table2

is deze nieuwsbrief
niet leesbaar? klik hier


Ik wens mij op deze nieuwsbrief
in te schrijven


Ik wens de nieuwbrief
niet langer te ontvangen

www.debakermat.be    •    www.wegwijsborstvoeding.be
       
       
       
   


NIEUW!

Borstvoedingsboek voor ouders en zorgverleners


       
   

Meest borstvoedingsvriendelijke werkgevers 2009: Algemeen Christelijk Vakverbond
en
Universiteit Hasselt

meer info

 
       
   


29 oktober 2009
Studiedag Huilbaby's:
wat kan je als zorgverlener betekenen?


meer info


 
       
   

21 november 2009 Bijscholing huisartsen en vroedvrouwen:
Capita selecta uit de zuigelingenperiode

meer info

 
       
   


Gezin en handicap organiseert de reeks ‘Eerste momenten’ in Leuven op 10, 17, 24/11 en 1/12/2009 voor ouders die pas geconfronteerd worden met de diagnose van handicap bij hun kind of vermoeden dat er iets aan de hand is met de ontwikkeling van hun kind. Meer info: gezinenhandicap@kvg.be of 03/216 29 90.

 
       
   


Archief

Nieuwsbrief Maart 2009 Nieuwsbrief Mei 2009

 

 



De Bakermat vzw

Tel.: 016/20 77 40
debakermat@debakermat.be

Wegwijsborstvoeding
Tel.: 016/20 77 40
info@wegwijsborstvoeding.be

Redingenstraat 27,
3000 Leuven

Openingsuren:
maandag tot vrijdag:
van 9u tot 12u30
en op afspraak

 
 

Borstvoedingsnieuwsbrief 3 - oktober 2009

 
     
 

Welke invloed hebben de kennis rond borstvoeding en de eigen kunde van gezondheidswerkers op borstvoedingsondersteuning?

 
 

Kronborg et al. (2008) hebben in Denemarken een gerandomiseerde interventionele studie uitgevoerd om de invloed van borstvoedingsondersteuning gegeven door gezondheidwerkers in de thuiszorg te onderzoeken. 52 gezondheidswerkers uit de interventiegroep kregen een 18 uur durende cursus rond borstvoeding en borstvoedingsbegeleiding, gebaseerd op de "Breastfeeding Counseling Course" van de Wereldgezondheidsorganisatie. De controlegroep bestond uit 57 gezondheidswerkers. De gezondheidswerkers waren allen verpleegkundigen die huisbezoeken uitvoerden kort na ontslag uit de kraamafdeling. Data werden verzameld via een vragenlijst voor en na de interventie, ingevuld door zowel de gezondheidswerkers als door de ouders.
Bij de start van het onderzoek werden geen significante verschillen vastgesteld tussen beide groepen. Alle gezondheidwerkers hadden dezelfde ervaring, gelijke borstvoedingservaring en gelijke ideeën en capaciteiten rond borstvoedingsbegeleiding. Na de 18 uur durende cursus, hadden gezondheidswerkers uit de interventiegroep een significant hogere score op vlak van kennis rond borstvoeding.  Deze rapporteerden ook meer vertrouwen te hebben bij het geven van begeleiding en voelden zich bij drie op vijf borstvoedingsproblemen in staat om de voorkomende problemen te begeleiden.
Moeders die begeleid werden door gezondheidswerkers uit de interventiegroep rapporteerden meer ondersteuning en informatie gekregen te hebben dan moeders uit de controlegroep.
Een interactieve cursus kan de kennis en het management van gezondheidswerkers rond borstvoeding verbeteren. Ook de eigen kunde rond het begeleiden en ondersteunen van moeders met borstvoedingproblemen stijgt bij gezondheidswerkers na het krijgen van een degelijke borstvoedingscursus.

Kronborg H., Vaeth M., Olsen J., et al. (2008). Health visitors and breastfeeding support: influence of knowledge and self-efficacy. European Journal of Public Health; 18(3): 283-288

 
     
 

Het effect van borstvoedingsondersteuning:
een kwalitatieve literatuurstudie

 
 


McInnes & Chambers (2008) hebben een literatuurstudie gemaakt over de ervaring en perceptie van moeders in verband met gekregen borstvoedingsondersteuning. Deze literatuurstudie is gebaseerd op studies gepubliceerd tussen 1990 en 2005 en werd nogmaals ge¸pdate in 2007. De auteurs waren in staat om vijf themaís rond ondersteuning van borstvoeding af te bakenen: De relatie tussen moeder en gezondheidswerker, vakkundige hulp, tijdsdruk, medicalisering van borstvoeding en de kraamafdeling als een publieke plaats. Ook op vlak van sociale ondersteuning en netwerk konden de auteurs enkele belangrijke aspecten onderscheiden.
Een goede relatie tussen de moeder en de gezondheidswerker werd door moeders als zeer belangrijk aangegeven. Ondersteunende gezondheidswerkers werden gezien als aanmoedigend, niet-veroordelend, sympathiek, geduldig en begrijpend. Daarentegen werden gezondheidswerkers die een meer directe of autoritaire houding ten opzichte van de moeder hadden, gezien als onbehulpzaam en dit leidde vaak tot zorgen over tegenstrijdige adviezen.
Gezondheidswerkers die in staat zijn moeders aan te leren hoe hun baby te positioneren en aan te leggen zijn fundamenteel voor het succesvol geven van borstvoeding. Veel moeders beschreven echter meer het gevoel te hebben gehad van fysieke opdringerigheid en beangstigende en genante aanrakingen. Moeders gaven ook aan moeilijkheden te hebben met het aanleggen en positioneren wanneer gezondheidswerkers dit eerder in hun plaats hadden gedaan.
Tijdsdruk werd in verschillende tijdschriften geïdentificeerd en kan dan ook leiden tot bovenstaande problemen.
Medicalisering van borstvoeding werd door moeders vooral in termen van angst aangegeven. Angst over de ënood aan metení, zoals bijvoorbeeld over de hoeveelheid melk die de baby binnenkrijgt.
Vele moeders hebben voeden in het openbaar aangegeven als een probleem. De kraamafdeling en de neonatale afdeling worden door de moeders vaak gezien als een publieke afdeling, wat problemen rond het geven van borstvoeding met zich meebrengt.
Het sociaal netwerk kan de borstvoedingservaring beïnvloeden en er werd vastgesteld dat het zelfvertrouwen van moeders ondermijnd kan worden door onvoldoende kennis of door negatieve attitudes van het sociaal netwerk. Moeders met een ondersteunend familienetwerk slaan zich beter door borstvoedingsproblemen dan deze met niet-ondersteunende familieleden. Een niet-ondersteunend netwerk leidt tot gedwongen veranderingen van gedrag. Deze moeders identificeren externe ondersteuning van groepen als belangrijk voor succesvol borstvoeding geven.
De auteurs uiten hun bezorgdheid over het feit dat activiteiten ter bevordering van borstvoeding, zonder significante verbetering van de filosofie van vele kraamafdelingen, zal leiden tot meer moeders met negatieve borstvoedingservaringen en dat dit zal leiden tot minder succesvolle borstvoeding

McInnes R.J. & Chambers J.A. (2008). Supporting breastfeeding mothers: qualitative synthesis. Journal of Advanced Nursing; 62(4), 407-427