Nieuwsbrief december 2010

is deze nieuwsbrief
niet leesbaar? klik hier


Ik wens mij op deze nieuwsbrief
in te schrijven


Ik wens de nieuwbrief
niet langer te ontvangen

www.debakermat.be    •    www.wegwijsborstvoeding.be
       
       
       
       
   


De bakermat wenst u een bloeiend en vruchtbaar 2011

       
   


Stickeractie in Vlaanderen
'Hier kan je borstvoeding geven'

       
   


Archief

Nieuwsbrief Maart 2009
Nieuwsbrief Mei 2009
Nieuwsbrief Oktober 2009
Nieuwsbrief Mei 2010
Nieuwsbrief September 2010
Nieuwsbrief November 2010

 

 



De Bakermat vzw

Tel.: 016/20 77 40
debakermat@debakermat.be

Wegwijsborstvoeding
Tel.: 016/20 77 40
info@wegwijsborstvoeding.be

Redingenstraat 27,
3000 Leuven

Openingsuren:
maandag tot vrijdag:
van 9u tot 12u30
en op afspraak

 
 

Borstvoedingsnieuwsbrief 7 - december 2010

 
     

Babyvoedingsmethodes en maternele slaap en functioneren overdag

Omdat het geven van borstvoeding zoveel voordelen voor moeder en kind biedt, is het belangrijk elk mogelijk nadeel of het ervaren van bepaalde aspecten rond borstvoeding als een nadeel, zorgvuldig te evalueren. Eén obstakel dat de beslissing om borstvoeding te geven in de weg kan staan, is de bezorgdheid van moeders over het effect dat de borstvoeding zal hebben op de eigen slaap. Het is belangrijk dat moeders de beste wetenschappelijk onderbouwde uitleg hieromtrent krijgen.

De impact van verschillende voedingsmethoden op maternele slaap zijn weinig onderzocht. Het doel van het onderzoek van Montgomery-Downs et. al. (2010) was om de potentiële verschillen op vlak van de maternele slaap en het functioneren overdag te exploreren tussen moeders die exclusief borstvoeding geven, moeders die flesvoeding geven en moeders die borstvoeding en flesvoeding combineren. Data werden verkregen via een longitudinaal onderzoek op basis van een velddagboek, ingevuld door de participanten, gedurende de eerste drie maanden postpartum (West Virginia, USA).

In het algemeen werden er geen verschillen voor objectieve slaap, subjectieve slaap en slaperigheid/ moeheid gerapporteerd door de moeders uit de drie verschillende groepen. Enkel op 10 weken postpartum werd er een statistisch significant verschil gevonden voor gerapporteerde subjectieve slaap, waarbij moeders die borstvoeding en flesvoeding combineerden betere en meer efficiënte slaap rapporteerden dan diegene die enkel flesvoeding gaven. Ondanks dat er geen statistisch verschil was tussen de slaapkwaliteit van de verschillende groepen, rapporteerden moeders die borstvoeding gaven meer wakker te worden 's nachts, en dan specifiek tijdens week 2, 6 en 8 postpartaal.

Uit dit onderzoek blijkt dat gezondheidswerkers vrouwen moeten aanmoedigen om borstvoeding te geven en hierbij informatie dienen te geven over het aspect 'slaap'. Vrouwen moeten weten dat kiezen voor flesvoeding niet noodzakelijk zal inhouden dat de eigen slaapkwaliteit beter zal zijn dan moesten zij borstvoeding geven.

Montgomery-Downs H., Clawges H. & Santy E. (2010) Infant feeding methods and maternal sleep and daytime functioning. Pediatrics, 126, 6.
http://pediatrics.aappublications.org/cgi/content/abstract/peds.2010-1269v1
     

Factoren die de keuze van babyvoeding beïnvloeden bij zwangere tieners met een lage socio- economische status: de morele dimensie

Het belang van borstvoeding en de voordelen op de gezondheid van moeder en kind zijn wereldwijd gekend. Ook in het Verenigd Koninkrijk is borstvoeding vooropgesteld als één van de nationale gezondheidsdoelstellingen. Ondanks gezondheidspromotie en verschillende acties ligt het startcijfer van borstvoeding bij jonge vrouwen zeer laag (51%).

Om hier op in te spelen onderzochten Dyson et al. welke psychosociale factoren de voedingsintentie bij zwangere tieners beïnvloedde. Er werd gebruik gemaakt van twee methodes voor het verkrijgen van de resultaten. Enerzijds werd er een kwantitatieve vragenlijst ingevuld door tieners zwanger van hun eerste kind (n=71) uit vier stedelijke gebieden in het Verenigd Koninkrijk. Door deze vragenlijst waren de onderzoekers in staat om verschillende variabelen die de voedingsintentie beïnvloeden te identificeren. In een tweede fase van het onderzoek werden er focusgroepen gehouden, waarbij de betekenis van deze geïdentificeerde variabelen verder werd uitgeklaard. Dit gebeurde samen met 17 tieners.

De zwangere tieners hadden vier maal meer de intentie tot het geven van flesvoeding dan vrouwen ouder dan 20 jaar. Slechts 17% van de tieners had prenataal de intentie om borstvoeding te geven. Uit de analyse van de vragenlijsten en de focusgroepen bleek dat morele waarden geïdentificeerd werden als de meest predictieve variabelen die de intentie tot het geven van borstvoeding of flesvoeding beïnvloeden. Met andere woorden, borstvoeding werd gezien als ongepast gedrag, terwijl flesvoeding werd gezien als gepast gedrag. Attitude werd geïdentificeerd als tweede variabele die de voedingsintentie beïnvloedt. De analyse toonde aan dat borstvoeding iets is waar tieners zich voor schamen. Verder verwezen tieners ook naar de borst in relatie tot seksualiteit, het eigen kunnen en het niet buitenshuis willen voeden, om niet te kiezen voor borstvoeding.

Deze bevindingen geven aan dat bestaande acties voor borstvoedingspromoties en campagnes zullen blijven falen bij het bereiken van zwangere tieners. Er moet gebruik gemaakt worden van duidelijk effectieve strategieën die de onderliggende negatieve morele normen van tieners ten opzichte van borstvoeding veranderen.

Dyson L., Green J., Renfrew M., Mc Millan B. & Woolridge M. (2010). Factors Influencing the Infant Feeding Decision for Socioeconomically Deprived Pregnant Teenagers: The Moral Dimension. Birth, 37, 2, p 141-149.
http://highwire.stanford.edu/cgi/medline/pmid;20557537