Nieuwsbrief december 2011

is deze nieuwsbrief
niet leesbaar? klik hier


Ik wens mij op deze nieuwsbrief
in te schrijven


Ik wens de nieuwbrief
niet langer te ontvangen

www.debakermat.be    •    www.wegwijsborstvoeding.be
       
       
       
   
       
   


Nieuw wetenschappelijk dossier CMV
info: Kind en Gezin

Nieuw wetenschappelijk dossier Insectenbeten
info: Kind en Gezin
       
   


Archief

Nieuwsbrief Maart 2009
Nieuwsbrief Mei 2009
Nieuwsbrief Oktober 2009
Nieuwsbrief Mei 2010
Nieuwsbrief September 2010
Nieuwsbrief November 2010
Nieuwsbrief December 2010
Nieuwsbrief April 2011
Nieuwsbrief September 2011

 

 



De Bakermat vzw

Tel.: 016/20 77 40
debakermat@debakermat.be

Wegwijsborstvoeding
Tel.: 016/20 77 40
info@wegwijsborstvoeding.be

Redingenstraat 27,
3000 Leuven

Openingsuren:
maandag tot vrijdag:
van 9u tot 12u30
en op afspraak

 
 

Borstvoedingsnieuwsbrief 10 - december 2011

 
     

Borstvoeding kan de impact van sociale ongelijkheid verminderen.

Naar aanleiding van de beleidsdiscussie 'Vroege interventies en sociale mobiliteit: Zijn maatregelen ten voordele van borstvoeding de moeite waard?', werden enkele onderzoeksresultaten gepresenteerd onder volgende vier belangrijke pijlers:

1) Het succesverhaal van het Unicef UK Baby Vriendelijk Initiatief. In dit project werd onderzocht of er een echt causaal verband was tussen borstvoeding en positieve gevolgen voor de gezondheid, de kennis en het gedrag van kinderen. Uit dit onderzoek kwam naar voren dat moeders die bevallen in een babyvriendelijk ziekenhuis 14.6% meer kans hebben om met borstvoeding te starten en 6.6% meer kans hebben om exclusief borstvoeding te geven op de leeftijd van vier weken.

2) Borstvoeding en ziekenhuisopname van de baby omwille van infectie. Het doel van deze studie was om het effect van borstvoeding op ziekenhuisopname ten gevolge van diarree en lagere luchtweginfecties te meten. Dit onderzoek kwam tot volgende conclusies: exclusieve borstvoeding beschermt tegen ziekenhuisopname ten gevolge van darm- en lagere luchtweginfecties.

3) Borstvoeding en socio-emotionele ontwikkeling. Bij deze onderzoeksstudie werd gekeken of er een verband kon worden gevonden tussen het geven van borstvoeding en het gedrag van kinderen op de leeftijd van vijf jaar. De resultaten vertoonden volgende cijfergegevens: 6% van alle à terme geboren baby's die minstens vier maand borstvoeding kregen hadden gedragsproblemen, tegenover 16% van de baby's die kunstvoeding krijgen.

4) Borstvoeding en cognitieve ontwikkeling. Deze studie onderzoekt het effect van borstvoeding op de cognitieve uitkomsten bij kinderen, zoals die kunnen worden gemeten in lees-, schrijf- en rekenvaardigheden in uitkomsten die niet kunnen worden toegeschreven aan de socio-economische achtergrond van de moeder. Kinderen die kunstvoeding kregen hadden een verminderde omgerekende IQ-score van drie punten tegenover kinderen die minimum vier weken borstvoeding kregen.

We kunnen concluderen dat er wel degelijk positieve effecten bestaan ten gevolge van borstvoeding, die niet terug te brengen zijn tot andere beïnvloedende factoren zoals sociale klasse en opvoedingsniveau van de ouders. Deze resultaten tonen aan dat borstvoeding wel een betekenisvol onderdeel kan zijn in de inspanningen van overheidswege om sociale ongelijkheid aan te pakken. Het zou ook kunnen dat enkel langer doorgaan met exclusief borstvoeding (tot zes maanden) een substantieel niveau van voordelen geeft.

http://www.unicef.org.uk/BabyFriendly/News-and-Research/Research/Interventions-that-promote-breastfeeding/Breastfeeding-can-reduce-impact-of-social-inequality/
     

Een kritische review van de impact van voortgezette borstvoedingsbijscholing gegeven aan verpleegkundigen en vroedvrouwen.

De auteurs van deze review van vijftien studies uit negen verschillende landen analyseerden het aanbieden van permanente vorming over borstvoeding voor zorgverleners, met een specifieke focus op verpleegkundigen en vroedvrouwen. Voortgezette borstvoedingsopleiding verbeterde de kennis, de klinische vaardigheden en praktijk, evenals de counselingsvaardigheden van verpleegkundigen en vroedvrouwen. Bovendien verbeterde het naleven van de BFHI-criteria. Een vorming van gelijk welke tijdsduur is nuttig, maar uit de onderzoeken kwam naar voren dat door verdere opleiding van vroedvrouwen en verpleegkundigen de moeders zich veel beter geholpen voelen door hun zorgverleners. Op deze manier kan bijscholing van gezondheidswerkers een belangrijke rol spelen in het verbeteren van de borstvoedingscijfers, wat op zijn beurt de nadelige gevolgen van het niet geven van borstvoeding voor de maatschappij doet afnemen. De resultaten van de onderzoeken onderschrijven echter de aanbevelingen van de WHO die een opleiding van minstens 18 uur voorschrijft en die gegeven zou moeten worden aan alle zorgverleners die zwangeren en bevallen moeders begeleiden.

Ward, K. N., Byrne J.P., (2011). A critical Review of the Impact of Continuing Breastfeeding Education Provided to Nurses and Midwives. Journal of Human Lactation 27(4) 381-393