|
| |
| |
Borstvoedingsnieuwsbrief
9 - september 2011
|
|
| |
|
|
|
De balans (vinden) tussen werk en gezin. Het effect van tewerkstelling op borstvoeding.
Het artikel van Ogbuanu et al. (2011) beschrijft een onderzoek naar het effect van post-partum-
tewerkstellingsgraad en -beroepsdomein op borstvoeding. Data werden bekomen via de Early Childhood
longitudinale cohortstudie. Post-partumtewerkstelling werd onderverdeeld in fulltime,
parttime, of werkloos. Bij de moeders die tewerkgesteld waren, werd qua beroepsdomein een
onderverdeling gemaakt in managementfuncties, professionele functies (architect, verpleegkundigen,...),
dienstverleningsfuncties (ondersteunend), verkoop, administratief-ondersteunende functies en andere.
Uit de aangepaste analyse bleek dat moeders werkend in professionele functies 20% meer kans hebben
om met borstvoeding te starten dan moeders werkend in administratief-ondersteunende functies.
Een mogelijke reden die de auteurs aangeven is dat een professionele functie meer flexibiliteit biedt
om zelf werkuren of werktijd te kiezen. Voltijds werkende moeders hadden 10% minder kans om
borstvoeding te beginnen dan diegenen die geen betaalde job uitoefenden.
Onder diegenen die startten met borstvoeding, was er bij de fulltime werkenden 19% minder
kans dat ze doorgingen met borstvoeding na zes maanden dan voor zij die niet werkten.
Om zowel de startcijfers als het verder zetten van borstvoeding in de Verenigde Staten te verbeteren,
kan een parttime tewerkstelling een effectieve oplossing zijn voor werkende moeders.
Werkgevers zouden moeten worden ingelicht over de talloze voordelen van borstvoeding voor hun bedrijf
zodat ze voor moeders adequate faciliteiten en mogelijkheden kunnen voorzien om borstvoeding te
ondersteunen bij hun terugkeer naar het werk. In België geeft nog 36,7% borstvoeding tegen de
leeftijd van drie maanden (de leeftijd waarbij veel moeders terugkeren naar het werk).
Ogbuanu C., Glover S., Probst J., Hussey J. & Liu J. (2011). Balancing Work and Family: Effect of Employment Characteristics on Breastfeeding. Journal of Human Lactation 27(3) 225-238
De Bakermat lanceert jaarlijks een oproep naar moeders toe om hun werkgever te nomineren als deze borstvoedingsvriendelijk is. De winnaar wordt bekend gemaakt tijdens de week van de borstvoeding in oktober.
Voor meer info zie: http://www.wegwijsborstvoeding.be/paginas/BVvriendelijkeWerkgever.html ...
|
| |
|
|
|
Moeders, baby's en vriendelijke microben
We weten allemaal dat moedermelk meer is dan een goed uitgebalanceerde hoeveelheid voedingsstoffen.
Moedermelk is tevens de bron van een uitgebreid portfolio aan specifieke en niet-specifieke afweerstoffen,
immunomodulatoren, anti-inflammatoire en andere beschermende factoren naast hormonen en groeifactoren.
Deze niet-nutritionele bestanddelen in moedermelk, uniek onder de melk van zoogdieren, zijn verantwoordelijk
voor een aantal voordelen van borstvoeding t.o.v. flesvoeding zoals een reductie van het aantal infecties in
het eerste levensjaar. Het was ook al lang geweten dat moedermelk bacteriën bevat.
Aanvankelijk werden deze beschouwd als afkomstig van de huid rondom de tepel vermits hoofdzakelijk
Staphylococcus Albus, een huidbacterie, werd geïsoleerd. Recent werd ook de aandacht gevestigd op het feit
dat moedermelk de bron kan zijn van voor het kind voordelige bacteriën die instaan voor de kolonisatie van
de darm van de pasgeborene. Het gaat voornamelijk om Lactobacillusbacteriën. Men weet sinds lang dat de darm van het
met moedermelk gevoede kind, in tegenstelling met kunstmatige voeding, een overmaat aan Lactobacillen bevat.
Deze bacteriën zijn een efficiënte protectie tegen de uitgroei van Gram-negatieve pathogenen.
Men dacht oorspronkelijk dat zij afkomstig waren van de passage doorheen het vaginaal kanaal.
Nu heeft men wel duidelijk kunnen aantonen dat zij tevens afkomstig zijn van de moedermelk zelf en zich
in de melkductuli vermenigvuldigen. Dat men deze niet vroeger in borstvoeding had geïsoleerd is het gevolg
van hun strikt anaerobe karakteristieken waardoor ze praktisch niet groeien in cultuur of overweldigd worden door
Staphylococcus Albus. Enkel met speciale moleculaire amplificatietechnieken heeft men deze kunnen identificeren.
Wat is de betekenis hiervan? Lynne Beattie en Lawrence Weaver plaatsen deze gegevens in een geheel van
verdedigingssystemen die van de moeder op de pasgeborene wordt overgedragen. De natuur heeft moeder en kind
blijkbaar met een dubbele bron van Lactobacillus voorzien als één van de vele verdedigingsmechanismen die het
jonge kind moeten beschermen tegen infectie. Het verklaart waarschijnlijk ook waarom met keizersnede geboren
borstgevoede pasgeborenen snel gekoloniseerd worden door Lactobacillus en aldus genieten van de bescherming tegen
darminfecties.
Beattie L.M. & Weaver L.T. (2011). Mothers, babies and friendly bacteria. Arch Dis Child Fetal Neonatal Ed. May 201;96: 160-162.
|
| |
|
|
|
Ervaringen in de vroege borstvoedingsperiode en post-partumdepressie
In het onderzoek van Watkins et al. (2011) werd aan de hand van een grote steekproef bij vrouwen uit de Verenigde Staten
geconstateerd dat negatieve vroege borstvoedingservaringen geassocieerd kunnen worden met depressiviteit op twee maanden post partum.
De data kwamen van het "Infant Feeding Practices Study II". Post-partumdepressie werd gemeten met de "Edingburgh Postnatal Depression Scale".
Uit de statische analyse bleek dat vrouwen met borstvoedingsproblemen meer kans hadden op een postnatale depressie en ook meer kans hadden om de borstvoeding
stop te zetten tussen vier en acht weken na de bevalling. Twee factoren spelen mee als mogelijke voorspeller van de borstvoedingscijfers. Vrouwen die ofwel extreme pijn hadden
tijdens het voeden ofwel een algemene weerzin van borstvoeding ervoeren, hebben meer kans om depressieve gevoelens te ontwikkelen op twee maanden na de geboorte.
Hulp bij de borstvoedingsproblemen bleek een beschermende werking te hebben tegen depressie voor moeders met gemiddelde tot ernstige pijn bij het voeden.
De resultaten suggereren dat vrouwen met borstvoedingsproblemen baat zouden hebben bij
screening voor depressieve symptomen en dat aan vrouwen met depressieve symptomen extra hulp bij
de borstvoeding zou moeten worden geboden. Screening en behandeling van vrouwen met vroege
borstvoedingsproblemen kunnen de ernst van post-partumdepressie verminderen en de mogelijkheid bieden
aan moeders om hun borstvoedingsdoelen te bereiken, waardoor de gezondheidsuitkomsten van de twee generaties
kunnen verbeteren.
Watkins S., Meltzer-Brody S., Zolnoun D. & Stuebe A. (2011). Early Breastfeeding experiences and Postpartum Depression. American College of Obstetricians and Gynecologists VOL. 118, NO. 2, Part 1, Augustus 2011, 214-221.
|
| |
|
|
| |
|
|
 |
 |
 |
|
|