|
Zes maand exclusief borstvoeding of niet? UNICEF UK en Wereldgezondheidsorganisatie reageren
In januari 2011 werd er een artikel van Fewtrell et al. gepubliceerd in het 'British Medical Journal'.
Dit artikel stelt het geven van 6 maand exclusief borstvoeding in vraag en beveelt aan om vroeger te
starten met vast voedsel. Dit artikel was echter niet gebaseerd op de nieuwste evidentie.
De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) beveelt de introductie van vast voedsel aan op de leeftijd
van 6 maand; tot die leeftijd krijgt de baby het best exclusief borstvoeding. Deze aanbevelingen zijn
gebaseerd op onderzoek dat aangeeft dat het vroeger introduceren van vast voedsel een verhoogd
risico op infectie en ziektes met zich meebrengt. Fewtrell et al. (2011) stellen deze aanbevelingen in
vraag voor baby's uit het Verenigd Koninkrijk. De basis van hun argumenten en de tegenreactie van
de WHO en UNICEF UK worden hieronder kort weergegeven.
Fewtrell et al. (2011) halen aan dat wanneer baby's pas op 6 maand vast voedsel krijgen, zij meer
kans hebben op ijzerdeficiënte anemie (IDA). IDA wordt echter niet enkel door de voeding bepaald.
Ijzerdeficiëntie wordt ondermeer beïnvloed door de ijzeropname bij de geboorte (gerelateerd aan
het ijzergehalte bij de moeder en de zwangerschapsduur) en het vroeg afnavelen. Men moet er zich
eerder van verzekeren dat de moeder niet anemisch is tijdens de zwangerschap en dat het afnavelen
zo laat mogelijk gebeurt, zodat de baby een goede ijzeropname heeft van bij de start. Verder is het
meeste voedsel dat wordt aangeboden aan baby's ijzerarm, dus zelfs bij het vroeger introduceren
van vast voedsel zou dit geen groot effect hebben op het ijzergehalte van de baby (UNICEF UK, 2011).
Glutenintolerantie wordt geassocieerd met vroegtijdig introduceren van gluten. De auteurs van
het artikel geven echter aan dat hoe vroeger men start met de introductie van gluten, hoe beter de
gewenning aan de gluten. De auteurs geven ook een verminderde kans op voedselallergie aan als
reden om eerder te starten met vast voedsel (Fewtrell et al., 2011). Ook dit wordt weerlegd door
UNICEF UK (2011) en WHO (2011). De incidentie van voedselallergie is zelden. Er zijn wel enkele
speculaties dat wanneer voedselallergie familiaal voorkomt, vroeger introduceren van bepaald
voedsel voordelig kan zijn. Dit is echter enkel zo bij een zeer kleine groep van de bevolking, waardoor
nog steeds kan worden aangenomen dat starten op 6 maanden met vast voedsel als standaard
genomen moet worden voor de rest van de populatie.
Fewtrell et al. (2011) claimen dat het vroeger introduceren van bittere smaken, het accepteren
van groene bladgroenten bij kinderen zal verhogen en obesitas op latere leeftijd zal voorkomen.
Dit zijn echter enkel speculaties. Daarenboven verandert de smaak van moedermelk naargelang de
eetgewoontes van de moeder, waardoor de baby reeds zeer vroeg in contact komt met verschillende
smaken. Het is verder ook zo dat voedselvoorkeur beïnvloed wordt door wat baby's voorgeschoteld
krijgen en door ouderlijke attitudes hieromtrent (UNICEF UK).
UNICEF UK Baby Friendly Initiative en WHO ondersteunen continu onderzoek met als doel de
verbetering van de gezondheid van het kind. Bij het trekken van conclusies is het belangrijk
rekening te houden met een breed gamma aan onderzoek. Ze betreuren dan ook dat de media
op basis van één gepubliceerd artikel zowel ouders als professionelen in de war heeft gebracht.
Gezondheidwerkers moeten ouders blijven ondersteunen en correcte informatie geven op basis van
de WHO aanbevelingen.
Fewtrell M, Wilson DC, Booth I & Lucas A. (2011). Six months of exclusive breast feeding: how good is
the evidence? BMJ;342;c5955.
UNICEF UK Baby Friendly Initiative (2011). UNICEF UK response to media reports questioning the
recommendation to introduce solid food to babies at 6 months.
http://www.babyfriendly.org.uk/pdfs/unicef_uk_response_to_BMJ_article_140111.pdf
WHO (2011). Exclusive breastfeeding for six months best for babies everywhere.
http://www.who.int/mediacentre/news/statements/2011/breastfeeding_20110115/en/
|
|
Direct huid-op-huid contact de eerste drie uur na de geboorte, voorspellend voor ontslag uit de
kraamkliniek met exclusief borstvoeding
In de provincie San Bernardino (Californië) verlaat slecht 34,6% van de moeders het ziekenhuis met
het geven van exclusief borstvoeding. In de provincie County is dit 47,7%. Standaard procedures op
de verloskamer, zoals het niet scheiden moeder en kind na de geboorte en het promoten van huid-
op-huid contact, zijn belangrijke factoren voor het goed verlopen van de borstvoeding. De 'Academy
of Pediatrics' (AAP) beveelt dan ook aan dat men bij elke gezonde pasgeborene huid-op-huid contact
met de moeder initieert tot na de eerste borstvoeding. De onderzoekers trachtten te weten komen
of het geven van exclusief borstvoeding in relatie kan worden gebracht met verscheidene factoren
zoals voedingsintentie prenataal, socio-demografische karakteristieken, intrapartum variabelen, en
de duur van het huid-op-huid contact direct na de geboorte .
Het onderzoek betreft een ziekenhuis gebaseerde prospectieve cohort studie, waarbij data
verzameld werden uit 19 ziekenhuizen in Californië tussen juli 2005 en juni 2006. In totaal werden
21.842 moeders geïncludeerd, bevallen van een eenling tussen 37 en 40 weken zwangerschap.
De meerderheid van de vrouwen die prenataal de intentie had om exclusief borstvoeding te geven
ervoer een vaginale bevalling en voerde langer dan 1 uur huid-op-huid contact uit binnen de 3
uur na de geboorte. Moeders die exclusief borstvoeding gaven bij het verlaten van het ziekenhuis
waren vaker van Spaanse origine, waren hoger opgeleid, hadden prenataal de intentie om exclusief
borstvoeding te geven, hadden vaker een vaginale bevalling, hadden geen epidurale verdoving,
hebben langer dan 1 uur huid-op-huid contact binnen de drie uur na de geboorte uitgevoerd, en
rookten minder. Er kon een positief verband gelegd worden tussen de duur van huid-op-huid
contant gedurende de eerste 3 uur postpartum en de kans op exclusief borstvoeding bij ontslag.
Hoe langer huid-op-huid contact na de geboorte werd uitgevoerd, hoe meer kans op het geven van
exclusief borstvoeding in het vroege postpartum.
De lengte van huid-op-huid contact binnen de eerste 3 uur postpartum beïnvloedt positief het
geven van exclusief borstvoeding. Moeders die prenataal de intentie hadden om borstvoeding te
geven, voerden langer huid-op-huid contact uit; dit kan verklaard worden doordat zij hier reeds
over gehoord of gelezen hadden. De resultaten van deze studie houdt belangrijke informatie in voor
zorgverleners op een verloskamer of kraamafdeling. Huid-op-huid contact, zo lang mogelijk binnen
de eerste uren na de geboorte en zo vaak mogelijk erna, zou standaard praktijkvoering moeten zijn
binnen elke verloskamer en kraamkliniek.
Bramson L., Lee J.W., Moore E., Montgomery S., Neish C., Bahjri K. et al. (2010). Effect of early skin-to-
skin mother-infant contact during the first 3 hours following birth on exclusive breastfeeding during
the maternal hospital stay. J Hum Lact; 26:2:130-137.
|
|
Counseling bij prenatale diagnostiek: Ouders helpen beslissen
Een gids voor professionele hulpverleners
Nieuwe cRZ-brochure: counseling bij prenatale testen
De nieuwe cRZ- brochure 'Counseling bij prenatale testen: ouders helpen beslissen - een gids
voor professionele hulpverleners' heeft tot doel hulpverleners te assisteren bij het uitvoeren
van counselinggesprekken. Door de combinatie van zowel inhoudelijke achtergrond als
concrete tips, wil deze brochure een praktische gids zijn voor professionele hulpverleners die
ouders willen helpen in hun beslissingsproces omtrent prenatale testen.
Praktisch De brochure kost 7.5 euro en kan besteld worden via de bestelmodule op
www.crz.be. Voor meer informatie of achtergrondgegevens kan u ook steeds bij Sindy Helsen
(sindy.helsen@crz.be of 016 38 69 55) terecht.
Klik hier voor de volledige aankondiging.
|