borstcompressie of kolven na de borstvoeding
- zorg ervoor dat je baby goed aanhapt
- vermijd te strakke kleding
- je kan tijdens het drinken de borst masseren
- je kan warmte aanbrengen op de pijnlijke plek
- neem voldoende rust.
- 34. Hoe herken ik een borstontsteking?
- Een borstontsteking is een ontstekingsreactie in de borst, al
dan niet gepaard met infectie. De eerste symptomen zijn: vermoeidheid,
gevoelige plek(ken) op de borst, hoofdpijn en grieperige spierpijnen.
Vervolgens kan je koorts krijgen, een verhoogde hartslag en kunnen
er warme, rode en pijnlijke zones op de borst verschijnen.
- Net als verstopte melkkanalen wordt een borstontsteking veroorzaakt
door het onvoldoende leegdrinken van de borst, meestal door het
niet goed aanleggen van je baby.
- Een verstopt melkkanaal kan leiden tot een borstontsteking. Ook
kan er bij tepelkloven een infectie optreden. De pijn bij het voeden
zorgt er dan wellicht voor dat de melk traag toeschiet waardoor
er verstopping ontstaat en de borst niet goed geleegd wordt. We
geven een overzicht van factoren die je vatbaar kunnen maken voor
borstontsteking:
- onregelmatig voeden of te weinig voeden
- slecht aanleggen waardoor de melk niet goed stroomt
- een beschadigde tepel, in het bijzonder bij een infectie met Staphylococcus aureus
- ziekte bij moeder of baby
- overvloedige melkproductie of stuwing
- zeer snel stoppen met borstvoeding
- druk op de borst door een te strakke beha of een strakke autogordel bijvoorbeeld
- melkblaar, verstopt melkkanaal, Candida-infectie
- stress en vermoeidheid
- ontoereikende voeding van de moeder of anemie
- plots veranderd voedingsschema bijvoorbeeld door het wegvallen
van nachtvoeding of het uitstellen van de borstvoeding door afwezigheid van de moeder.
- 35. Wat te doen bij een borstontsteking?
- Bij een borstontsteking is het vooral belangrijk om de melkdoorstroming
te verbeteren. Dit kan door:
- verder te gaan met borstvoeding: voldoende en lang voeden is essentieel om de doorstroming te verbeteren (best beginnen met de pijnlijke borst)
- de borst zachtjes masseren tijdens het voeden en evt. af te kolven.
- Om de pijn en ontsteking te verlichten kan je:
- warmte toepassen, voldoende drinken
- Ibuprofen innemen, dit werkt pijnstillend en ontstekingswerend
- gemberkompressen aanleggen tussen voedingen: 75g geraspte gember,
in 1l gekookt water (water mag niet meer koken), 10 tot 15 minuten
laten trekken, gember verwijderen, aftreksel warm aanbrengen op
de borst door middel van een doek of washandje, regelmatig herhalen
- Het innemen van een antibioticum is enkel nodig als:
- er aanwijzingen zijn voor een bacteriële infectie, of
- de symptomen vanaf het begin al zeer ernstig zijn, of
- er een tepelkloof zichtbaar is, of
- de symptomen niet verbeteren na 12 tot 24uur na het bevorderen
van de melkdoorstroming.
- Voor je baby heeft een borstontsteking weinig gevolgen. Hij krijgt
via de moedermelk antistoffen tegen eventuele bacteriën. Ook
bij gebruik van een (geschikt) antibioticum kan je gewoon doorgaan
met voeden.
- Roep deskundig advies in om een borstabces te voorkomen.
- 36. Ik heb last van pijnlijke tepels tijdens het voeden. Hoe komt dit?
- Het voeden van je baby hoort in principe geen pijn te doen. Pijnlijke
tepels ontstaan meestal doordat je baby niet goed is aangelegd,
niet goed zuigt of hulpmiddelen zoals een kolf of tepelhoedjes
niet correct worden gebruikt. Na de voeding kan je tepel hierdoor
afgevlakt, rood, gebarsten, lichter van kleur, of beschadigd zijn.
- Andere mogelijke oorzaken voor pijnlijke tepels zijn: een infectie
(bvb. candida albicans), een melkblaar, vaatkramp of een huidaandoening.
- 37. Hoe kan ik pijnlijke tepels best behandelen?
- Voor het behandelen van tepelproblemen is het in eerste instantie
van belang om de oorzaak te achterhalen en deze deskundig aan te
pakken. Zelfs wanneer je blijft voeden met de beschadigde borst
zal de pijn dan snel verdwijnen. Enkel bij ondraaglijke pijn of
wanneer het bloeden of de beschadiging verergert, is het aangewezen
om even niet meer met deze borst te voeden. Het blijft dan echter
belangrijk om af te kolven zodat de melkproductie op peil blijft.
- Nog al te vaak wordt aangeraden om de duur of frequentie van
de voeding te beperken om tepelpijn of –beschadiging te voorkomen.
Dit is niet aangewezen. Niet hoe lang of hoe vaak je voedt, maar
wel de manier waarop is immers oorzaak van de pijn.
- Er is weinig bewijs dat olies, crèmes of gels die vaak
verkocht worden, ervoor zorgen dat tepelwondjes sneller genezen
of de pijn wordt verlicht. Enkel voor warm water, hydrogel en zuivere
lanoline is aangetoond dat ze tepelpijn kunnen verlichten. Eventueel
kan je ook wat moedermelk op de wondjes aanbrengen. Moedermelk
heeft anti-infectieuze eigenschappen en bevat een huidherstellende
factor.
- 38. Is een tepelhoedje een goed hulpmiddel bij pijnlijke tepels?
- Over het algemeen wordt het gebruik van een tepelhoedje afgeraden.
Vermits pijnlijke tepels meestal veroorzaakt worden door een foute
aanlegtechniek, is het verbeteren van de aanlegpositie en niet
het gebruik van een tepelhoedje een aangewezen eerste oplossing.
- Bij het gebruik van een tepelhoedje kunnen zich o.a. volgende
problemen voordoen:
- een verminderde melktransfer en hieruit volgend een verminderde
productie
- in stand houden van de pijnlijke tepels omdat er onvoldoende
borstweefsel in de mond genomen wordt
- gewenning van je baby aan het tepelhoedje waardoor hij mogelijk
niet meer rechtstreeks aan de borst wil drinken.
- verergering van kloven of wondjes door het schuren van de tepel
in een tepelhoedje dat qua grootte niet aangepast is aan de tepel
- meer kans op infecties.
- In een aantal gevallen kan het echter een tijdelijke oplossing
bieden bij ernstige tepelproblemen. Het is dan belangrijk om hierin
deskundig begeleid te worden zodat verantwoord en correct gebruik
gegarandeerd is.
- 39. Hoe kan ik op een verantwoorde manier een tepelhoedje gebruiken?
- Als je reeds alle andere mogelijkheden om je baby rechtstreeks
aan de borst te laten drinken hebt uitgeprobeerd en op basis van
uitgebreide informatie toch beslist om een tepelhoedje te gebruiken,
laat je je hierbij best deskundig begeleiden.
Kies bij voorkeur voor een dun tepelhoedje uit silicone, in de juiste
maat. Laat je goed uitleggen hoe je het tepelhoedje correct gebruikt:
- draai de basis van het tepelhoedje binnenstebuiten alvorens het aan te brengen
- bevochtig de randen zodat het beter op zijn plaats blijft
- breng eventueel wat moedermelk aan op de buitenkant om je baby aan te moedigen
- laat je baby diep aanhappen zodat het mondje zich niet sluit op het speentje en hij niet enkel op het tepelhoedje zuigt
- controleer bij voorkeur het gewicht om de drie dagen tot de melktoevoer stabiel is
- controleer je borsten op verstopte melkkanaaltjes of gebieden die niet goed leeggedronken worden.
Onderhoud tepelhoedje:
- na elk gebruik spoelen met koud water en daarna goed reinigen met heet water en zeep, afspoelen en droog bewaren
- bij schimmelinfectie of een andere infectie is het nodig om het tepelhoedje te steriliseren in kokend water
- Borstvoedingsproblemen bij baby
- 40. Mijn baby heeft een te kort tongriempje. Kan ik hem borstvoeding geven?
- Ja.
Het is echter aangewezen dat het tongriempje wordt geknipt. Wanneer
het tongriempje te kort is om de tong vrij te laten bewegen, kan
dit problemen opleveren om goed te zuigen. Als je baby niet in
staat is om het topje van zijn tong verder dan de rand van de
onderste tandenboog te brengen, verloopt de melktransfer minder
efficiënt. Het vacuüm dat nodig is om efficiënt te
zuigen, wordt dan snel verbroken. Omdat je baby de tepel en het tepelhof
moeilijk kan omvatten, kan hij dan ook de tepel beschadigen wanneer hij drinkt.
Meestal laat het knippen van het tongriempje toe dat onmiddellijk na de ingreep
je baby al comfortabel en efficiënt kan drinken aan de borst.
- 41. Mijn baby wil niet meer aan de borst drinken. Wat te doen?
- Wanneer je baby de borst weigert en nog niet klaar is om te stoppen met borstvoeding kunnen volgende tips helpen:
- huid-op-huidcontact zonder direct je baby te voeden. Ga samen met je baby in bad, zorg voor een lekker warme en donkere badkamer. Leg je baby naakt op je borst en kruip samen onder een lekker warm deken.
- zorg voor een stabiele positie van je baby bij het aanleggen
- vermijd om je baby aan de borst te dwingen, dit heeft meestal een omgekeerd effect
- bied de borst aan bij de eerste hongersignalen, bvb. als hij net wakker wordt
- kalmeer je baby door hem te wiegen, te zingen, te masseren en bied daarna de borst aan
- voed je baby in verschillende houdingen, bvb. rechtop staand, al wandelend, in een draagdoek, in een donkere kamer zonder afleiding
- houd je baby aan de borst terwijl hij aan een vinger zuigt, trek dan de vinger weg en plaats de borst in zijn mondje.
- wees alert voor tekenen van uitdroging
- het is aangewezen om af te kolven zodat de productie op peil blijft en je baby de afgekolfde melk uit een kopje kan drinken.
- 42. Mijn baby heeft refluxziekte. Kan ik beter stoppen met borstvoeding?
- Vaak wordt borstvoedende moeders aangeraden om over te stappen
op kunstvoeding. Dit is echter niet aangewezen. Hierdoor mist je
baby immers alle unieke eigenschappen van borstvoeding en wordt
de maag zwaarder belast. Het terugvloeien van kunstvoeding is bovendien
agressiever voor de slokdarm dan het terugvloeien van lichaamseigen
moedermelk.
- Ook het indikken van afgekolfde moedermelk is niet aangewezen.
Hoewel je baby hierdoor mogelijk minder vaak zal teruggeven, zal
de blootstelling van de slokdarm aan maagzuur alleen maar toenemen.
De verklaring hiervoor ligt wellicht in de minder snelle vertering
van ingedikte melk. Het toevoegen van dikkingsmiddelen aan moedermelk
biedt dus geen oplossing. Zeker het toevoegen van granen aan moedermelk
is niet zinvol: deze granen worden zeer snel afgebroken door de
enzymen in de moedermelk en kunnen er bovendien voor zorgen dat
je baby last krijgt van hoest.
- 43. Welke borstvoedingstips kunnen nuttig zijn voor mijn baby met refluxziekte?
- De moeilijkheden met betrekking tot eten en slapen bij deze kinderen
maken een goede begeleiding van de borstvoeding noodzakelijk. Omdat
aangetoond is dat sommige kinderen met reflux allergisch zijn voor
koemelkeiwit, is het mogelijk dat de arts je adviseert om zuivel
te elimineren uit je voeding en het effect hiervan na te gaan.
- Bij een baby met refluxziekte kan het helpen om rechtop te voeden,
maar vermijd om je baby in een autostoel of kinderstoel te zetten
na de voeding. Hierdoor verhoogt de druk op het middenrif, wat
reflux in de hand werkt.
- Mogelijk is je baby erg onrustig en vraagt hij heel vaak de borst.
Soms ontstaat er een vicieuze cirkel: onrust – korte voeding – meer onrust door
veel voeding met een hoog lactose- en een laag vetgehalte. In dit geval kan
het helpen om één borst per voeding te geven (in
blokken van bijvoorbeeld drie uur), zodat je baby minder maar vetrijkere
melk krijgt.
- 44. Hoe herken ik spruw?
- Spruw (infectie met Candida Albicans) kan zich zowel bij jezelf als bij je baby uiten.
Bij je baby wijzen volgende signalen op spruw:
- aan de binnenkant van de wangen of lippen zijn soms witte vlekjes zichtbaar,
soms witte aanslag op de tong die niet kan weggeveegd worden met een tissue
- parelmoerachtige lippen of mondslijmvlies
- een gezwollen bleke tong
- je baby kan branderige en vlekkerige luieruitslag hebben
- soms winderigheid
- soms gaat je baby slechter drinken en onrustiger zijn aan de
borst omdat zuigen aan de borst pijn doet
- borst weigeren door pijn in het mondje
- mogelijk is je baby asymptomatisch of gaan de symptomen ongemerkt voorbij.
- Signalen bij jezelf die op spruw wijzen:
- tepelpijn tijdens en na het voeden na een pijnloze periode, waarbij
de pijn niet veroorzaakt wordt door incorrect aanleggen
- de pijn is brandend of diep stekend en kan doorstralen naar je
borstkas/schouders/rug
- de pijn wordt meestal erger naar het einde van de voeding toe
en verergert nog na de voeding
- de huid van de tepel kan jeuken, glimmen en/of rood zien met
soms witte puntjes of schilfertjes; maar soms zijn er ook geen
uiterlijke kenmerken
- vaak is er een voorgeschiedenis van infecties of antibioticagebruik
- een infectie kan gepaard gaan met herhaalde borstontstekingen
- In geval van zeer ernstige infectie kan de infectie ook dieper
gelegen borstweefsel bereiken. Dergelijke infectie gaat gepaard
met een brandend en/of stekend gevoel diep in de borst.
- 45. Wat te doen bij spruw?
- Behandeling voor je baby:
- na elke voeding antischimmelmedicatie aanbrengen in de mond en aan de binnenkant van de wangen,
het tandvlees en de tong (Daktarin ® orale gel) ook als enkel de moeder symptomen heeft
- indien nodig kan de luierzone behandeld worden met Daktozin ®
- Behandeling voor jezelf:
- na elke voeding je tepels behandelen met Daktarin ® crème en dit tot 14 dagen na
het verdwijnen van de symptomen, ook als enkel je baby symptomen vertoont
- bij ernstige en steeds terugkerende schimmelinfectie wordt een algemene behandeling met
Fluconazole aangeraden
- bij een schimmelinfectie diep in de borst is een behandeling van minimum 3 weken met
Fluconazole in voldoende hoge dosis aangewezen. Dit is steeds op voorschrift van een arts.
- Bijkomende aanbevelingen:
- je tepels laten drogen aan de lucht en indien mogelijk blootstellen aan zonlicht gedurende een
paar minuten, twee maal per dag
- borstkompressen vervangen zodra ze vochtig zijn, wasbare borstkompressen wassen op 60° of meer
- intieme zones steeds goed afdrogen
- volledig katoenen bh’s en ondergoed dragen die zeer warm gewassen kunnen worden
- vermijden van samen met andere gezinsleden in bad te gaan
- het gebruik van alcohol, kaas, brood, tarweproducten, suiker en honing beperken
- dagelijks één tablet acidophilus (melkzuurbacterie) innemen gedurende twee weken
na het verdwijnen van de symptomen
- een condoom gebruiken om te vermijden dat de infectie van partner tot partner wordt doorgegeven
- goede hygiëne: handen wassen, eventuele (fop)spenen dagelijks 10 minuten koken,
speelgoed dat je baby in zijn mondje stopt regelmatig heet afwassen,
afkolftoebehoren elke dag 10 minuten koken
- gebruik zo weinig mogelijk zeep
- de melk die tijdens de infectieperiode wordt afgekolfd mag vers gegeven worden aan de baby maar
wordt beter niet ingevroren voor later gebruik vermits het invriezen de schimmel wel inactiveert
maar niet vernietigt en het probleem dan opnieuw zou kunnen beginnen.
- inmasseren van druppel melk op tepel(s) vermijden
- Algemene opmerkingen:
- het kan nodig zijn om alle gezinsleden te behandelen vermits een schimmelinfectie zich snel verspreidt
- tijdens de behandeling kan je baby verder borstvoeding krijgen
- wanneer er eveneens sprake is van een vaginale infectie dient ook die behandeld te worden
- het gebruik van antibiotica is niet aangewezen en werkt de groei van de Candida nog in de hand.
- Vitamine- en ijzersuppletie
- 46. Heeft mijn borstgevoede baby een vitaminesupplement nodig?
- Moedermelk levert alle voedingsstoffen die nodig zijn voor de
groei en ontwikkeling van je baby behalve 2 stoffen. Baby’s
die borstvoeding krijgen hebben extra vitamine K nodig voor de
bloedstolling. De kraamkliniek of je arts zal je hierin raad geven.
Daarnaast moet je baby ook vitamine D krijgen voor de groei en
ontwikkeling van het beendergestel.
- 47. Heeft mijn baby een ijzersupplement nodig wanneer ik exclusief borstvoeding geef tot 6 maanden?
- Nee.
Hoewel het ijzergehalte in borstvoeding relatief laag is, komt
een ijzertekort bij borstgevoede baby’s slechts zelden voor. Minstens tot de leeftijd
van 9 maanden slagen zij erin om hun ijzergehalte op hetzelfde niveau te
houden als baby’s die kunstvoeding en ijzersupplementen krijgen. Gezonde
en voldragen baby’s krijgen bij de geboorte een ijzerreserve.
Bovendien wordt ijzer uit moedermelk bijzonder goed opgenomen.
Extra ijzer toedienen aan gezonde en voldragen baby’s die
zes maanden exclusieve borstvoeding krijgen, is zelfs af te raden.
Het kan er immers voor zorgen dat bepaalde anti-infectieuze eigenschappen
van de moedermelk verloren gaan.
- Bijvoeding
- 48. Heeft mijn baby voldoende met borstvoeding?
- Ja. Exclusieve borstvoeding biedt alles wat een gezonde en voldragen
baby tijdens de eerste zes levensmaanden nodig heeft om te groeien
en zich te ontwikkelen. Daarna is het aangewezen om - naast vaste
voeding – borstvoeding te blijven geven tot en met het tweede levensjaar of langer, zolang
moeder en kind het willen. Enkel een bijkomend supplement van vitamine
D en K is aangeraden. Het is niet aangewezen om je baby extra voeding
te geven, tenzij op medisch voorschrift.
- 49. Zijn er nadelen verbonden aan het geven van bijvoeding?
- Over het algemeen is het geven van bijvoeding niet aangewezen.
Aan bijvoeden zijn immers belangrijke nadelen verbonden. Zo wordt
o.a. het systeem van vraag en aanbod verstoord waardoor de melkproductie
nog verder afneemt, kunnen er aanlegproblemen ontstaan, is er een
nadelige invloed voor de gezondheid, een verhoogde kans op infecties,
worden de nieren onnodig belast en is uit wetenschappelijk onderzoek
gebleken dat de lengte van de borstvoedingsperiode negatief wordt
beïnvloed door bij te voeden tijdens de kraamperiode.
- 50. Waarom geen andere voeding introduceren vóór de leeftijd van zes maanden?
- Het is niet aangewezen om je baby vóór de leeftijd
van zes maanden andere voeding dan moedermelk te geven. Hierdoor
ontstaat er een tekort aan de beschermende stoffen die aanwezig
zijn in moedermelk, waardoor het risico op ziekte en allergie wordt
verhoogd. Bovendien is het spijsverteringsstelsel van de baby er
pas op zes maanden voldoende klaar voor om andere voedingsstoffen
dan moedermelk te verwerken.
- 51. Na deskundig advies is gebleken dat mijn baby bijvoeding nodig heeft.
Op welke manieren kan ik de bijvoeding geven?
- Er zijn verschillende mogelijkheden om bijvoeding te geven aan je baby.
Het gebruik van een zuigfles in de eerste levensweken wordt afgeraden aangezien
dit voor zuigverwarring kan zorgen en je baby hierna mogelijk niet meer of moeilijk aan de borst zal
willen drinken. De keuze van de techniek is afhankelijk van je situatie.
Bij elk van deze voedingsmethoden is het uiteraard van belang om steeds hygiënisch te werk te gaan.
- Voeden met een kopje (cupfeeding)
Het voeden met een kopje is vaak een geschikte techniek en wordt
na enige oefening een praktische en aangename voedingsmethode
die weinig energie van je baby vraagt. Dit wordt ook vaak gebruikt
bij premature baby’s
zodat langdurige sondevoeding vermeden kan worden. Bovendien gaan
er op deze manier minder vetten verloren dan wanneer de baby
via sonde wordt gevoed, en worden verder de tong- en mondspieren
van de baby geoefend alsook de zoek- en slikreflex gestimuleerd.
- Nadelen van voeden met een kopje zijn dat je baby er erg gehecht
aan kan worden wanneer hij daarnaast niet regelmatig wordt aangelegd,
dat niet wordt voldaan aan de zuigbehoefte, en dat je zorgvuldig
te werk moet gaan en de melk niet zomaar in het mondje mag gieten.
- Bij pasgeboren baby’s die zich gemakkelijk verslikken is het niet aangewezen
om te voeden met een kopje – bijvoorbeeld bij een slechte
braakreflex, algemene futloosheid of belangrijke neurologische
aandoeningen.
- Voeden met een kopje gebeurt met behulp van een 60cc maatbekertje,
of een ander glas of kopje met een gladde en dunne rand. Om te
vermijden dat je baby het kopje omgooit kan het nodig zijn om zijn
handjes in een omslagdoek te slaan. Je houdt je baby rechtop op
schoot en laat het kopje rusten op de onderlip waarna je het kopje
schuin houdt tot de melk het mondje raakt. Het is niet de bedoeling
om de melk in het mondje te gieten, je baby zal in eerste instantie
de melk met zijn tong naar binnen likken. Later zal hij meer gaan
zuigen of slurpen. Je baby bepaalt zelf het ritme en de hoeveelheid
voeding. Dit is zeker belangrijk om verslikking te voorkomen. Wanneer
je baby even stopt met drinken kan je het kopje gewoon tegen de
mond laten rusten, en niet weghalen.
- Vingervoeden
Vingervoeden kan zowel gebruikt worden om vast te stellen hoe je
baby zuigt en slikt, als om bijvoeding te geven. Al wordt het
systematisch bijvoeden op deze manier niet aanbevolen omdat de
prikkel van de vinger net zoals de speen kan zorgen voor zuigverwarring.
- Bij vingervoeden wordt het ene uiteinde van een sondeslangetje
in een kopje of flesje gevuld met voeding gehangen, terwijl het
andere uiteinde wordt vastgemaakt aan de vinger. Nadat je je vinger
met de nagel op de tong en de vingertop tegen het verhemelte legt,
trekt je baby meestal de vinger naar binnen en begint te zuigen.
- Spuitje
Het gebruik van een spuitje of druppelaar kan een goede oplossing
zijn wanneer je kleine hoeveelheden voeding wil geven. Je kan
je baby best rechtop houden en goed oppassen voor verslikken.
Het is de bedoeling om eerst enkele druppels voeding op de tong
te laten proeven en te wachten tot je baby begint te zuigen.
Daarna kan je terwijl je baby zuigt, beetje bij beetje, wat voeding
aan de zijkant van de wang laten lopen. Wanneer je baby slikt
is het nodig om even te pauzeren.
- Borstvoedingshulpset
In vele gevallen wordt de voorkeur gegeven aan deze voedingsmethode.
Op deze manier wordt immers de melkproductie gestimuleerd én
kan je baby bijvoeding krijgen zonder gewoon te raken aan een speen.
Het gebruik van een borstvoedingshulpset is aangewezen in volgende situaties:
- voeden van een adoptiebaby
- bij langdurige bijvoeding (bijvoorbeeld in geval van hartafwijking of Syndroom van Down)
- in geval van relactatie
- bij zuigproblemen.
- Een belangrijke voorwaarde om een borstvoedingshulpset te gebruiken is dat je baby
een adequaat zuig- en slikpatroon heeft.
- De hulpset bestaat uit een flesje waarin de voeding wordt gedaan,
en twee slangetjes die elk aan een borst worden vastgeplakt. Hierbij
is het van belang dat het uiteinde van het slangetje iets voorbij
de tepel en onder de bovenlip van je baby komt. Een goede begeleiding
is nodig om ervoor te zorgen dat je baby de borst ver genoeg in
zijn mondje neemt en niet alleen uit het slangetje zuigt.
De slangetjes zijn heel dun en moeten na gebruik onmiddellijk goed
doorgespoeld worden (eerst met koud water en nadien met warm water)
om indrogen van de melk te voorkomen.
- Ongeacht op welke manier je bijvoeding geeft, is het nodig om
je baby naast de bijvoeding te blijven aanleggen, zowel voor het
op peil houden of stimuleren van de melkproductie, als voor het
onderhouden van zijn drinktechniek aan de borst. Ook wanneer de
melkproductie onvoldoende is om je baby volledig te voeden is de
waarde van moedermelk groot. Hoe groot of klein de hoeveelheid
moedermelk ook is, moedermelk bevat dagelijks immers dezelfde hoeveelheid
antistoffen.
- 52. Mag ik mijn baby een fopspeen geven?
- Tijdens de eerste vier tot zes levensweken is het gebruik van een fopspeen af te raden.
Er is aangetoond dat baby’s die een fopspeen hebben gemiddeld één
voeding per dag minder krijgen dan baby’s zonder fopspeen.
Wanneer je baby frequent zuigt op een fopspeen wordt hiermee de vraag naar voeding uitgesteld,
en mis je bovendien gemakkelijk de hongersignalen van je baby. Vermits de melkproductie verloopt
volgens een systeem van vraag en aanbod zal hierdoor de melkproductie teruglopen.
Het gebruik van een fopspeen kan verder voor zuigverwarring (ook tepel-speenverwarring genoemd) zorgen,
waardoor je baby niet meer aan de borst wil drinken of te maken krijgt met zuigproblemen.
- Alcohol, drugs en medicatie
- 53. Mag ik alcohol drinken als ik borstvoeding geef?
- Het drinken van alcohol als je borstvoeding geeft is af te raden.
Alcohol komt in moedermelk terecht en zorgt ervoor dat je baby
minder goed drinkt en suf wordt. Hoe jonger het kind, hoe schadelijker
het is om alcohol te drinken. Alcohol vermindert verder de melkproductie
en zorgt voor een minder goede toeschietreflex. Ook de smaak en
geur van moedermelk veranderen onder invloed van alcohol.
Wanneer je bij een speciale gelegenheid toch beslist om een glaasje
te drinken doe je dit best vlak nadat je de baby hebt gevoed.
- 54. Wat zijn de effecten van roken voor de borstvoeding en de baby?
- Zowel zelf roken als roken van anderen in het bijzijn van je
baby is af te raden. Roken remt de melkproductie en zowel nicotine
als andere giftige stoffen komen terecht in de moedermelk. Ook
de smaak van nicotine gaat over in de moedermelk. Hierdoor kan
je baby onrustig worden of de borst weigeren. Andere mogelijke
gevolgen zijn: overgeven, diarree, rusteloosheid, kolieken en een
verhoogde hartslag.
- Passief roken versterkt het effect van de nicotine in de moedermelk
nog eens.
Wanneer je als ouder(s) in huis rookt, loopt je kind een verhoogd
risico op ziekenhuisopname, aandoeningen van de luchtwegen en maagdarmziekten.
Er is eveneens een verhoogd risico op wiegendood.
- Toch is het ook als je rookt beter om voor borstvoeding dan om
voor kunstvoeding te kiezen. Borstvoeding zal immers helpen om te beschermen tegen de verhoogde
risico’s die passief roken met zich meebrengt.
- 55. Mag ik koffie drinken als ik borstvoeding geef?
- Van één à twee koppen koffie per dag zal je baby geen
last ondervinden. Wanneer je meer koffie per dag drinkt zal echter het ijzergehalte
in de moedermelk afnemen. Op lange termijn kan dit leiden tot ijzertekort bij
je baby. Verder vertoont je baby mogelijk onrust, irritatie en slapeloosheid.
Wanneer je ook nog rookt, wordt het effect van de cafeïne versterkt door het roken.
- 56. Wat zijn de effecten van drugs voor de borstvoeding en de baby?
- Druggebruik tijdens de borstvoedingsperiode is ten zeerste afgeraden.
Drugs komen in moedermelk terecht en hebben zowel voor de baby als voor jezelf schadelijke effecten.
Als je toch drugs gebruikt doe je best beroep op deskundig advies.
- 57. Mag ik medicatie innemen tijdens de borstvoedingsperiode?
- Dit hangt ervan af om welke medicatie het gaat. Best bespreek
je dit met een deskundige vroedvrouw, arts of lactatiekundige.
Het innemen van medicatie tijdens de borstvoedingsperiode geeft vaak
minder problemen dan algemeen wordt aangenomen. Hoewel er sporen van
de meeste medicatie in de moedermelk terechtkomen, is de invloed op
je baby meestal verwaarloosbaar. Sommige stoffen worden niet door het
lichaam van je baby opgenomen. Bijna steeds is er een geneesmiddel
voorhanden dat geen nadelige gevolgen heeft. Ook langdurig gebruik
van medicatie voor hoge bloeddruk, depressie, tbc of epilepsie kan
compatibel zijn met borstvoeding.
- 58. Hoe kan ik de overgang van medicatie in moedermelk beperken?
- Hieronder volgen enkele tips om de overgang van medicatie in moedermelk te beperken.
Voor meer uitleg raadpleeg je best een deskundige vroedvrouw, arts of lactatiekundige.
- Voed je baby net voordat je de medicatie inneemt.
- Je kan op voorhand afkolven en melk bewaren wanneer je weet dat
je voor een bepaalde tijd medicatie zal moeten nemen die niet verenigbaar
is met borstvoeding.
- Ook met medicatie die vrij verkrijgbaar is, moet je voorzichtig zijn. Zo zijn er bvb.
aan het gebruik van aspirine belangrijke bijwerkingen verbonden. Kies indien mogelijk
voor medicatie die plaatselijk wordt toegediend
(bvb. neusdruppels i.p.v. systematische antihystaminica).
- Kies indien mogelijk medicatie die ook bij kinderen wordt gebruikt en als veilig wordt beschouwd.
- Borstvoeding en werken
- 60. Is het mogelijk om door te gaan met borstvoeding als ik terug moet gaan werken?
- Ja. Er zijn verschillende mogelijkheden om borstvoeding en werken/activiteiten
buitenshuis te combineren.
Enerzijds kan je ervoor kiezen om na je moederschapsrust nog wat
langer thuis te blijven door gebruik te maken van één
van de wettelijke mogelijkheden hiervoor (borstvoedingsverlof,
ouderschapsverlof, tijdskrediet of onbetaald verlof.
Anderzijds zijn er eveneens manieren waarop je de borstvoeding
kan voortzetten wanneer je terug aan het werk gaat. Door gebruik
te maken van borstvoedingspauzes kan je je werkdag onderbreken
om af te kolven of je baby zelf te gaan voeden. Daarnaast kan je
buiten de werkuren afkolven (met de hand of met een afkolftoestel)
om een voorraadje melk aan te leggen dat je kan meegeven naar de
opvang. Omdat heel wat moeders een verminderde melkproductie ervaren
wanneer ze terug gaan werken is het belangrijk om overdag goed
te kolven en ’s morgens, ’s
avonds en evt. ’s nachts je baby te blijven aanleggen.
- 61. Welke wettelijke mogelijkheden zijn er om langer thuis te blijven na de geboorte?
-
In België bestaan er, afhankelijk van het statuut van de werknemer,
verschillende mogelijkheden om de moederschapsrust nog te verlengen
of om borstvoedingspauzes te nemen op het werk waardoor borstvoeding
en werken makkelijker te combineren zijn.
Wij bieden hier een overzicht van de verschillende mogelijkheden.
- Moederschapsrust
Elke werkneemster die zal bevallen heeft recht op 15 weken moederschapsrust.
Bij een meerlingzwangerschap heeft men recht op 17 weken bevallingsrust.
Een miskraam na de zesde maand van de zwangerschap (180 dagen) wordt
met een bevalling gelijkgesteld, en geeft bijgevolg eveneens recht op moederschapsrust.
De 15 weken moederschapsrust bestaan uit 6 weken prenataal verlof (8 weken wanneer er sprake
is van een meerling) en 9 weken postnataal verlof. Eén
week voor de uitgerekende bevallingsdatum mag de zwangere vrouw
niet meer gaan werken. Dit wil zeggen dat 5 weken van het prenataal
verlof (of 7 weken bij een meerling) mogen overgedragen worden
naar het postnataal verlof. Wanneer men vroeger bevalt dan verwacht,
verliest men de resterende dagen van de verplichte week prenataal
verlof.
Wanneer de baby na de eerste levensweek in het ziekenhuis moet worden opgenomen kan de
werkneemster de postnatale rust verlengen met een periode die gelijk is aan de periode dat de baby
na de eerste levensweek is opgenomen, met een maximum van 24 weken.
Ongeacht hun contractuele positie, zorgt het ziekenfonds voor een moederschapsuitkering
voor werkneemsters. Deze uitkering bedraagt 82 % van het onbegrensd brutoloon gedurende de eerste
30 dagen van de moederschaprust. Vanaf de 31ste dag wordt dit 75 % van het begrensd loon en
bij een verlenging na 15 weken gaat het nog om 60 % van het begrensd loon.
Het overheidspersoneel en de zelfstandigen nemen een bijzondere positie in.
Overheidspersoneel blijft het volledige loon behouden gedurende de moederschaprust,
enkel bij een verlenging na 15 weken wordt dit teruggebracht tot 60 % van het loon.
Zelfstandigen konden tot voor kort aanspraak maken op 6 weken moederschapsrust. Sinds 1 juli 2007
kunnen zelfstandigen en meewerkende echtgenoten 8 weken moederschapsrust opnemen,
waarvan 1 week verplicht prenataal. Deze periode van 8 weken kan op vraag van de moeder worden
ingekort met 1 of 2 weken, zodat de minimumduur van de moederschapsrust 6 weken bedraagt.
De moederschapsuitkering bedraagt 347,11€ per week en wordt in 1 keer uitbetaald tijdens
de maand van de laatste week van de moederschapsrust.
Om van een moederschapsuitkering te kunnen genieten, dient je een medisch attest, dat de vermoedelijke
bevallingsdatum vermeldt, aan je ziekenfonds over te maken. Na de bevalling moet een geboorteattest,
afgeleverd door de gemeente, met de werkelijke geboortedatum erop vermeld, afgegeven worden
aan het ziekenfonds.
Indien het werk opnieuw hervat wordt, moet een werkhervattingattest opgestuurd worden naar het ziekenfonds.
-
Dienstencheques voor zelfstandigen
Naast de moederschapsrust kunnen zelfstandigen gratis gebruik maken
van dienstencheques voor huishoudelijke taken wanneer ze terug gaan
werken. De toekenning van deze cheques wordt niet als een belastbare
uitkering voor de gerechtigden beschouwd. Het aantal dienstencheques
waarop men aanspraak kan maken is sinds 1 mei 2007 verhoogd van 70
naar 105. Om dienstencheques aan te vragen kan de gerechtigde zich
wenden tot haar socialeverzekeringsfonds.
-
Borstvoedingsverlof
Er bestaat geen algemene regeling in verband met het borstvoedingsverlof.
In de openbare sector is dit verlof niet van toepassing tenzij
in geval van moederschapbescherming. In de privé-sector
bestaan er binnen bepaalde sectoren collectieve arbeidsovereenkomsten
over borstvoedingsverlof maar dit is meestal onbezoldigd. Daarnaast
kan er eventueel wel een individuele overeenkomst tussen werkgever
en werknemer gesloten worden onder de vorm van onbetaald verlof.
-
In geval van moederschapsbescherming (lactatieverlof)
Van zodra een werkneemster beslist om borstvoeding te geven, moet zij haar werkgever
hiervan op de hoogte brengen. De arbeidswet verbiedt immers dat zwangere vrouwen
en vrouwen die borstvoeding geven, arbeid verrichten die als gevaarlijk voor
de gezondheid van moeder of kind wordt beschouwd. De werkgever moet
in samenwerking met de arbeidsgeneesheer nagaan bij welke werkzaamheden zich een
specifiek risico kan voordoen, dat kan bijvoorbeeld gaan om blootstelling aan
gevaarlijke stoffen.
De arbeidsgeneesheer beslist individueel over elk geval. Afhankelijk van het risico
of de risico’s waaraan de werkneemster eventueel kan worden blootgesteld,
moet de werkgever ofwel:
- de werktijden of arbeidsomstandigheden aanpassen
- een andere toelaatbare job geven
- de arbeidsovereenkomst schorsen
Indien de uitvoering van het contract geschorst wordt en dus lactatieverlof wordt toegestaan,
kan er aanspraak gemaakt worden op een moederschapsuitkering (60 % van het loon) ten laste
van het ziekenfonds. Dit is mogelijk tot en met de 5e maand na de bevalling.
Tijdens deze periode neemt de werkgever geen enkele verplichting op zich wat betreft
gewaarborgd loon.
Aan het ziekenfonds dient dan een attest van de werkgever bezorgd te worden,
waaruit blijkt dat men omwille van bepaalde risico’s moest stoppen met werken en
dat er geen vervangende arbeid aanwezig is.
-
Borstvoedingspauzes
Sinds 1 juli 2002 mogen werkneemsters in de privé-sector die borstvoeding
geven één of twee keer per dag voor een half uur hun werk onderbreken
voor het geven van borstvoeding of voor het afkolven van moedermelk
(collectieve arbeidsovereenkomst nr. 80).
Het aantal pauzes waar men recht op heeft, hangt af van het aantal uren dat men die dag werkt.
Bij een werkdag van minstens 7.5 uur heeft men recht op twee pauzes (deze kunnen
in één of in twee keer worden opgenomen), bij een werkdag van 4 tot 7.5 uur
heeft men recht op één pauze. De werkneemster zal een akkoord moeten bereiken
met haar werkgever waarin bepaald wordt op welke ogenblikken van de dag de pauze kan worden opgenomen.
Om recht te hebben op de borstvoedingspauzes dient de werkneemster twee maand
voor zij terug begint te werken de werkgever verwittigen. Dit kan gebeuren door middel van
een aangetekend schrijven of door de overhandiging van een brief waarvan een exemplaar
voor ontvangst wordt ondertekend door de werkgever.
Verder is er ook een attest nodig om te bewijzen dat de vrouw inderdaad borstvoeding geeft.
Dit kan bij Kind & Gezin of bij de arts verkregen worden. Dit bewijs moet iedere maand
opnieuw geleverd worden.
De werkneemster die gebruik maakt van de borstvoedingspauzes mag niet ontslaan worden
vanaf het ogenblik dat zij haar werkgever heeft ingelicht van haar intentie om
van de pauzes gebruik te maken tot één maand na het verstrijken van het laatste
attest. Het recht op borstvoedingspauzes geldt tot maximaal 7 maanden na de geboorte.
In uitzonderlijke gevallen kan deze periode met twee maanden verlengd worden.
De werkneemster (met uitzondering van de werkneemster die een uitkering ontvangt voor
de onderbreking van haar arbeidsovereenkomst) kan aanspraak maken op een uitkering voor
de uren van borstvoedingspauzes toegekend volgens de bepalingen van de arbeidsreglementering.
De werkgever bezorgt een attest, ten laatste op de dag van de uitbetaling van het loon,
met vermelding van het aantal uren of halve uren borstvoedingspauze die zij genomen heeft
in de loop van de maand. De werkneemster vult het attest verder in en
bezorgt het aan haar ziekenfonds dat de uitkering betaalt binnen de dertig dagen.
Deze uitkering bedraagt 82% van het onbegrensde brutoloon voor de uren en halve uren borstvoedingspauze.
De werkgever is verplicht om voor een goed verwarmde en verluchte ruimte te zorgen waarin
de werkneemster borstvoeding kan geven of kan afkolven. Deze ruimte moet
over een koelkast beschikken en er moet een aangename zetel staan.
-
Ouderschapsverlof
Het ouderschapsverlof biedt aan moeders en vaders de mogelijkheid om
voor een bepaalde periode hun loopbaan te onderbreken, zodat ze meer
tijd kunnen besteden aan de zorg en opvoeding van hun kind. Het ouderschapsverlof
biedt dan ook perspectieven in verband met borstvoeding.
In de privé-sector kan dit verlof op een aantal manieren worden opgenomen.
Elke werknemer (voltijds of deeltijds tewerkgesteld) kan gedurende een periode
van drie maanden de uitvoering van zijn arbeidsovereenkomst volledig schorsen.
De periode van drie maanden kan naar keuze van de werknemer in verschillende
maanden worden opgesplitst. Het is verder ook mogelijk om gedurende een aaneengesloten
periode van zes maanden de arbeidsprestaties halftijds verder te zetten. Een
andere mogelijkheid is om gedurende een periode van vijftien maanden de arbeidsprestaties
met één vijfde te verminderen. Deze vermindering
van de arbeidsprestaties kan naar keuze van de werknemer in verschillende
maanden worden opgesplitst, met een minimumduur van drie maanden
bij elke aanvraag.
Een overstap van de ene naar de andere regeling is mogelijk. Hierbij
is het zo dat één maand schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst
gelijk is aan twee maanden halftijdse verderzetting van de arbeidsprestaties
en gelijk is aan vijf maanden vermindering van de arbeidsprestaties met één
vijfde. Bij de overstap dient de minimumduur van het verlof telkens
te worden gerespecteerd.
Het ouderschapsverlof is een recht voor alle werknemers. De periode
waarbinnen men dit verlof kan opnemen loopt vanaf de geboorte van het
kind tot op het ogenblik dat het kind 6 jaar wordt. De enige voorwaarde
is dat je als werknemer in de periode van 15 maanden voorafgaand aan
de schriftelijke aanvraag, minstens 12 maanden in dienst moet zijn
bij de werkgever die je tewerkstelt.
De werknemer dient zijn werkgever ook ten minste twee maanden en ten
hoogste drie maanden op voorhand schriftelijk in te lichten over zijn
beslissing om ouderschapsverlof te nemen. De kennisgeving van de werknemer
bevat het voorstel over de wijze van uitoefening van het recht (volledige
schorsing of vermindering van prestaties) en de begin- en einddatum
van het verlof.
Binnen één maand na de kennisgeving kan de werkgever
het verlof met hoogstens zes maanden uitstellen om gegronde redenen,
die verband houden met de werking van de onderneming. Bij uitstel
gaat het ouderschapsverlof in, uiterlijk 6 maanden na de maand
waarin het gemotiveerde uitstel wordt geformuleerd. De werkgever
kan het ouderschapsverlof niet weigeren, wel is het mogelijk dat
de werkgever een kortere termijn aanvaardt.
Ten laatste op het ogenblik dat het verlof ingaat, moet de werknemer
de documenten tot bewijs van het recht op ouderschapsverlof aan de
werkgever bezorgen (geboorte-uittreksel, bewijs van inschrijving, ...)
Tijdens het ouderschapsverlof krijgt de werknemer een onderbrekingsuitkering
en blijven bepaalde sociale zekerheidsrechten gewaarborgd. De werknemer
dient na het verstrijken van het ouderschapsverlof zijn functie terug
te krijgen of ten minste een gelijkwaardige of vergelijkbare functie.
Vanaf de aanvraag van het ouderschapsverlof tot en met 2 maanden na
het einde van het verlof is de werknemer beschermd tegen
ontslag. Enkel ontslag wegens een dringende of voldoende reden is mogelijk.
De onderbrekingsuitkering moet door de werknemer aangevraagd worden
bij de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening, a.d.h.v. formulieren die
door de RVA verstrekt worden. De aanvraag moet gebeuren binnen de termijn
van twee maanden die ingaat op de dag na de aanvang van het ouderschapsverlof.
De onderbrekingsuitkering voor een volledige loopbaanonderbreking in
het kader van ouderschapsverlof bedraagt in principe 536,65 euro voor
een voltijds tewerkgestelde werknemer. Een deeltijds tewerkgestelde
werknemer die zijn arbeidsovereenkomst volledig schorst, of een voltijds
tewerkgestelde werknemer die zijn arbeidsprestaties vermindert, ontvangt
een gedeelte van dit bedrag dat evenredig is aan de duur van de arbeidsprestaties
of aan de vermindering van de arbeidsprestaties.
Een andere mogelijkheid is het ouderschapsverlof op basis van de Collectieve
Arbeidsovereenkomst nr. 64, gesloten in de Nationale Arbeidsraad.
Deze regeling kent aan iedere werknemer uit de privé-sector
een recht op volledige loopbaanonderbreking toe bij de geboorte
of de adoptie van een kind tot de leeftijd van vier jaar (of acht
jaar wanneer het kind voor tenminste 66% getroffen is door een
vermindering van lichamelijke of geestelijke geschiktheid in de
zin van de regelgeving betreffende de kinderbijslag). De duur van
de onderbreking bedraagt drie aaneensluitende maanden. Mits akkoord
van de werkgever kunnen de drie maanden voltijds ouderschapsverlof
eveneens worden opgenomen in gedeeltes of in een deeltijdse arbeidsregeling.
In het kader van deze regeling maakt de werknemer geen aanspraak op
een onderbrekingsuitkering. Ook de ontslagbescherming verschilt enigszins
van de regeling van ouderschapsverlof opgenomen in het kader van de
loopbaanonderbreking.
De werknemer kiest het stelsel dat het meest aansluit bij zijn of haar
functie of situatie.
-
Tijdskrediet
Het tijdskrediet kan bestaan uit:
- een volledige schorsing van de arbeidsprestaties zowel voor voltijdse als deeltijdse werknemers.
- een vermindering van de arbeidsprestaties tot een halftijdse betrekking.
- 1/5-loopbaanvermindering, op te nemen als een dag per week of twee halve dagen per week.
Voorwaarden hiervoor zijn dat men binnen het bedrijf minstens 3/4-tijds effectief
tewerkgesteld moet zijn geweest gedurende twaalf maanden om de arbeidsprestaties
met de helft te verminderen, en voltijds effectief tewerkgesteld was gedurende twaalf maanden om
de prestaties met 1/5 te verminderen.
Het tijdskrediet met voltijdse of halftijdse onderbreking kan voor minimum 3 maanden
en maximum 1 jaar worden opgenomen. Men ontvangt een premie van 394.59 euro per maand
(526.12 euro per maand indien men over 5 jaar anciënniteit beschikt) voor
de voltijdse onderbreking. In geval van een halftijdse onderbreking ontvangt men 197.29 euro
per maand (263.06 euro per maand indien men over 5 jaar anciënniteit beschikt).
De 1/5-loopbaanvermindering kan men opnemen gedurende een periode van maximaal 5 jaar
over de hele loopbaan. Hierbij ontvangt men een premie van 77.37 euro per maand.
De aanvraag moet 3 maand op voorhand gebeuren, tenzij anders afgesproken met de werkgever.
De aanvraag gebeurt schriftelijk: aangetekend schrijven of schrijven overhandigen aan
werkgever met handtekening voor ontvangst op kopie.
Belangrijk is dat duidelijk vermeld wordt om welke vorm van tijdskrediet het gaat.
-
Onbetaald verlof
Elke werknemer kan steeds aan de werkgever vragen of die bereid is ‘verlof
zonder wedde’ toe te kennen. Er kan dan overeengekomen worden om de arbeidsovereenkomst
tijdelijk te schorsen. Gedurende een periode van ‘verlof zonder wedde’ moet
de werkgever geen loon betalen. Deze regeling heeft echter gevolgen voor de rechten van
de werknemer inzake sociale zekerheid (werkloosheidsverzekering en de ziekte- en invaliditeitsverzekering).
- 62. Hoe bereid ik de terugkeer naar het werk goed voor?
- Wanneer je borstvoeding en werk wenst te combineren is het in de eerste plaats van belang
om je goed te informeren over de mogelijkheden om deze combinatie gemakkelijker te maken.
Vaak is het goed om al tijdens de zwangerschap voor jezelf te plannen wanneer je
opnieuw aan het werk gaat, en hoe je dit zal aanpakken. Ga je voltijds of deeltijds aan de slag?
Wil je gebruik maken van een regeling als ouderschapsverlof of tijdskrediet? Wens je beroep
te doen op het recht op borstvoedingspauzes, en hoe verloopt dat op jouw werk?
Als je twijfelt om al dan niet te blijven voeden wanneer je terug aan de slag gaat,
kunnen volgende voordelen een rol spelen in de beslissing:
- borstvoeding biedt optimale kansen voor een goede gezondheid, groei en ontwikkeling
- minder afwezigheid op het werk door ziekte van het kind
- minder ziektekosten voor het kind
- betere gezondheid en welbevinden voor de moeder
- minder kosten voor kunstvoeding
- minder energie en tijd nodig voor het klaarmaken van flesjes
- zich meer verbonden voelen met de baby tijdens de dag door het afkolven
- de borstvoeding vormt voor de moeder een rustpunt in de dag
- borstvoeding biedt moeder en kind de kans om zich opnieuw verbonden te voelen na een dag gescheiden te zijn door het werk.
Het is verder belangrijk dat ook de kinderopvang je keuze om borstvoeding te blijven geven ondersteunt. Ook de opvang moet goed
geïnformeerd zijn over de manier waarop afgekolfde moedermelk bewaard en gebruikt moet worden.
Bij het kiezen van opvang voor je kind, kan je het onderwerp borstvoeding dan ook ter sprake brengen
en je wensen hieromtrent duidelijk maken.
De eerste dag dat je terug aan het werk gaat is vaak moeilijk en weinig productief.
Je neemt afscheid van de kraamtijd met je baby. Afhankelijk van de leeftijd van je baby op dit moment,
zal je met een aantal moeilijkheden rond borstvoeding te maken krijgen. Wanneer je reeds vroeg na
de geboorte opnieuw gaat werken, kan je vooral te maken krijgen met:
- angst om niet voldoende melk te hebben
- stuwing
- lekken
- je baby die nog vaak gevoed wil/moet worden
- de nog wisselende voedingspatronen van je baby, groeispurten en nachtvoedingen
- weinig energiereserve en vermoeidheid.
Deze problemen zijn echter van voorbijgaande aard zijn, en hoe langer je thuisblijft bij je baby,
hoe kleiner de kans is dat deze moeilijkheden onoverkomelijk zijn. Indien mogelijk is het dus
aangewezen dat je thuisblijft tot je baby minstens vier maanden (idealiter zes maanden) oud is.
Daarna stellen zich meestal geen grote obstakels meer met betrekking tot de combinatie borstvoeding en werk.
- 63. Hoeveel afgekolfde moedermelk moet ik mijn baby meegeven naar de kinderopvang?
- Als algemene richtlijn kan volgende formule gebruikt worden om de hoeveelheid melk te bepalen die je baby per keer drinkt:
- 150 ml x kg lichaamsgewicht
- aantal voedingen per dag
Een baby van 4 kg die normaal 10 keer op een dag drinkt zal dus bij benadering
60 ml per voeding nodig hebben.
- Wanneer je baby naar de kinderopvang gaat kan je ook vragen of je je baby eventueel zelf
kan komen voeden. Als je afgekolfde melk meegeeft, vermeld dan steeds de naam van je kind en
de datum op het flesje of potje. Je kan ook op voorhand met de kinderopvang bespreken wat er moet
gebeuren indien je kind niet voldoende zou hebben met de afgekolfde melk
(bvb. moeten ze jou contacteren of geven ze kunstvoeding bij?).
Goede afspraken voorkomen ongewenste situaties.
- Afkolven
- 64. Welke verschillende manieren zijn er om af te kolven?
- Afkolven kan zowel met de hand als met een afkolftoestel gebeuren.
De keuze hangt af van waar je je best bij voelt en welke methode
het meest geschikt is in jouw specifieke situatie. Wanneer je bvb.
maar occasioneel wil afkolven kan dat makkelijk met de hand en
heb je geen afkolftoestel nodig. Bij frequent afkolven kan een
elektrische kolf comfortabeler zijn.
- 65. Zijn er tips die het afkolven vergemakkelijken?
- Afkolven is iets dat je al doende leert. In het begin is het
normaal dat je slechts kleine hoeveelheden melk afkolft. Je lichaam
moet zich immers aanpassen en leren om te reageren op de stimuli
van het kolven.
- Enkele tips:
- zorg voor een rustige en aangename omgeving
- kolf in het begin vooral ’s morgens af, dit is het moment
waarop je wellicht het meest uitgerust bent en meer melk hebt
- masseer eventueel je borsten, in de richting van de tepel. Je
kan wrijven met de hele hand, kleine cirkelvormige bewegingen met
de vingers maken of een vuist maken en met de geplooide vingers
over de borst rollen.
- wanneer de melk moeilijk toeschiet kan het helpen om warme compressen
aan te brengen, de tepels te stimuleren of voorover leunend je
borsten te schudden. Ook een foto of kleertjes van je baby bij
je houden kan de toeschietreflex bevorderen.
- 66. Hoe kan afgekolfde moedermelk het best bewaard worden?
- Bij het bewaren van moedermelk is het belangrijk om hygiënisch
te werk te gaan en je handen te wassen alvorens af te kolven, moedermelk
te ontdooien of te gebruiken. Je kan de melk best rechtstreeks
opvangen in een afsluitbaar flesje, potje of moedermelkzakje. Tot
de leeftijd van zes maanden moet dit steeds steriel zijn.
Het is handig om steeds een etiket met datum en eventueel uur van afkolven
te voorzien. Melk van twee verschillende afkolfbeurten kan worden samen
gegoten op voorwaarde dat de recentst afgekolfde moedermelk eerst gekoeld
wordt gedurende enkele uren en nadien bij de reeds gekoelde moedermelk
wordt gevoegd.
- 67. Hoe lang kan ik afgekolfde moedermelk bewaren?
- Onderstaande tabel biedt een overzicht:
|
Opgewarmd |
Kamertemp. max. 25°C |
Koeltas 15°C |
Koelkast achteraan 4°C |
Diepvriesvak in koelkast |
Diepvries -18°C |
Verse moedermelk |
1 uur |
4 uur |
24 uur |
72 uren |
2 weken |
3 tot 6 maanden |
Ontdooide moedermelk |
1 uur |
1 uur |
|
24 uur |
|
|
Bijkomende opmerkingen:
- Deze richtlijnen gelden enkel voor voldragen en gezonde baby’s.
Voor zieke of premature baby’s worden andere richtlijnen gehanteerd.
- Je plaatst de melk best achteraan in de koelkast of diepvriezer om temperatuurschommelingen en
verlies van unieke eigenschappen te beperken.
- Door bewaring verandert het vetgehalte van moedermelk. Dit verlies kan beperkt worden door
het flesje of potje zachtjes te schudden voor gebruik.
- 68. Hoe kan ik ingevroren moedermelk best ontdooien?
- Ingevroren moedermelk laat je best traag achteraan in de koelkast ontdooien, niet in de deur of
groentelade. Wanneer er geen tijd is om de melk langzaam te laten ontdooien kan je het flesje
of potje ook onder stromend water houden (van koud naar warm). Het is dan belangrijk om het
water niet te warm te laten worden aangezien er dan antistoffen verloren gaan.
Het is afgeraden om moedermelk te laten ontdooien op kamertemperatuur. Ook mag moedermelk na ontdooiing
niet opnieuw worden ingevroren en niet meer worden gebruikt na 24u.
- 69. Hoe warm ik afgekolfde melk het best op?
- Afgekolfde moedermelk geef je best op kamertemperatuur.
- Opwarmen doe je best in lauw water (stromend of ‘au bain marie’) of met een flessenwarmer.
- Laten opwarmen bij kamertemperatuur wordt afgeraden omwille van bacteriegroei.
- De meningen zijn verdeeld over opwarmen in de microgolfoven
- nadelen: beschermende eiwitten verliezen kwaliteit, ongelijke verdeling van de warmte (‘hot spots’)
- indien de microgolfoven toch wordt gebruikt kan je best in de laagste stand opwarmen en halverwege de melk zachtjes schudden.
- Borstvoeding bij aangeboren aandoeningen
- 70. Mijn baby heeft een gespleten lip en/of verhemelte. Kan ik borstvoeding geven?
- Ja.
Het vraagt bijkomende inspanningen zowel van jezelf als moeder, als van de zorgverleners.
Toch is borstvoeding zeker in dit geval van grote waarde. Volgende factoren spelen een rol
bij de mogelijkheid om borstvoeding te geven in geval van een gespleten lip en/of verhemelte:
- Allereerst heeft moedermelk belangrijke voordelen vanwege de
beschermende werking. Kinderen met een gespleten lip en/of verhemelte
lopen meer risico op oorontstekingen en luchtweginfecties. Borstvoeding
beschermt tegen deze infecties.
- De anti-infectieuze werking en groeifactoren in borstvoeding
zijn ook na een operatie belangrijk. Het zorgt ervoor dat de wonde
sneller geneest en er minder infecties van de wonde optreden.
- Verder is moedermelk minder agressief dan kunstvoeding waardoor
het minder erg is als je baby zich verslikt.
- Daarnaast zorgt borstvoeding voor een optimale groei van je baby.
Indien de operatie wordt uitgesteld totdat je baby een vooropgesteld
gewicht heeft bereikt kan het ook in dit verband belangrijk zijn.
- Bovendien worden de spieren van gezicht en mond geoefend door
het zuigen aan de borst, waardoor een normale ontwikkeling van
het gezicht en spierkracht worden gestimuleerd.
- Ten slotte is de tijd die je besteedt aan borstvoeding ook belangrijk
o.w.v. het huidcontact en helpt het om een hechte band op te bouwen
met je baby.
- 71. Ik geef borstvoeding aan mijn baby met gespleten lip en/of verhemelte. Welke moeilijkheden kan ik verwachten?
- De meest voorkomende moeilijkheden zijn:
- moeilijkheden met aanhappen en zuigen
- stuwing
- melkproductie die traag op gang komt
- matige groei van de baby.
- 72. Waar moet ik op letten als ik borstvoeding geef aan mijn baby met gespleten lip en/of verhemelte?
- Aandachtspunten bij een gespleten lip
Meestal wordt de opening opgevuld door het soepele borstweefsel.
Zoniet kan je met je vinger de opening afsluiten. Op deze manier kan je baby drinken zonder
lucht te happen. Wanneer er aan beide zijden een opening is kan je je duim gebruiken om zo een
vacuüm te creëren. Meestal zal je baby luidruchtig drinken en vaak moeten boeren.
Eventueel kan je extra kolven om de melkproductie te ondersteunen. Een verticale houding
is aan te bevelen: je baby zal er zo beter in slagen om goed te zuigen en zich minder vaak verslikken.
- Aandachtspunten bij een gespleten verhemelte
Een gespleten verhemelte zorgt meestal voor meer moeilijkheden.
Je baby kan moeilijk houvast vinden en de borst in zijn mond houden.
Bovendien kan het vacuüm dat nodig is om te drinken niet ontstaan doordat er een verbinding
is tussen mond en neus. Vaak wordt daarom al vroeg een verhemelteplaatje gebruikt.
Je baby kan de neiging hebben om alleen op de tepel te zuigen. Het is dan ook belangrijk om
het aanleggen goed te laten begeleiden. Door je baby rechtop zittend te voeden wordt voorkomen
dat de melk via het neusje weer wegvloeit en je baby zich verslikt. Mogelijk zal je gedurende lange
tijd moeten afkolven en je baby moeten (bij)voeden met een kopje. In geval van
een gespleten verhemelte is het onwaarschijnlijk dat je baby voldoende zal groeien met
exclusieve borstvoeding en zal bijvoeden nodig zijn.
- 73. Is het mogelijk om borstvoeding te geven aan een baby met neurologische problemen?
- Ja. Hoewel dit gepaard kan gaan met moeilijkheden, is het net voor deze baby’s
erg belangrijk dat ze borstvoeding krijgen:
- Vermits baby’s met neurologische aandoeningen vaker infecties
oplopen, is borstvoeding vooral belangrijk o.w.v. de antistoffen
die moedermelk bevat.
- Bovendien worden tijdens het drinken de spieren van het gezicht
en de mond goed geoefend.
- Verder gaan sommige neurologische aandoeningen gepaard met hartafwijkingen.
Ook hier heeft borstvoeding belangrijke voordelen omdat het minder
stress bij de baby veroorzaakt dan het voeden met de fles, waardoor
de baby zijn zuurstofgehalte en temperatuur gemakkelijker op peil
kan houden.
- 74. Welke problemen kunnen zich voordoen bij borstvoeding aan een hypotone baby?
- In geval van lage spierspanning (zoals bvb. bij het syndroom van Down) heeft je baby moeite
met het instandhouden van het vacuüm dan nodig is om goed te drinken aan de borst.
Je baby kan de borst dus niet goed vasthouden, zuigt slechts zwak, kan zijn lippen
niet stevig sluiten en de tong is minder beweeglijk. Vaak moeten deze baby’s
gewekt worden voor een voeding.
- 75. Welke problemen kunnen zich voordoen bij borstvoeding aan een hypertone baby?
- In geval van hoge spierspanning is je baby vaak erg gevoelig voor prikkelingen in en rond de mond.
Je baby heeft snel braakneigingen. Aan de borst heeft je baby de neiging om naar achter te buigen,
te overstrekken, te kokhalzen en zich te verslikken.
- 76. Waar moet ik op letten als ik borstvoeding geef aan mijn hypotone baby?
- Volgende punten kunnen helpen om je baby goed te laten drinken:
- ondersteun de onderkaak of kin van je baby goed zodat hij makkelijk kan aanhappen
- ondersteun het hoofdje zodat het niet naar achteren valt
- door een borstvoedingshulpset te gebruiken kan je baby voldoende melk drinken alvorens in slaap te vallen
- voed je baby rechtop, praat tegen hem, kleed hem wat minder warm, streel hem en wissel wat vaker van borst om je baby alert te houden
- oefen de mond- en gezichtsspieren met evt. speciale oefeningen
- laat je baby opvolgen en begeleiden door een multidisciplinair team.
- Hypotone baby’s gelijken in vele opzichten op premature baby’s:
ze zullen geleidelijk aan beter leren zuigen, slikken en ademhalen.
- 77. Waar moet ik op letten als ik borstvoeding geef aan mijn hypertone baby?
- Volgende punten kunnen helpen om je baby goed te laten drinken:
- zorg voor een rustige omgeving
- voed evt. in een ronde houding om overstrekken tegen te gaan
- vermijd overprikkeling in en rond de mond: hierdoor wordt kokhalzen en verslikken voorkomen
- vaak is zuigtraining door een deskundige zorgverlener nodig (vb. gespecialiseerde logopedist of kinesitherapeut)
- soms kan het helpen om voorzichtig het puntje van de tong aan te raken en naar achteren te brengen.
Zo leert je baby bovendien een lichte druk op de tong te verdragen. Door zachtjes met een vinger
over het verhemelte te gaan wordt de zuigreflex gestimuleerd
- opvolging en begeleiding door een multidisciplinair team en een lactatiekundige.
- Borstvoeding bij prematuren
- 78. Is het mogelijk om borstvoeding te geven aan een premature baby?
- Ja, meer nog: wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat
borstvoeding van groot belang is voor baby’s die te vroeg
geboren zijn. De speciaal samengestelde prematurenvoeding evenaart
borstvoeding niet, en mist de antistoffen, groeifactoren en enzymen.
Exclusieve borstvoeding voldoet aan de hoge voedingsbehoeften van
een premature baby die bij geboorte meer dan 1500 gr woog of op
32 weken geboren werd. Wanneer het gaat om een premature baby met
een geboortegewicht van minder dan 1500 gr is exclusieve borstvoeding
ontoereikend. In deze situatie – bij zeer
vroege geboorte – dient de moedermelk verrijkt te worden.
- 79. Wat zijn de specifieke voordelen van borstvoeding voor een premature baby?
- Er zijn voordelen op verschillende vlakken:
- Op vlak van voeding
De samenstelling van de moedermelk die aangemaakt wordt bij een vroegtijdige bevalling
is lichtjes anders dan bij een voldragen zwangerschap en komt tegemoet aan de
hoge behoefte aan eiwitten en energie van de premature baby om zijn optimale groei
te bereiken. Daarnaast heeft borstvoeding voor een premature baby nog volgende voordelen:
- De eiwitten in moedermelk bestaan voornamelijk uit wei, hetgeen makkelijk te
verteren is en ervoor zorgt dat moedermelk lichter verteerbaar is dan kunstvoeding.
- Moedermelk vormt geen zware belasting voor de nieren.
- De energie is afkomstig van vet en lactose. De lipiden verbeteren de vertering en opname van vetten.
- Op vlak van het immuunsysteem
Ook op immunologisch vlak is de samenstelling van de moedermelk
lichtjes anders bij moeders die prematuur bevallen zijn. In deze
moedermelk wordt op verschillende momenten in de borstvoedingsperiode
een hogere concentratie aan beschermende stoffen vastgesteld.
De unieke antistoffen in moedermelk vormen de best mogelijke bescherming
voor de premature baby die al vatbaarder is voor infecties. Onderzoek
heeft aangetoond dat premature baby’s die borstvoeding kregen duidelijk minder te maken
hadden met bacteriële en virale infecties.
- Op het vlak van baby’s fysieke, cognitieve en psychologische ontwikkeling
- Borstvoeding heeft alle eigenschappen om een premature baby alle
kansen te bieden zich optimaal te ontwikkelen.
- Moedermelk komt de ontwikkeling van het maagdarmstelsel ten goede.
De voedingsstoffen worden gemakkelijker verteerd en opgenomen,
en moedermelk zorgt voor minder belasting van de nieren dan kunstvoeding.
- Ook het gezichtsvermogen van een premature baby is beter wanneer
hij borstvoeding krijgt dan wanneer hij kunstvoeding krijgt.
- Daarnaast wordt in steeds meer wetenschappelijk onderzoek vastgesteld
dat borstvoeding bij premature baby’s de cognitieve ontwikkeling ten goede
komt. Een premature baby wordt geboren op het moment dat zijn hersenen nog
volop in ontwikkeling zijn. Een baby die geboren wordt op 28 weken, zal immers
het gewicht van zijn hersenen verdubbeld zien op de leeftijd van 8 weken. Deze
snelle groei maakt premature baby’s dan ook erg gevoelig
voor een optimale voeding.
- Borstvoeding kan verder bijdragen tot de psychologische ontwikkeling
van de baby. Bij een premature geboorte is medische zorg nodig
en worden moeder en kind gescheiden. Zowel voor moeder als kind
is dit erg moeilijk. Het geven van borstvoeding draagt bij tot
het ontwikkelen van een hechte band tussen moeder en kind.
- 80. Welke aandachtspunten zijn er bij het opstarten van borstvoeding voor een premature baby?
- Wanneer de baby prematuur geboren wordt is huid-op-huidcontact
erg belangrijk, zowel voor de band met je kind als voor het opstarten
van de borstvoeding. Indien dit niet mogelijk is, is het goed dat
je minstens de baby even kan zien en aanraken vooraleer hij wordt
weggebracht. Eventueel kan je een foto van de baby bij je houden.
- Meestal zal de melkproductie op gang moeten worden gebracht met
behulp van een kolf. Hiermee kan best snel mogelijk na de bevalling
gestart te worden – zeker
binnen zes uur. Tot de melkproductie op peil is zal je minstens acht keer per
dag moeten afkolven, ook ‘s nachts. Het is immers de bedoeling
om het drinkpatroon van een voldragen baby na te bootsen. Je kan
afwisselen tussen afkolven met een afkolftoestel en afkolven met
de hand. Afkolven kost vaak veel moeite door de bezorgdheid en
spanning om de baby. Het kan helpen om indien mogelijk naast de
couveuse af te kolven of een foto van de baby te bekijken.
- 81. Welke aandachtspunten zijn er bij het onderhouden van de melkproductie voor een premature baby?
- Wanneer de melkproductie reeds goed op gang is gebracht blijft het nodig om regelmatig af te kolven als
de baby nog niet zelf kan drinken. De melkproductie zal immers afnemen wanneer de borst minder of minder
vaak geleegd wordt. De doelstelling is om (vanaf dag 10 na de bevalling) minstens 600 ml/dag af te kolven.
Hoe vaak je hiervoor moet kolven is erg individueel.
- Bij problemen met de melkproductie kan het helpen om:
- de borst te masseren en met de hand af te kolven
- huid-op-huidcontact met de baby te hebben
- afkolven naast de baby
- te zuigen op de lege borst
- professionele steun en steun van lotgenoten te zoeken
- actief betrokken te zijn in het voedingsplan van de baby.
Bij borstvoedingsproblemen is het raadzaam om een beroep te doen op deskundige begeleiding.
- 82. Waar dien ik op te letten bij het gebruiken van afgekolfde melk voor mijn premature baby?
- Allereerst is het belangrijk om hygiënisch en veilig af
te kolven en te bewaren. Volg hierbij de richtlijnen die je in
het ziekenhuis krijgt. De afgekolfde moedermelk wordt best in onderstaande
volgorde aan de baby gegeven:
- allereerst het colostrum dat bekomen werd in de eerste vier dagen na de geboorte
- vervolgens de meest verse melk eerst: dit wil zeggen recent afgekolfd binnen vier uur) en niet gekoeld
- vervolgens de gekoelde melk
- ingevroren melk wordt pas gegeven indien er geen verse of gekoelde melk voorradig is.
De aanbevelingen voor het gebruik van moedermelk in geval van
ziekte van de moeder verschillen voor de premature baby niet met
deze voor een voldragen baby. Uitzondering op deze regel is het
cytomegalievirus. Wanneer je als moeder van een zeer vroeg geboren
baby geïnfecteerd bent met cytomegalie is het
aangewezen om de moedermelk te pasteuriseren (62,5° C voor 30 min).
- 83. Wanneer mag/kan mijn baby rechtstreeks aan de borst drinken?
- Dit hangt af van de ontwikkeling van zijn zuig- en slikreflex en zijn algehele toestand.
Leeftijd en gewicht spelen meestal een ondergeschikte rol.
- Meestal slaagt een baby er rond 32 weken in om het zuigen, slikken en ademhalen te coördineren.
Er zijn echter ook situaties bekend waarbij baby’s bij wie de kangoeroe-methode werd toegepast
er reeds op 28 à 30 weken in slaagden. Lichaamscontact en oefenen aan de borst beïnvloedt
de ontwikkeling van deze vaardigheden.
- In de meeste gevallen geeft de baby zelf aan wanneer hij klaar is om aan de borst te drinken.
Wanneer hij tijdens de sondevoeding alert is en kleine mondbewegingen maakt kan je proberen
hem aan de borst te leggen.
- 84. Hoe verloopt het overschakelen van sondevoeding naar rechtstreekse borstvoeding?
- De mond is het meest gevoelige orgaan van de baby. Aspireren,
intubatie of het inbrengen van voedingssondes kunnen dan ook traumatiserende
ervaringen zijn waardoor mogelijk een orale afkeer ontstaat. Dit
bemoeilijkt uiteraard het overschakelen naar orale voeding. Het
is dan ook belangrijk om de baby de kans te geven om positieve
ervaringen op te doen. Wanneer de baby geëxtubeerd
is dien je hem rustig de kans te geven om de borst te besnuffelen,
of te likken. De kangoeroe-methode kan hierbij nuttig zijn.
- Beslissingen om volledig over te stappen van sondevoeding naar
orale voeding zijn sterk afhankelijk van de gewoonten van het ziekenhuis,
en minder gebaseerd op de bestaande kennis omtrent de ontwikkeling
van premature baby’s.
Gewoonlijk worden premature baby’s om de drie uur gevoed en in het begin
kunnen één of twee voedingen oraal aangeboden worden. Er wordt
aangeraden om rekening te houden met de hongersignalen van de baby en orale
voeding op vraag te geven. Op deze manier wordt de overgangsperiode van sondevoeding
naar orale voeding aanzienlijk verkort. Een alternatief hiervoor is dat de
zorgverlener vooropstelt dat een minimaal volume oraal wordt gegeven (bvb.
minstens 45 ml over 4 u) en de overige voeding via een sonde wordt toegediend.
Verder is bekend dat baby’s waarbij de kangoeroe-methode
wordt toegepast, sneller klaar zijn om aan de borst te drinken.
- Wanneer de baby nog zeer klein is zal hij slechts aan één borst
per voeding drinken omdat het te vermoeiend is om te wisselen. De duur van
de voeding is afhankelijk van kind tot kind. De signalen die de baby geeft
zullen aantonen hoe lang een voeding kan duren. De baby zal ophouden met zuigen,
tekenen van stress vertonen of in slaap vallen. Soms vallen premature baby’s
echter al zeer snel in slaap aan de borst. Afhankelijk van de conditie
van de baby kan je hem dan nog even op schoot houden en afwachten
of het later opnieuw beter gaat. Eventueel kan je om de baby te
stimuleren proberen om wat afgekolfde melk in zijn mondje te druppelen.
- 85. Zijn er tips voor het goed aanhappen van een premature baby?
- Eens aan de borst is het belangrijk dat je baby goed gepositioneerd
is en diep aanhapt.
Om een premature baby hierbij te helpen kan het zinvol zijn om:
- de borst wat zachter te maken alvorens aan te leggen
- eventueel je borsten en tepels vooraf voorzichtig masseren en
stimuleren zodat de melk vlotter komt en je baby de tepel makkelijk
vindt
- je baby te ondersteunen zodat hij zonder inspanning dicht tegen
je blijft aanliggen: voeden met de baby onder de arm of in doorgeschoven
houding is hiervoor geschikt
- de borst vast te houden en zodanig te vormen dat je baby makkelijk
aanhapt en voorkomen wordt dat de borst het kinnetje van je baby
wegdrukt
- een tepelhoedje te gebruiken als het rechtstreeks drinken aan
de borst nog moeilijk is
- borstcompressie toe te passen zodat de melktoevoer gestimuleerd
wordt
- een overproductie in stand te houden zodat de melk steeds makkelijk
vloeit.
- Op momenten dat je zelf niet aanwezig kan zijn maar de baby oraal
gevoed moet worden kan men de baby afgekolfde moedermelk met een
kopje geven. Deze methode wordt als veiliger beschouwd dan voeden
met een flesje. Naast mogelijke zuigverwarring door het drinken
aan een kunstmatige speen, wordt vastgesteld dat bij het drinken
aan een flesje de hartslag en zuurstofsaturatie van premature baby’s
beter is dan wanneer de baby met een kopje gevoed wordt.
- Borstvoeding bij een meerling
- 86. Is het mogelijk om borstvoeding te geven aan een meerling?
- Ja. Borstvoeding geven aan een meerling is perfect mogelijk.
Heel wat moeders zijn bezorgd dat ze niet voldoende melk zullen
hebben om meer dan één kind te voeden.
Net als bij een eenling wordt de melkproductie echter geregeld
door het principe van vraag en aanbod en zal het regelmatig aanleggen van je
baby’s ervoor zorgen dat er voldoende melk wordt aangemaakt voor elk
van hen. Als je baby’s vanaf het begin bij elke voeding aan
de borst drinken is bijvoeding niet nodig. Indien dit niet mogelijk
is wordt bijvoeding bij voorkeur niet met een flesje gegeven.
- 87. Wat zijn de specifieke voordelen van borstvoeding voor een meerling?
- De unieke eigenschappen van moedermelk bieden belangrijke voordelen bij een meerling.
Allereerst biedt moedermelk een optimale voeding en immunologische bescherming voor
deze baby’s die vaak prematuur geboren worden of andere gezondheidsproblemen hebben.
Ook laat borstvoeding toe dat je zeer regelmatig intens contact hebt met elk van je baby’s.
Afhankelijk van de voorgeschiedenis (scheiding na de geboorte) voel je als moeder soms een lichte
voorkeur voor één van je baby’s. Door borstvoeding krijgen beide baby’s
veel lichaamscontact en is het gemakkelijker om als moeder met allebei te band te krijgen.
Midden in de drukte bieden de voedingsmomenten je bovendien een uitgelezen kans om even te zitten of te liggen.
De borstvoedingshormonen werken daarbij ontspannend.
- 88. Kan ik mijn baby’s gelijktijdig of apart voeden?
- Kort na de geboorte is het meestal aangewezen om je baby’s apart te voeden zodat
er voldoende aandacht kan zijn voor het correct aanleggen. Het gelijktijdig voeden kan je flink
wat tijd besparen, maar vaak duurt het even voor je hier handig in wordt. In het begin is het vaak
ook nodig dat iemand de hoofdjes van de baby’s ondersteunt wanneer je beide baby’s
wil aanleggen.
Sommige moeders verkiezen om de baby’s apart te voeden,
zodat ze de kans hebben om met elke baby afzonderlijk wat tijd door te brengen.
Meest voorkomend is dat de moeders het gelijktijdig en apart voeden afwisselen.
- Een veelgehoorde vraag is wanneer je van borst moet wisselen.
In principe is ieder ‘rotatiesysteem’ goed, zolang elk van je baby’s
op vraag wordt gevoed. Aanvankelijk wisselen je baby’s per voeding of
per dag van borst om de melkproductie gelijkmatig te stimuleren. Sommige moeders
vinden het handig om elke baby een borst toe te wijzen. Voor jonge baby’s
is het echter ook belangrijk om regelmatig van kant te wisselen.
Dit om zijn motorische ontwikkeling te stimuleren en scheefgroei
van het hoofdje te voorkomen.
- 89. Welke voedingshoudingen zijn er mogelijk om een tweeling gelijktijdig te voeden?
| Wanneer je je baby’s gelijktijdig
wil voeden zijn er verschillende houdingen mogelijk. Zoals steeds is
het belangrijk om comfortabel te zitten. Je kan een speciaal borstvoedingskussen
voor meerlingen gebruiken. Dit kussen is langer en breder dan een gewoon
borstvoedingskussen. |

A- Rugbyhouding of bakerhouding
Beide baby’s drinken in rugbyhouding. Je kan beide hoofdjes goed ondersteunen
met je handen (het achterhoofd niet vasthouden!) en de beentjes van je baby’s
liggen onder je armen doorgeschoven.
|

B- Kruishouding
Hierbij liggen beide baby’s in madonnahouding en liggen de beentjes van
de ene baby over de andere baby heen. |

C- Parallelhouding
Hierbij wordt één baby in madonnahouding gevoed, terwijl de andere
baby in rugbyhouding wordt gevoed. |
| Riordan, J. (2005). Breastfeeding and Human Lactation.
Massachusetts: Jones and Bartlett Publishers. |
- Zwangerschap en borstvoeding
- 90. Ik geef nog borstvoeding en ben opnieuw zwanger. Kan ik doorgaan met de borstvoeding?
- Ja.
In normale omstandigheden is je lichaam in staat om zowel voor de zwangerschap als voor de
melkproductie te zorgen. Je zwangerschap heeft niet te lijden onder de borstvoeding, en
de moedermelk is niet ‘schadelijk’ of kwalitatief minder goed omdat je zwanger bent.
Het is echter belangrijk om te zorgen voor gezonde voeding en eventueel een vitaminesupplement te nemen.
- Wanneer je eerder te maken had met vroeggeboorte, herhaalde spontaan
miskraam, baarmoederhalsinsufficiëntie, of wanneer het om
een meerlingzwangerschap gaat of er andere indicaties voor een
vroeggeboorte zijn, is deskundig advies aangewezen bij het beslissen
om al dan niet verder te voeden tijdens de zwangerschap.
- 91. Wat is de invloed van een nieuwe zwangerschap voor de huidige borstvoeding?
- Als je doorgaat met borstvoeding wanneer je opnieuw zwanger bent zijn er een aantal punten waarmee
je rekening dient te houden:
- hormonale veranderingen kunnen zorgen voor acute pijn in de tepels of borsten
- hormonale veranderingen vroeg in de zwangerschap kunnen voor vermoeidheid zorgen
- vaak neemt de melkproductie, alsook het aantal voedingen tijdens de zwangerschap af (vooral in het begin,
later werkt het systeem van vraag en aanbod weer als voordien); hierdoor gaan sommige kinderen in deze periode zelf stoppen
met borstvoeding
- de veranderde hormoonhuishouding zorgt ervoor dat de smaak van de moedermelk verandert
- vrouwen die voeden ervaren samentrekkingen van de baarmoeder; op voorwaarde dat er geen risico op vroeggeboorte aanwezig is,
zijn hier geen gevaren aan verbonden.
- Wanneer je baby nog maar een paar maanden oud is als je opnieuw zwanger wordt,
drinkt hij nog een aanzienlijke hoeveelheid melk. Het is dan belangrijk dat je kan rekenen op
voldoende rust, gezonde voeding en steun van je omgeving. Bij een groter kind wordt er fysiek
minder van jou gevergd. Het oudere kind drinkt dan niet meer zo veel melk en de borstvoeding heeft
vooral een emotionele functie. In dit geval stellen zich meestal weinig moeilijkheden.
- Tandemvoeden
- 92. Kan ik mijn ouder kind blijven voeden eens de baby geboren is?
- Ja. Het voeden van een baby terwijl ook nog een ouder kind aan de borst drinkt noemen we
‘tandemvoeden’. Dat het oudere kind aan de borst mag blijven drinken wanneer er
een nieuwe baby komt, maakt dat hij de baby gemakkelijker zal aanvaarden en er minder
jaloezie zal zijn.
- Net zoals wanneer je geen ouder kind meer aan de borst zou hebben, zal je na de bevalling voldoende
colostrum aanmaken en zal de melk langzaam overgaan in rijpe moedermelk. Het is echter wel nodig
dat de pasgeboren baby steeds als eerste kan drinken omdat het colostrum voor hem van groot belang is.
Het is best om niet één borst per kind te reserveren, maar van borst te wisselen.
- Er kunnen verschillende voedingspatronen uitgeprobeerd worden, zoals de baby en het oudere kind
tegelijk voeden, variëren wie wanneer gedurende de dag wordt gevoed of het oudere kind vaste
voedingstijden geven waarop het kan rekenen, totdat duidelijk is wat best werkt.
- Borstvoeding bij adoptie
- 93. Kan ik mijn adoptiebaby borstvoeding geven?
- Ook als je een baby adopteert kun je ervoor kiezen je baby borstvoeding te geven.
Enerzijds omwille van de gezondheidsvoordelen van borstvoeding, anderzijds omwille van de
intieme band tussen moeder en kind die op deze manier wordt versterkt. Het geven van
borstvoeding aan een adoptiebaby komt tegenwoordig frequenter voor en raakt stilaan beter aanvaard.
- 94. Ik wil mijn adoptiebaby graag borstvoeding geven. Hoe begin ik eraan?
- In deze situatie wordt de melkproductie niet op gang gebracht of gestimuleerd door de
zwangerschapshormonen. Het stimuleren van melkproductie kan gebeuren door het zuigen van het kind,
kolven met de hand of met een afkolftoestel en het stimuleren van de tepels.
Je kan reeds een aantal weken voor de komst van de baby starten met kolven.
Gedurende de laatste week/weken is het aan te raden om net zo vaak af te kolven als de baby
ongeveer zal drinken (kleine baby elke 2 à 3 uur - ook s’ nachts -, grotere baby om de 4 uur).
Het toedienen van hormonen zoals oestrogenen en progesteronen in deze situatie is wetenschappelijk
nog niet voldoende onderzocht. Vaak wordt wel gebruikt gemaakt van lactatiestimulerende middelen,
bijvoorbeeld domperidone (Motilium®).
- Of het opstarten van borstvoeding bij een adoptiebaby succesvol is hangt verder in grote mate af
van de bereidheid van je baby om aan de borst te drinken. Vermits je niet de voordelen hebt van
de voorbereiding die de borsten tijdens de zwangerschap ondergaan, is het op gang brengen van de
melkproductie sterk afhankelijk van het goed zuigen van de baby, hoe vaak je aanlegt, de kracht van
het zuigen en de duur van iedere aanlegperiode. Ook leeftijd speelt een belangrijke rol:
een zeer jonge baby zal makkelijker de borst aanvaarden dan een baby die al wat ouder is.
- Als je borstvoeding wil geven aan je adoptiebaby roep je best deskundig advies in.
- Relactatie
- 95. Enkele weken geleden ben ik gestopt met borstvoeding. Is het nog mogelijk om de borstvoeding opnieuw op te starten?
- Ja. Dit wordt ‘relactatie’ genoemd.
We spreken van relactatie wanneer een moeder die reeds gestopt was met borstvoeding,
nooit met borstvoeding gestart is (al dan niet door lactatieremmers) of waarvan de melkproductie
zo goed als onbestaande is, opnieuw borstvoeding wil geven. Het kan zijn dat je deze beslissing
om emotionele redenen neemt, of dat je de borstvoeding opnieuw wil opstarten omwille van ernstige
allergieën voor beschikbare kunstvoeding.
- Bij relactatie is het nodig om je baby zeer frequent te laten zuigen of zeer frequent af te kolven,
omdat dit de productie stimuleert. Vraag is of je baby opnieuw aan de borst zal willen drinken.
Hoe jonger het kind, hoe groter de kans dat het lukt.
- Mits intensieve begeleiding, is ondersteuning door middel van medicatie vaak niet nodig.
Vooraleer je de baby aanlegt kan het zinvol zijn om de eerste honger te stillen met wat bijvoeding,
bijvoorbeeld uit een kopje, zodat je baby niet ongeduldig wordt aan de borst. Pas wanneer
duidelijk wordt dat de melkproductie voldoende is, o.a. door het duidelijk horen slikken van je baby
of het voelen van een toeschietreflex, kan de bijvoeding geleidelijk worden afgebouwd.
Bij relactatie kan het gebruik van een borstvoedingshulpset een goed hulpmiddel zijn.
- Stoppen met borstvoeding
- 96. Wanneer stop ik met borstvoeding?
- De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) en UNICEF doen op basis
van uitgebreid wetenschappelijk onderzoek een aantal aanbevelingen
in verband met borstvoeding. Zij raden aan om tot de leeftijd van
zes maanden exclusieve borstvoeding te geven (dus geen andere voeding
of drank, ook geen water), en vanaf dan – naast
bijvoeding – nog door te gaan met borstvoeding tot en met
de leeftijd van 2 jaar. Dit zolang als moeder en kind het wensen.
- Ideaal gezien stop je dus pas met borstvoeding wanneer het kind
zelf aangeeft dat het hier klaar voor is en zowel emotioneel als
op het vlak van voeding geen of minder behoefte heeft aan borstvoeding.
Een kind zal zichzelf pas spenen op het moment dat hij de meeste
voedingsstoffen via vaste voeding krijgt en al goed uit een kopje
kan drinken. Hij bouwt zelf het aantal borstvoedingen af. Wanneer
je je kind de kans biedt om zichzelf te spenen, zal dit ergens
tussen het tweede en vierde levensjaar plaatsvinden. Het is erg
onwaarschijnlijk dat een kind jonger dan 18 à 24 maanden
uit zichzelf zal stoppen met borstvoeding zonder dat hij hiertoe
wordt aangemoedigd door de moeder.
Het natuurlijk speenproces verloopt erg geleidelijk. Gedurende
verschillende maanden vraagt het kind steeds een voeding minder,
hierbij volg je de signalen van de baby waardoor hij op eigen tempo
kan wennen aan andere voedingsmanieren.
- 97. Ik heb besloten om te stoppen met borstvoeding. Hoe pak ik dat best aan?
- Wanneer je de borstvoeding wil of moet stopzetten vooraleer de
baby aangeeft hier klaar voor te zijn, is het erg belangrijk om
dit geleidelijk aan te doen. Hierdoor kunnen zowel je baby als
jijzelf zich aanpassen aan de nieuwe situatie. Voor jezelf is dit
belangrijk om verstopte melkkanaaltjes en een borstontsteking te
voorkomen, en voor je kind laat het toe dat andere vormen van voeding,
affectie en aandacht langzaam de borstvoeding kunnen compenseren.
Dit geleidelijk spenen laat ook toe dat de concentratie aan antistoffen
in de moedermelk kan toenemen, zodat het kind nog een laatste extra
bescherming meekrijgt.
Best kan je één voeding tegelijk weglaten. Na een
aanpassingsperiode van een kleine week en als je geen last hebt
van pijnlijke stuwing, kan vervolgens opnieuw een borstvoeding
worden vervangen. Een evenwichtige spreiding van de resterende
voedingen over 24 uur is aangewezen (bijvoorbeeld in eerste instantie
de ochtend- en avondvoeding behouden). Vaak is veel geduld en flexibiliteit
nodig. Belangrijk is ook om doorheen de dag wat extra affectie
en aandacht aan je kind te geven. Borstvoeding is namelijk meer
dan voeding alleen en is voor je kind ook een emotioneel gebeuren.
Abrupt stoppen met borstvoeding is slechts in zeer uitzonderlijke gevallen
nodig, en vraagt een goede begeleiding om verstopte melkkanaaltjes
en borstontsteking te voorkomen.
Verder is het afgeraden om te starten met het afbouwen van de borstvoeding
op een moment dat de baby ziek is of er andere problemen zijn.
- 98. Ik wil de borstvoeding graag afbouwen. Kan ik borstvoeding en kunstvoeding combineren?
- Ja, dat kan. Als je de borstvoeding gedeeltelijk wil afbouwen kan je ervoor kiezen om één
of meerdere voedingen te vervangen door kunstvoeding.
Hoewel elk beetje borstvoeding belangrijk is voor je kind is het belangrijk om je er bewust van te zijn dat
een aantal voordelen van borstvoeding verloren gaan wanneer je vóór de leeftijd van zes maanden
geen exclusieve borstvoeding meer geeft. Wanneer je het aantal borstvoedingen afbouwt zal daarnaast je
melkproductie verminderen. Om de productie niet te drastisch te laten teruglopen kan je best steeds
één of meerdere voedingen op een vast tijdstip vervangen, en ervoor zorgen dat het aantal
borstvoedingen voldoende blijft om melkproductie te onderhouden.
- 99. Wat doe ik als mijn baby niet aan de fles wil drinken?
- Voor de meeste baby’s die borstvoeding krijgen duurt het een tijdje
vooraleer ze aan de fles willen of kunnen drinken. Het drinken aan een flesje
vereist immers andere mond- en tongbewegingen dan het drinken aan de borst.
Sommige baby’s weigeren de fles echter resoluut. In wat volgt
geven we een aantal tips die in deze situatie kunnen helpen.
- Bied het flesje wat eerder aan dan het gewoonlijke voedingsmoment, zodat je baby
geïnteresseerd is maar niet zo hongerig dat hij gefrustreerd raakt.
- Bied het flesje eens aan wanneer je baby slaperig is.
- Laat iemand anders het flesje geven. Wanneer jij dit doet zal je baby je zien en ruiken,
en niet begrijpen waarom hij geen borstvoeding krijgt.
- Wanneer iemand anders het flesje geeft, is het beter dat je zelf
niet in huis bent zodat je baby je niet kan ruiken.
- Gebruik evt. een speentje dat lijkt op de fopspeen van je baby.
- Probeer verschillende speentjes uit. Sommige baby’s prefereren
een snelle toevloed van de melk, andere een trage.
- Verwarm het speentje met warm water om het wat aangenamer te maken.
- Breng wat moedermelk aan op het speentje. Wanneer je baby dit
proeft zal hij mogelijk beginnen te zuigen om meer te krijgen.
- Laat je baby spelen met het speentje zodat hij er vertrouwd mee raakt.
- Probeer je baby in een andere houding te voeden, bijvoorbeeld in een kinderstoel,
rechtop, zodat je hem kan aankijken bij het voeden.
- Probeer je baby af te leiden op het moment dat hij de fles krijgt, door rond te wandelen,
tegen hem te praten, te wiegen.
- Als je weet dat je je baby af en toe voeding zal moeten geven met de fles, omdat je terug
gaat werken bijvoorbeeld, dan kan je vanaf de leeftijd van 6 weken à 3 maanden
af en toe wat moedermelk in een flesje geven. Zo kan je baby wennen aan het drinken van een flesje.
- Wat werkt bij jouw baby is erg individueel en het blijft zoeken. Belangrijk is echter om geduldig
te blijven en je baby niet te dwingen of te forceren. Dit maakt het probleem enkel erger.
Wanneer je baby de fles drie keer weigert, is het beter om het erbij te laten en later opnieuw
te proberen. Wel is het goed om je baby daarna niet onmiddellijk borstvoeding te geven,
maar eerst iets anders te doen zodat je baby het weigeren van de fles niet beloond ziet met drinken aan de borst.
Een alternatief is om je baby niet met de fles te voeden maar hem te leren om aan een kopje
of bekertje te drinken. Ook een melkpapje (vb. moedermelk met meel) met een lepeltje kan een
oplossing zijn voor een moeder die moet gaan werken.
|
|
|
|
|
|
|